Functies van de sportmanager:
Hoofd, coördinator of teammanager binnen een commerciële SB-
organisatie.
Verenigingsmanager.
Beleidsmedewerker sport en bewegen.
- bij een gemeente
- bij een sportbond
- bij een sportservicebureau
Accommodatiemanager
(assistent) bedrijfsleider
De sportmanager heeft verstand van:
Sport, spreekt de taal van de sporter, trainers, leden, vrijwilligers,
bestuurders, klanten en beleidsmakers.
Uitvoerde en leidinggevende taken. Sturen en motiveren.
Ondernemend, commercieel en bedrijfsmatig.
Wat is de definitie van managen:
Het gestructureerd en planmatig realiseren van doelen.
Managementlaa Niveau: Doelen: Periode:
g:
Topmanagement Strategisch Lange termijn Meerdere jaren
Middenmanageme Tactisch Middenlange Een jaar
nt termijn
Lager Operationeel Korte termijn Weken - maanden
management
Topmanagement:
Dit wordt vaak gevormd door een directie. De directie geeft de richting aan van
de organisatie. Het management bevind zich op strategisch niveau. Het gaat
hierbij om afstemming van de organisatie op de omgeving.
Middenmanagement:
Het middenmanagement werkt vanuit jaarlijkse doelen. Dit doen ze op tactisch
niveau. Dat wil zeggen, dat op tactisch niveau het belang van beheersen en
organiseren groter wordt. Het tactische niveau is gericht op de interne
organisatie.
Lager management:
Het lager management heeft te maken met doelen voor de korte termijn. Ze
geven leiding aan de dagelijkse gang van zaken.
Het werk van de sportmanager:
De rollen.
De taken.
Rollen van de sportmanager:
interpersoonlijke rollen:
- Hoofd van de organisatie
- Leider.
- Verbindigspersoon.
Informatierollen:
, - Monitor.
- Filter.
- Woordvoerder.
Besluitvormingsrollen:
- Ondernemer.
- Probleemoplosser.
- Verdeler van middelen.
- Onderhandelaar.
Taken van de sportmanager:
Doelen stellen/beleid formuleren.
plannen.
Structureren en organiseren.
- Werkverdeling.
- Coördinatie.
Beheersen.
- Controleren.
- Leidinggeven.
1. Doelen / beleid:
Lange
termijn
Middenlange
termijn
2. Plannen: 3. Structureren
Lange /organiseren:
termijn Werkverdeling
Middenlange Coördinatie
termijn
Korte termijn
4. Beheersen:
Controleren
Leidinggeven
De sportmanager als leider en strateeg;
Leiding en strategie:
Doelen en beleid.
Omgeving.
Hoofd, coördinator of teammanager binnen een commerciële SB-
organisatie.
Verenigingsmanager.
Beleidsmedewerker sport en bewegen.
- bij een gemeente
- bij een sportbond
- bij een sportservicebureau
Accommodatiemanager
(assistent) bedrijfsleider
De sportmanager heeft verstand van:
Sport, spreekt de taal van de sporter, trainers, leden, vrijwilligers,
bestuurders, klanten en beleidsmakers.
Uitvoerde en leidinggevende taken. Sturen en motiveren.
Ondernemend, commercieel en bedrijfsmatig.
Wat is de definitie van managen:
Het gestructureerd en planmatig realiseren van doelen.
Managementlaa Niveau: Doelen: Periode:
g:
Topmanagement Strategisch Lange termijn Meerdere jaren
Middenmanageme Tactisch Middenlange Een jaar
nt termijn
Lager Operationeel Korte termijn Weken - maanden
management
Topmanagement:
Dit wordt vaak gevormd door een directie. De directie geeft de richting aan van
de organisatie. Het management bevind zich op strategisch niveau. Het gaat
hierbij om afstemming van de organisatie op de omgeving.
Middenmanagement:
Het middenmanagement werkt vanuit jaarlijkse doelen. Dit doen ze op tactisch
niveau. Dat wil zeggen, dat op tactisch niveau het belang van beheersen en
organiseren groter wordt. Het tactische niveau is gericht op de interne
organisatie.
Lager management:
Het lager management heeft te maken met doelen voor de korte termijn. Ze
geven leiding aan de dagelijkse gang van zaken.
Het werk van de sportmanager:
De rollen.
De taken.
Rollen van de sportmanager:
interpersoonlijke rollen:
- Hoofd van de organisatie
- Leider.
- Verbindigspersoon.
Informatierollen:
, - Monitor.
- Filter.
- Woordvoerder.
Besluitvormingsrollen:
- Ondernemer.
- Probleemoplosser.
- Verdeler van middelen.
- Onderhandelaar.
Taken van de sportmanager:
Doelen stellen/beleid formuleren.
plannen.
Structureren en organiseren.
- Werkverdeling.
- Coördinatie.
Beheersen.
- Controleren.
- Leidinggeven.
1. Doelen / beleid:
Lange
termijn
Middenlange
termijn
2. Plannen: 3. Structureren
Lange /organiseren:
termijn Werkverdeling
Middenlange Coördinatie
termijn
Korte termijn
4. Beheersen:
Controleren
Leidinggeven
De sportmanager als leider en strateeg;
Leiding en strategie:
Doelen en beleid.
Omgeving.