Werkwoorden vervoegen Nederlands
Pvtt (persoonsvorm tegenwoordige tijd)
Stam of stam + t
- Staat er ik voor?
- Staat er ik achter?
- Staat er je vervangbaar voor jij?
- Gebiedende wijs?
4 keer nee? Stam + t
Pvvt (persoonsvorm verleden tijd)
2 soorten: sterk of zwak
Sterk: zo kor mogelijk bijv. vond, werd, dacht, deed enz.
Zwak: stam + te(n) of de(n)
Voltooid deelwoord:
- Geen pv!
- begint vaak met: ge, be of ver
- meestal achter in de zin
3 soorten:
Op d/t/en
Je hoort welke het is met langer maken.
Hoor je dat niet? Gebruik dan t’ kofschip.
Onvoltooid deelwoord:
- geen pv
- Meestal aan he begin van de zin
- Altijd ww + d
Infinitief
heel ww
Bijvoeglijk naamwoord:
- Eigenschap zelfstandig naamwoord
- Zo kort mogelijk. Kijk wel of de uitspraak dan nog wel goed is. Bijv. de verspreide
vluchtelingen verspreidden een vieze geur.
Pvtt (persoonsvorm tegenwoordige tijd)
Stam of stam + t
- Staat er ik voor?
- Staat er ik achter?
- Staat er je vervangbaar voor jij?
- Gebiedende wijs?
4 keer nee? Stam + t
Pvvt (persoonsvorm verleden tijd)
2 soorten: sterk of zwak
Sterk: zo kor mogelijk bijv. vond, werd, dacht, deed enz.
Zwak: stam + te(n) of de(n)
Voltooid deelwoord:
- Geen pv!
- begint vaak met: ge, be of ver
- meestal achter in de zin
3 soorten:
Op d/t/en
Je hoort welke het is met langer maken.
Hoor je dat niet? Gebruik dan t’ kofschip.
Onvoltooid deelwoord:
- geen pv
- Meestal aan he begin van de zin
- Altijd ww + d
Infinitief
heel ww
Bijvoeglijk naamwoord:
- Eigenschap zelfstandig naamwoord
- Zo kort mogelijk. Kijk wel of de uitspraak dan nog wel goed is. Bijv. de verspreide
vluchtelingen verspreidden een vieze geur.