Learning = proces door middel van ervaringen die permanente
veranderingen veroorzaken in kennis of gedrag
● veranderingen d.m.v. interactie met de omgeving of rijping
● tijdelijke veranderingen d.m.v. ziekte behoren niet tot de definitie
● sommigen leggen de nadruk op verandering in kennis, anderen in gedrag
Leren is een interne, mentale activiteit die niet Verklaring van leren dat de nadruk legt op
direct kan worden geobserveerd externe gebeurtenissen als een oorzaak van
veranderingen van observeerbaar gedrag
J.B. Watson Behavioral learning theories
● Nam de radicale positie in door te zeggen dat je door denken, intenties en andere mentale
handelingen, die je dus niet kon bestuderen > “mentalisms” zouden niet een verklaring van leren
moeten zijn (!)
4 behavioristische leerprocessen
1. Contiguity 3. Operant conditioning
2. Classical conditioning 4. Observational learning
Aristotle makkelijke uitleg van leren, we onthouden dingen samen als ze:
● contrasteren (tegengestelde)
● gelijk zijn
● samen gepresenteerd worden > leren d.m.v. associaties (!)
Contiguity (nabijheid) = associatie van twee begrippen vaak genoeg samen verschijnen,
worden ze met elkaar geassocieerd
Stimulus = Respons =
gebeurtenis dat gedrag activeert observeerbare reactie op een stimulus
Contiguity speelt een belangrijke rol bij de classical conditioning
De stimulus ontlokt de respons automatisch (!)
Classical conditioning = associatie van automatische responses met nieuwe stimuli
● responses zijn reflexen die fysieke reacties bezitten, waar we een beetje controle over hebben
● onwillekeurige emotionele of fysieke reacties zoals: spiertrekkingen, kwijlen, zweten
● mensen en dieren kunnen getraind worden om onwillekeurig
te reageren op een stimulus dat eerder geen effect had
(of een ander effect)
Respondents = automatische
response ontlokt
door specifieke
stimulus
, Ivan Pavlov (1920) = Russische fysioloog van het experiment met de kwijlende hond
Neutral stimulus Stimulus niet verbonden met een respons
Unconditioned stimulus Stimulus die automatisch een respons produceert
Unconditioned respons Natuurlijke, voorkomende respons
Conditioned stimulus Stimulus die respons oproept na conditioning
Conditioned respons Geleerde respons van een voorgaande neutrale
stimulus
● Canadees onderzoek: vanzelfsprekende zelfvertrouwen is gestegen door klassieke conditioneren
● Klassieke conditioneren kan gebruikt worden om mensen te helpen om emotionele reacties aan te
passen
● Kritiek: veronderstelt dat de mensen simpel zijn door te reageren op stimuli zonder na te denken
Skinner (1950)
Operant conditioning = leren waarbij vrijwillig gedrag wordt versterkt of verzwakt door
consequenties of antecedenten
Operants = vrijwillig (doelgericht) gedrag uitgestoten door een persoon/dier
Antecedents = Consequences =
Gebeurtenis dat voorafgaat aan een actie Gebeurtenis dat volgt op een actie
A-B-C (Antecedents, Behavior, Consequences)
Voorbeeld:
A = geur of zicht van chocola
B = eten van de chocola
C = je beter voelen
Gedrag (B) kan worden gewijzigd d.m.v. veranderingen A, C of beiden
= als je je niet lekker voelt na het eten van de chocola, dan eet je het de volgende keer niet