Scheikunde Toetsweek 1
1 Atoombouw en periodiek systeem
Een atoom bestaan uit een kern van protonen (+) en neutronen (neutraal). Om Schil Elektronen de
kern heen zitten elektronen (-), die volgens het atoommodel van Bohr in K 2
verschillenden elektronenschillen zitten. L 8
M 18
Om te bepalen hoeveel protonen er in een atoom zitten of elektronen geldt:
- Atoomnummer = aantal protonen = aantal elektronen
- Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen (verandert nooit bij chemische reactie)
Atomen Lading Massa
16,00 Atoomnummer Protonen + 1u
8 Massagetal Neutronen 0 (neutraal) 1u
Elektronen - 0 (geen massa)
O
Van de meeste atoomsoorten bestaan er meerdere isotopen (atomen die dezelfde aantal protonen in de
kern hebben, maar verschillend aantal neutronen). Ze worden van elkaar onderscheiden door het
massagetal (som van aantal protonen en neutronen in kern). Deze staat of voor het atoom ⁵B of na het
atoom B-5. Isotopen vermeld in BINAS TABEL 25A.
De massa van een atoom word vaak aangegeven in de eenheid u. 1 u is gelijk aan 1,66 x 10−27 kg (tabel 7B)
In de natuur komen van bijna alle atomen verschillende isotopen naast elkaar voor. Hierdoor is het
gewogen gemiddelde van de atoommassa (relatieve atoommassa A) van een element vrijwel noot gelijk
aan de atoommassa van een enkele isotoop.
1 Atoombouw en periodiek systeem
Een atoom bestaan uit een kern van protonen (+) en neutronen (neutraal). Om Schil Elektronen de
kern heen zitten elektronen (-), die volgens het atoommodel van Bohr in K 2
verschillenden elektronenschillen zitten. L 8
M 18
Om te bepalen hoeveel protonen er in een atoom zitten of elektronen geldt:
- Atoomnummer = aantal protonen = aantal elektronen
- Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen (verandert nooit bij chemische reactie)
Atomen Lading Massa
16,00 Atoomnummer Protonen + 1u
8 Massagetal Neutronen 0 (neutraal) 1u
Elektronen - 0 (geen massa)
O
Van de meeste atoomsoorten bestaan er meerdere isotopen (atomen die dezelfde aantal protonen in de
kern hebben, maar verschillend aantal neutronen). Ze worden van elkaar onderscheiden door het
massagetal (som van aantal protonen en neutronen in kern). Deze staat of voor het atoom ⁵B of na het
atoom B-5. Isotopen vermeld in BINAS TABEL 25A.
De massa van een atoom word vaak aangegeven in de eenheid u. 1 u is gelijk aan 1,66 x 10−27 kg (tabel 7B)
In de natuur komen van bijna alle atomen verschillende isotopen naast elkaar voor. Hierdoor is het
gewogen gemiddelde van de atoommassa (relatieve atoommassa A) van een element vrijwel noot gelijk
aan de atoommassa van een enkele isotoop.