1.4 Woningtypen
We kunnen woningtypen verdelen in drie hoofdgroepen, te weten:
1. Laagbouw = vrijstaande en geschakelde woningen.
2. Etagebouw = portiekwoningen, bouwhoogte is max. vier woonlagen.
3. Hoogbouw = galerijflats, maisonnettes, splitlevelwoningen, terraswoningen en torenflats.
Laagbouw:
Bungalow =
Bestaat uit één woonlaag die is afgedekt met een plat of hellend dak.
Semi-bungalow =
Extra kamers op een verdieping
Patiowoning =
Bij deze bungalow is het ontwerp zo gemaakt dat er een binnenplaats ontstaat. Kan ontstaan door
het schakelen van meerder bungalows.
Villa =
Royale vrijstaande eengezinswoningen die geheel zijn omgeven door een tuin. Vaak deels onder de
grond, inclusief de garage.
Landhuis =
Hetzelfde als een villa maar dan in een vrijere omgeving.
Herenhuis =
Wat de villa’s en landhuizen nu zijn waren de herenhuizen vroeger, vaak in de buitenwijken van grote
steden te vinden.
Duplexwoningen =
Zijn vlak na de oorlog gebouwd. Tijdelijke boven- en benedenwoning met één voordeur. Zodat deze
later tot één huis omgebouwd kunnen worden.
Drive-in-woning =
Eengezinswoningen met op de begane grond de garage. De woonkamer en de keuken bevinden zich
meestal op de eerste verdieping.
Etagebouw:
Hoger dan vier bouwlagen = lift verplicht!
Als men op een beperkt gebied veel woningen maakt, en dus veel mensen onderdak biedt, moet aan
een aantal voorwaarden worden voldaan, zoals:
- een goede geluidsisolatie;
- voldoende voorzieningen voor het woongemak (vuilstortkokers, lift en deurtelefoon);
- voldoende speelgelegenheid voor kinderen;
- voldoende parkeergelegenheid.
Er is evenveel ruimte nodig voor laagbouw als hoogbouw!!
, Hoogbouw: bestaat uit meer dan 4 woonlagen.
Portiekflat =
Bestaat uit een trappenhuis waarin bordestrappen zijn aangebracht. Hieraan grenzen de
toegangsdeuren. Bij 4 woonlagen zijn dat 8 toegangsdeuren, er is alleen verticaal personenverkeer.
Galerijflat =
Veel woningen via de galerij bereikbaar. Er personenverkeer vindt zowel verticaal als horizontaal
plaats.
Splitlevelwoning =
Deze woningen hebben verdiepingen die telkens een niveauverschil hebben van een halve
verdieping. Komen in stapelbouw en laagbouw voor.
Maisonnette =
Soort eengezinswoning in een flat.
Terraswoning =
Piramidevormig gebouwd. Hierdoor heeft iedere bewoner veel buitenruimte.
Torenflat =
Meer dan 12 verdiepingen hoog.
1.7 Utiliteitsbouw
Utiliteit betekent nut of nuttigheid. Het zijn bouwwerken voor het algemene nut. Daarom zijn ze niet
voor bewoning geschikt. Denk aan scholen, fabrieken, garages, winkels, kerken etc.
2.12 Bouwbesluit
Deregulering =
In 1983 kondigde de regering ingrijpende deregulering aan. Er moesten minder en eenvoudigere
regels komen.
1992 =
Bouwbesluit in werking gelijktijdig met de herziening van de Woningwet.
2003 =
Bouwbesluit aangepast waardoor het toegankelijker is gemaakt voor de bouwwereld.
Ministeriële regeling =
Een snellere manier om een wijziging van een maatregel door te voeren. De minister van VROM kan
een ministeriële regeling opstellen.
Europese regelgeving =
Het Bouwbesluit met bijbehorende normen en kwaliteitsverklaringen is hierop afgestemd.
EG-richtlijn =
Doel hiervan is de bevordering van handelsverkeer tussen de lidstaten van de EU.
Europese Norm =
Deze treedt altijd in plaats voor de NEN.