BIOLOGIE
THEMA 4: Voortplanting bij de mens
1. Binnendringen van een spermatozoïde in de eicel
1) Corona radiata (omringen secundaire oocyt)
Enzymen
Hevige bewegingen
2) Glasvlies
Acrosoomreactie (enzymen vrij °gaten)
---> Slechts 1 erdoor
3) Celmembraan eicel
Kop zaadcel contact met proteïnen in celmembraan v eicel
Membranen versmelten
(staart enzymatisch afgebroken in cytoplasma)
---> °Bevruchtingsmembraan door corticale reactie
Na zaadcel binnendringt storten corticale granulen (vlak onder eicelmembraan) hun inhoud
uit in de ruimte tussen glasvlies en celmembraan -> °vlies harder = ondoordringbaar
---> °Amfimixie: celkernen versmelten nadat secundaire oöcyt meiose II voltooit
= ZYGOTE (23+23) + 2 poollichaampjes
2. Migratie van het embryo naar de baarmoeder
Klievingsdelingen: eerste reeks celdelingen (cellen w elke keer kleiner)
Na derde en vierde dag ---> totipotente cellen (stamcellen: elke cel tot volledig individu uitgroeien)
Na vijfde dag: Baarmoeder bereikt
32-cellig stadium (omnipotente stamcellen)
Blastula (ipv morula)
- Buitenste: trofoblastcellen placenta
- Binnenste: embryoblastcellen baby
- Door osmose vocht °blastulaholte (Door opname van vocht, V neemt toe °Glasvlies breekt)
Blastocyst komt vrij
3. Innesteling in het BMSV
Trofoblastcellen in contact met BMSV = innesteling
Zakt erin om bij voedingstoffen te kunnen komen
4. Formatie van de drie kiembladen -> Gastrula
ECTODERM (buitenste) ruggengraad, zenuwstelsel, hersenen, huid
MESODERM (middenin) spieren, skelet
ENDODERM (binnenste) hart, lever, spijsverteringstelsel
Lagen bereiden zich voor op aanmaak organen
---> Unipotente stamcellen (uitgroeien tot 1 celtype)
THEMA 4: Voortplanting bij de mens
1. Binnendringen van een spermatozoïde in de eicel
1) Corona radiata (omringen secundaire oocyt)
Enzymen
Hevige bewegingen
2) Glasvlies
Acrosoomreactie (enzymen vrij °gaten)
---> Slechts 1 erdoor
3) Celmembraan eicel
Kop zaadcel contact met proteïnen in celmembraan v eicel
Membranen versmelten
(staart enzymatisch afgebroken in cytoplasma)
---> °Bevruchtingsmembraan door corticale reactie
Na zaadcel binnendringt storten corticale granulen (vlak onder eicelmembraan) hun inhoud
uit in de ruimte tussen glasvlies en celmembraan -> °vlies harder = ondoordringbaar
---> °Amfimixie: celkernen versmelten nadat secundaire oöcyt meiose II voltooit
= ZYGOTE (23+23) + 2 poollichaampjes
2. Migratie van het embryo naar de baarmoeder
Klievingsdelingen: eerste reeks celdelingen (cellen w elke keer kleiner)
Na derde en vierde dag ---> totipotente cellen (stamcellen: elke cel tot volledig individu uitgroeien)
Na vijfde dag: Baarmoeder bereikt
32-cellig stadium (omnipotente stamcellen)
Blastula (ipv morula)
- Buitenste: trofoblastcellen placenta
- Binnenste: embryoblastcellen baby
- Door osmose vocht °blastulaholte (Door opname van vocht, V neemt toe °Glasvlies breekt)
Blastocyst komt vrij
3. Innesteling in het BMSV
Trofoblastcellen in contact met BMSV = innesteling
Zakt erin om bij voedingstoffen te kunnen komen
4. Formatie van de drie kiembladen -> Gastrula
ECTODERM (buitenste) ruggengraad, zenuwstelsel, hersenen, huid
MESODERM (middenin) spieren, skelet
ENDODERM (binnenste) hart, lever, spijsverteringstelsel
Lagen bereiden zich voor op aanmaak organen
---> Unipotente stamcellen (uitgroeien tot 1 celtype)