Literatuur kennistoets OWE 8
Hoofdthema Deelonderwerpen Aantal vragen
Verpleegproces Patronen van Gordon, OMAHA, Positieve gezondheid 8
Mantelzorg Mantelzorg/zelfredzaamheid//netwerk/mantelzorgscan 13
Verpleegtechnische Katheteriseren (eenmalig), zelfkatheterisatie
8
vaardigheden (eenmalig), tracheostoma, tracheacanule
Communicatieve Basisvaardigheden: samenvatten, parafraseren,
8
vaardigheden doorvragen
Palliatieve zorg algemeen (definitie), hospice,
Palliatieve zorg 6
complementaire zorg, rouwverwerking
Recht Zorg en Dwang en verschil met BOPZ 10
Organisatie en
10
financiering van zorg WMO, WLZ, ZVW, jeugdwet
Ovariumcarcinoom, dwarslaesie, dementie, CVA,
Medisch longcarcinoom, MS, en COPD, autisme, syndromen 45
(Fragiele X-syndroom, down) etc.
Totaal aantal vragen 108
,Dwarslaesie
Een dwarslaesie is het gevolg van een onderbreking van de continuïteit van het ruggenmerg
met gehele of gedeeltelijke uitschakeling van de functie.
Oorzaken
- (Verkeers)ongevallen
- Val
- Geweld en schotwonden
- Sportongeval
- Ouderen met osteoporose
- Tumor
Hoogtes dwarslaesie
- C8 of hoger = hoge dwarslaesie -> tetraparese = verzwakking van de vier ledematen
- C4 of hoger = complete dwarslaesie -> geen leven zonder beademingsapparatuur
- C5-T5 = slechte ademhalingsfunctie, verlamd middenrif
- T5-T8 = complete laesie -> zelf ademhalen is mogelijk, hoesten is moeilijk
- < T8 = midthoracale dwarslaesie -> paraparese = onvolledige verlamming
- < L1 = lage dwarslaesie -> paraparese
ASIA impairment scale
Soorten ruggenmergletsel
- Compressie
- Kneuzing
- Doorsnijding
- Beklemming zenuwen (hernia)
- Onvoldoende lokale circulatie
- Oedeem (secundair probleem)
- Tumor
- Ontsteking
Beloop dwarslaesie
1. Spinale shock; slappe verlamming beneden het niveau van het letsel en de sensibiliteit is
opgeheven (duurt ongeveer een week) (acute fase)
2. Herstelperiode organen (acute fase)
3. Chronische fase; gericht op revalidatie
Uitvalsverschijnselen:
Treden op als door ziekte neuronen degenereren (afsterven). Er kan in dit geval geen
prikkelgeleiding meer optreden: de functie valt hierdoor weg.
, Paralyse: verlamming; het niet arriveren van de motorische prikkel.
Parese: gedeeltelijke verlamming
Enkele gevolgen van uitvalsverschijnselen:
Ataxie: slechte coördinatie
Dysartrie: slecht kunnen articuleren
Apraxie: het onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren
Afasie: een stoornis in het produceren en begrijpen van gesproken/geschreven taal
Agnosie: het niet kunnen herkennen en begrijpen van wat men waarneemt
Amnesie: Het onvermogen om te kunnen herinneren
Prikkelingsverschijnselen:
Ontstaan als neuronen te veel prikkels vormen of te sterk door andere neuronen of prikkels
van buitenaf worden gestimuleerd. Gevolgen zijn stuiptrekkingen (convulsies),
gevoelloosheid (paresthesie) en pijn.
Convulsies
= het aanvalsgewijs optreden van voornamelijk schokkende bewegingen van een
lichaamsdeel of het gehele lichaam, die worden veroorzaakt door een ziekelijke productie
van zenuwprikkels in de hersencellen. Het bewustzijn kan hierbij verloren gaan.
Het is bijna gelijk aan epilepsie
Paresthesieën
= prikkelingen of tintelingen die worden ervaren in een huidgebied (bijv. een slapend been).
Neurogenen shock: cardiovasculaire stoornis van spinale shock met hypotensie en
hypothermie; door uitval van de sympathicusactivitieit.
Dermatoom: een gedeelte van de huid dat hoofdzakelijk door een enkele ruggenmergzenuw
wordt voorzien.
Dermatomen (moet je ongeveer kennen!)
Hoofdthema Deelonderwerpen Aantal vragen
Verpleegproces Patronen van Gordon, OMAHA, Positieve gezondheid 8
Mantelzorg Mantelzorg/zelfredzaamheid//netwerk/mantelzorgscan 13
Verpleegtechnische Katheteriseren (eenmalig), zelfkatheterisatie
8
vaardigheden (eenmalig), tracheostoma, tracheacanule
Communicatieve Basisvaardigheden: samenvatten, parafraseren,
8
vaardigheden doorvragen
Palliatieve zorg algemeen (definitie), hospice,
Palliatieve zorg 6
complementaire zorg, rouwverwerking
Recht Zorg en Dwang en verschil met BOPZ 10
Organisatie en
10
financiering van zorg WMO, WLZ, ZVW, jeugdwet
Ovariumcarcinoom, dwarslaesie, dementie, CVA,
Medisch longcarcinoom, MS, en COPD, autisme, syndromen 45
(Fragiele X-syndroom, down) etc.
Totaal aantal vragen 108
,Dwarslaesie
Een dwarslaesie is het gevolg van een onderbreking van de continuïteit van het ruggenmerg
met gehele of gedeeltelijke uitschakeling van de functie.
Oorzaken
- (Verkeers)ongevallen
- Val
- Geweld en schotwonden
- Sportongeval
- Ouderen met osteoporose
- Tumor
Hoogtes dwarslaesie
- C8 of hoger = hoge dwarslaesie -> tetraparese = verzwakking van de vier ledematen
- C4 of hoger = complete dwarslaesie -> geen leven zonder beademingsapparatuur
- C5-T5 = slechte ademhalingsfunctie, verlamd middenrif
- T5-T8 = complete laesie -> zelf ademhalen is mogelijk, hoesten is moeilijk
- < T8 = midthoracale dwarslaesie -> paraparese = onvolledige verlamming
- < L1 = lage dwarslaesie -> paraparese
ASIA impairment scale
Soorten ruggenmergletsel
- Compressie
- Kneuzing
- Doorsnijding
- Beklemming zenuwen (hernia)
- Onvoldoende lokale circulatie
- Oedeem (secundair probleem)
- Tumor
- Ontsteking
Beloop dwarslaesie
1. Spinale shock; slappe verlamming beneden het niveau van het letsel en de sensibiliteit is
opgeheven (duurt ongeveer een week) (acute fase)
2. Herstelperiode organen (acute fase)
3. Chronische fase; gericht op revalidatie
Uitvalsverschijnselen:
Treden op als door ziekte neuronen degenereren (afsterven). Er kan in dit geval geen
prikkelgeleiding meer optreden: de functie valt hierdoor weg.
, Paralyse: verlamming; het niet arriveren van de motorische prikkel.
Parese: gedeeltelijke verlamming
Enkele gevolgen van uitvalsverschijnselen:
Ataxie: slechte coördinatie
Dysartrie: slecht kunnen articuleren
Apraxie: het onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren
Afasie: een stoornis in het produceren en begrijpen van gesproken/geschreven taal
Agnosie: het niet kunnen herkennen en begrijpen van wat men waarneemt
Amnesie: Het onvermogen om te kunnen herinneren
Prikkelingsverschijnselen:
Ontstaan als neuronen te veel prikkels vormen of te sterk door andere neuronen of prikkels
van buitenaf worden gestimuleerd. Gevolgen zijn stuiptrekkingen (convulsies),
gevoelloosheid (paresthesie) en pijn.
Convulsies
= het aanvalsgewijs optreden van voornamelijk schokkende bewegingen van een
lichaamsdeel of het gehele lichaam, die worden veroorzaakt door een ziekelijke productie
van zenuwprikkels in de hersencellen. Het bewustzijn kan hierbij verloren gaan.
Het is bijna gelijk aan epilepsie
Paresthesieën
= prikkelingen of tintelingen die worden ervaren in een huidgebied (bijv. een slapend been).
Neurogenen shock: cardiovasculaire stoornis van spinale shock met hypotensie en
hypothermie; door uitval van de sympathicusactivitieit.
Dermatoom: een gedeelte van de huid dat hoofdzakelijk door een enkele ruggenmergzenuw
wordt voorzien.
Dermatomen (moet je ongeveer kennen!)