Maximum Loose packed Flexie 110- position: 30° flexie, 30°
abductie, lichte exorotatie 120°
Maximum close packed position extensie, endorotatie,
Extensie 10-15°
abductie
Capsulair patroon: flexie, Abductie 30-50° abductie, endorotatie (volgorde
mag verschillen) Adductie 30°
Exorotati 40-60°
e
Endorotat 30-40°
Voer een inspectie uit ie bij een patiënt met
heupklachten
Totale/lokale inspectie:
Postuur: bekkenhoogte vergelijken (scoliose, beenlengteverschil, spiercontractie)
Kan en wil de patiënt op 2 benen staan? (Eventueel 2 weegschalen gebruiken voor
de symmetrie)
Balans: op 1 been staan, ogen open en later ogen dicht, beide benen vergelijken.
Proprioceptie valt met name op tijdens gesloten ogen.
Symmetrie in de posities van de ledematen
Beenverkorting
Kleur en textuur van de huid
Littekens
Bewegingsbereidheid
Spiertonus
Vooraanzicht
o Abnormaliteiten in bot- of soft tissue contouren (lastig te zien vanwege
spieren en soft tissue, bekijk het daarom aandachtig). Zwelling in het
heupgewricht is haast onmogelijk om te observeren.
Zijaanzicht
o Contouren van de billen: gluteus maximus atrofie of atonie
o Heup flexie deformiteit is het best vanuit dit aanzicht te observeren
Achteraanzicht
o Let op de lordose van de ruggenwervel. Heupaandoening kan hier invloed
op hebben.
o Let op abnormaliteiten in bot- of soft tissue contouren.
Besteed ook aandacht aan rug, het bekken, de enkels en de voeten. Ook wordt gelet op
kwaliteit van bewegen.
Functionele inspectie:
Let op hoe de patiënt beweegt, door de patiënt dagelijkse activiteiten uit te laten
voeren, zoals gaan zitten en weer opstaan, overeind komen vanuit liggende
houding, lopen en traplopen
Gang observeren
Als de heup aangedaan is, wordt het gewicht voorzichtiger omlaag gebracht en
buigt de knie om de schok op te vangen
De lengte van de stap is korter aan de aangedane zijde, zodat het gewicht sneller
verplaatst kan worden naar de andere zijde
Als de heup stijf is dan gaat de hele romp en het aangedane been tegelijk naar
voren
Let op de balans van het bekken op de heup
Let op een trendelenburg gait of een ‘’abductor lurch’’ die veroorzaakt wordt door
zwakke abductoren en strakke adductoren.
Pelvic wink: excessieve rotatie in het axiale vlak
Steekt de patella uit? ‘’Frog eyes’’.
Praktijkonderzoek Blok 3 Lars Hogen-Esch 1
,Voer een palpatie uit bij een patiënt met heupklachten
Bij het uitvoeren van een palpatie ga je specifiek letten op warmte/temperatuur van de
huid en op de spiertonus van de spieren. Bij mensen met artrose voel je veel warmte, de
huid heeft een hogere temperatuur. (auto-immuunziekte aspecifieke afweer
ontstekingsreactie warmte). Ook zal je een lage spiertonus bij de patiënt opmerken.
Beoordeel het looppatroon van de patiënt (al dan niet met
loophulpmiddel)
Stap 1: bepaal of het normaal (soepel) of abnormaal is
Stap 2: abnormaal – symmetrisch of asymmetrisch (aan 1 kant)? Hierna de
Nijmeegse analyse.
Let op:
Voeten: naar buien of binnen gedraaid (stand, exo of endo)
Enkel: instabiel, in- of eversie, voldoende dorsaalflexie, anders slepen of
circumductie in heup of meer flexie in heup bij lopen, plantairflexie voor afzet
(kuitspieren)
Knie: flexie en extensie, links en rechts
Kan iemand een stukje op tenen of hakken lopen? Niet? Probleem met…
Bekken: kantelen en roteren. Tijdens het lopen exorotatie, anders volgt femur het
bekken, loopt raar…
Romp: roteert naar de nadere kant, kruisgang is normaal. Telgang niet, bekken en
romp draaien dezelfde kant op
Ganganalyse (verschillende loopfasen)
Onderzoek of er een beenlengteverschil aanwezig is
Als je atrose in de heup hebt moet je klinisch testen. Kraakbeen in de heup
verminderd. Het been waar artrose in zit zal dan korter zijn.
Klinisch beenlengteverschil:
Hierbij meet je van SIAS naar de malleolus medialis (c naar b). Deze meting
wordt gebruikt bij mensen met artrose in de heup (zo heb je namelijk het
heupgewricht ook bij je meting in).
Anatomisch beenlengteverschil:
Hierbij meet je van de Trochanter major naar malleolus medialis (a naar b).
Trochanter major malleolus
Bovenbeen rug lig en dan flexie 45 graden van de knieën en 45 graden flexie van de
heup
Onderbeen buik lig en dan flexie 90 graden van de knieën
Actief bewegingsonderzoek (AROM)
Blz. 611 Magee
NB: Pijnlijkste bewegingen als laatste!
Flexie heup: ruglig, knie 90° naar neus bewegen (norm 110-120°) hou je hand op de SIAS om
te kijken wanneer deze beweegt
Extensie heup: buiklig, been gestrekt omhoog bewegen (norm 10-15°)
Abductie: ruglig, been gestrekt naar buiten bewegen (norm 30-50°)
Adductie: ruglig, been gestrekt naar binnen bewegen, fysio tilt andere been op
(norm 30°)
exorotatie: ruglig, knie 90° flexie, been naar buiten bewegen (norm 40-60°)
Praktijkonderzoek Blok 3 Lars Hogen-Esch 2
, endorotatie: ruglig, knie 90° flexie, been naar binnen bewegen (norm 30-40°)
Houdt rekening met de operatie (na een THP), dit geldt in de acute actuele fase.
Postero-laterale benadering;
Hierbij mag je in de eerste 6 weken geen flexie groter dan 90°, geen adductie &
geen endorotatie worden uitgevoerd. Dus ook deze bewegingen niet doen in het
AROM. Soms kies je ervoor om helemaal geen bewegingsonderzoek te doen.
Anterolaterale & laterale benadering;
Hierbij mag je in de eerste 6 weken geen extensie, geen adductie en geen
exorotatie worden uitgevoerd.
Passief bewegingsonderzoek (PROM)
Zelfde uitvoering als AROM, maar dan door ft uitgevoerd.
Eindgevoel:
(Tissue stretch is verend, approximation is zacht)
Flexie heup: tissue stretch of approximation hou je hand op de SIAS om te kijken wanneer
deze beweegt
Extensie heup: tissue stretch
Abductie: tissue stretch
Adductie: tissue stretch of approximation
exorotatie: tissue stretch buiklig (eerst even doorrekken naar flexie en dan
mag je buiklig)
endorotatie: tissue stretch buiklig (eerst even doorrekken naar flexie en dan
mag je buiklig)
Bepaal de bewegingsuitslagen van de heup m.b.v. een goniometer
Flexie en extensie Trochanter major (femur) & laterale Epicondylus (femur)
Flexie van de heup:
de patiënt ligt op zijn rug.
De patiënt heeft de knie gebogen.
Je vraagt de patiënt zijn knie naar zich toe te trekken.
Extensie van de heup:
de patiënt ligt op zijn/haar buik.
Je vraagt de patiënt op zijn/haar been omhoog te brengen zonder
de knie te buigen.
Abductie en adductie SIAS & apex (patella)
Abductie van de heup:
de patiënt ligt op zijn/haar rug.
Je vraagt aan de patiënt de om zijn been opzij te brengen zo ver als
mogelijk.
Adductie van de heup:
de patiënt ligt op zijn/haar rug.
Je vraagt de patiënt om haar/zijn been naar binnen te drukken.
Endorotatie en exorotatie apex (patella) & richting wreef van de voet
Endorotatie van de heup:
de patiënt zit op de rand van de bank, met zijn/haar benen bungelend.
Je vraagt de patiënt om zijn/haar onderbeen zover als mogelijk naar buiten te
brengen.
Praktijkonderzoek Blok 3 Lars Hogen-Esch 3