Eindopdracht probleemgedrag.
Fontys Hogeschool mens en gezondheid
Opleiding tot verpleegkundige
, Fase 1
Ik loop stage op een woongroep voor kinderen met een verstandelijke beperking en epilepsie, op
Kempenhaeghe. Ik heb een avonddienst die begint om half 3. Ik loop de afdeling op, richting de
woonkamer om daar de overdracht te houden. Ik zie uit het appartement van Eva* haar hoofd uit de
deur steken. Eva ziet dat ik het ben en rent vol enthousiasme naar mij toe. Eva geeft mij een stevige
knuffel en vertelt dat ze mij gemist heeft. 'Ik ben ook blij om jou te zien': zeg ik. Ik zeg tegen Eva dat
ze mag wachten op haar appartement volgens de afspraken van de afdeling.
Tijdens de overdracht komt Eva regelmatig van haar appartement af. Ze komt steeds vertellen dat zij
met mij iets wil doen. Elke keer verwijs ik Eva terug naar haar appartement.
Samen met mijn collega bespreken wij wie welke bewoner begeleid deze dienst. Mijn collega
begeleid Eva.
Eva is een meisje van 17 jaar met een verstandelijke beperking. Haar sociaal-emotionele leeftijd is
ongeveer 2 jaar. Eva heeft last van tonische aanvallen, deze komt minder dan 1 keer in een maand
voor. Daarnaast heeft Eva last van psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA).
''Deze aanvallen lijken op epileptische aanvallen, maar hebben geen epileptische oorzaak. Ze komen
voort uit psychische factoren (psychogeen). De oorzaak van PNEA is psychische problematiek,
bijvoorbeeld stress en andere emotioneel opgebouwde spanning. Het gaat meestal om onbewuste
emoties; mensen met PNEA kunnen daar niks aan doen (z.d.).''
Eva vertoond claimend gedrag. Zij heeft haar favorieten collega's waardoor zij het liefst begeleid wil
worden. Eva is aanhankelijk, loopt achter je aan en vraagt continue om samen iets te gaan doen.
Wanneer dit niet gebeurt uit dit zich in frustratie, jaloezie en boosheid naar groepsgenoten. In het
ergste geval escaleert de situatie en begint Eva te schoppen en te slaan. Zij moet dan onder
bedwang naar haar appartement toegebracht worden waar de deur op slot gaat. Eva schiet dan vaak
in een PNEA waarbij zij uren op bank in elkaar gedoken ligt.
Tijdens mijn avonddienst begeleide ik Eva niet, ongeacht ik haar favoriet was en mijn andere collega
niet. Het is de afspraak op de afdeling om Eva niet altijd haar zin te geven. Ze moet leren om ook
door andere collega's begeleid te worden.
De gehele dienst kwam Eva om de tien minuten dingen aan mij vragen. Ik verwees haar continue
terug naar mijn andere collega. Eva liep appartementen op van andere bewoners terwijl ik daar
bezig was, ze verstoorde een op een momenten en luisterde niet naar mijn collega.
Na het avondeten hoorde ik op de gang dat Eva enorm boos was. Ze begon te schelden en te slaan.
Mijn collega probeerde een escalatie te voorkomen maar dit had geen positief resultaat. Ik werd
erbij gehaald maar ook op mijn woorden zat Eva niet meer te wachten. Ze begon rond te rennen,
schelden naar andere groepsgenoten en sloeg haar begeleiding.
Met versterking is Eva onder bedwang naar haar appartement gebracht. De deur deden wij op slot.
Via de camerabewaking zagen wij dat Eva op haar bank ging liggen en begon te 'schokken' en in een
PNEA belande.
De PNEA heeft heel de avond geduurd. Mijn collega en ik hebben haar uiteindelijk in bed weten te
leggen, zonder haar medicatie. Samen hebben wij de situatie besproken en gerapporteerd.
*Fictieve naam