Anatomie en fysiologie
anatomie= kennis over hoe het lichaam opgebouwd is en hoe het er uit ziet
fysiologie= houd zich bezig met het functioneren van het lichaam en alles wat er voor nodig is
morfologie= hoe het orgaan eruit ziet, hoe groot, en welke vorm
histologie= structuur, opbouw in het orgaan. Weefsel in orgaan
cytologie= wat er te zien is aan de cellen van het orgaan
topografie= waar en hoe het orgaan ligt ten opzichte van andere organen
waar gaat het om bij fysiologie?
- Taken van een orgaan in het dagelijkse leven
- Wat heeft een orgaan nodig om goed te kunnen werken
- Het opnemen van stoffen, en hoe het lichaam daar mee omgaat
- Samenwerking van organen
- Reactie van het lichaam op veranderingen leefomgeving
Fysiologische processen zijn gebeurtenissen in ons lichaam waardoor het lichaam gaat werken.
Slagader= arteria
Ader=vena
Zenuw= nervus
Spier= musculus
1.2
Van het lichaam onderscheiden we:
1. Hoofd met schedel
2. Romp borst en buik
3. Ledematen
Schedel: cranium
Borstkas: thorax
Buik: abdomen
Schaamstreek: regio publica
Bilnaad: perineum
Voorhoofd: regio frontalis
Achterhoofd: regio occipitalis
Maag kuil: fossa epigastrica
Navel: umbilialis
Sleutelbeen: claviculac
Schouderblad: sapulac
Lendenen link en rechts: lumbalis
anatomie= kennis over hoe het lichaam opgebouwd is en hoe het er uit ziet
fysiologie= houd zich bezig met het functioneren van het lichaam en alles wat er voor nodig is
morfologie= hoe het orgaan eruit ziet, hoe groot, en welke vorm
histologie= structuur, opbouw in het orgaan. Weefsel in orgaan
cytologie= wat er te zien is aan de cellen van het orgaan
topografie= waar en hoe het orgaan ligt ten opzichte van andere organen
waar gaat het om bij fysiologie?
- Taken van een orgaan in het dagelijkse leven
- Wat heeft een orgaan nodig om goed te kunnen werken
- Het opnemen van stoffen, en hoe het lichaam daar mee omgaat
- Samenwerking van organen
- Reactie van het lichaam op veranderingen leefomgeving
Fysiologische processen zijn gebeurtenissen in ons lichaam waardoor het lichaam gaat werken.
Slagader= arteria
Ader=vena
Zenuw= nervus
Spier= musculus
1.2
Van het lichaam onderscheiden we:
1. Hoofd met schedel
2. Romp borst en buik
3. Ledematen
Schedel: cranium
Borstkas: thorax
Buik: abdomen
Schaamstreek: regio publica
Bilnaad: perineum
Voorhoofd: regio frontalis
Achterhoofd: regio occipitalis
Maag kuil: fossa epigastrica
Navel: umbilialis
Sleutelbeen: claviculac
Schouderblad: sapulac
Lendenen link en rechts: lumbalis