Samenvatting bestuursrecht
1.1 Staatrecht (week 1)
Regering: koning + ministers
Kabinet: ministers + staatsecretarissen
Staten-generaal: parlement = Eerste en Tweede kamer
Nederland is een rechtstaat:
- Vrijheid
- Rechtszekerheid
- Rechtsvrijheid
5 belangrijke beginselen van het recht:
1. Legaliteitsbeginsel: alle overheidsoptredens moeten berusten op een wettelijke grondslag.
2. Machtenscheiding: trias politica.
Wetgevende macht: (Parlement) maakt algemene regels en controleert de uitvoerende
macht.
Uitvoerende macht: (Koning en Ministers) voert de regels uit, verantwoordelijk voor
dagelijks bestuur.
Rechterlijke macht: (Rechter) controleert de uitvoering van de wet en beslecht conflicten
tussen burgers en tussen burgers en de overheid.
Vroeger strikte scheiding tussen deze 3 machten, tegenwoordig is er meer sprake van
machtsevenwicht. Waarbij de nadruk eerder is komen te liggen op samenwerking en
controle tussen de machten.
3. Grondrechten: klassieke en sociale grondrechten
Klassieke grondrechten: grondrechten waar de overheid zich niet mag betreden. (art. 1 t/m
16)
Sociale grondrechten: waar het bij klassieke grondrechten juist om staatsonthouding draait,
draait het bij sociale grondrechten om een actieve overheid. (art. 17 en verder)
, 4. Rechterlijke controle: uitwerking van het legaliteitsbeginsel, machtenscheiding en
grondrechten.
Burger heeft het recht om naar een onafhankelijke rechter te stappen. Ook tegen
beslissingen van de overheid.
5. Democratiebeginsel: overheidsoptredens moeten aanvaardbaar en legitiem moet zijn voor
de burger.
De belangrijkste beslissingen moeten daarom worden genomen door een verkozen
volksvertegenwoordiging waarbij ook rekening wordt gehouden met minderheidsgroepen.
- Clausulering: van een grondrecht is alleen toegestaan als de grondwet dat toestaat.
(bijv. art. 11: “behoudens/ krachtens” = behalve)
1.1 Staatrecht (week 1)
Regering: koning + ministers
Kabinet: ministers + staatsecretarissen
Staten-generaal: parlement = Eerste en Tweede kamer
Nederland is een rechtstaat:
- Vrijheid
- Rechtszekerheid
- Rechtsvrijheid
5 belangrijke beginselen van het recht:
1. Legaliteitsbeginsel: alle overheidsoptredens moeten berusten op een wettelijke grondslag.
2. Machtenscheiding: trias politica.
Wetgevende macht: (Parlement) maakt algemene regels en controleert de uitvoerende
macht.
Uitvoerende macht: (Koning en Ministers) voert de regels uit, verantwoordelijk voor
dagelijks bestuur.
Rechterlijke macht: (Rechter) controleert de uitvoering van de wet en beslecht conflicten
tussen burgers en tussen burgers en de overheid.
Vroeger strikte scheiding tussen deze 3 machten, tegenwoordig is er meer sprake van
machtsevenwicht. Waarbij de nadruk eerder is komen te liggen op samenwerking en
controle tussen de machten.
3. Grondrechten: klassieke en sociale grondrechten
Klassieke grondrechten: grondrechten waar de overheid zich niet mag betreden. (art. 1 t/m
16)
Sociale grondrechten: waar het bij klassieke grondrechten juist om staatsonthouding draait,
draait het bij sociale grondrechten om een actieve overheid. (art. 17 en verder)
, 4. Rechterlijke controle: uitwerking van het legaliteitsbeginsel, machtenscheiding en
grondrechten.
Burger heeft het recht om naar een onafhankelijke rechter te stappen. Ook tegen
beslissingen van de overheid.
5. Democratiebeginsel: overheidsoptredens moeten aanvaardbaar en legitiem moet zijn voor
de burger.
De belangrijkste beslissingen moeten daarom worden genomen door een verkozen
volksvertegenwoordiging waarbij ook rekening wordt gehouden met minderheidsgroepen.
- Clausulering: van een grondrecht is alleen toegestaan als de grondwet dat toestaat.
(bijv. art. 11: “behoudens/ krachtens” = behalve)