Klinische pathologie
8.3
Atherosclerose = dichtslippen van vaten door vet
Risicofactoren van atherosclerose:
Leeftijd
Overgewicht
Mannen
Diabetes mellitus
Verzadigde vetten
Erfelijkheid
Gebrek aan beweging hypertensie
Hypertensie
Ischemische pijn = door zuurstoftekort
inspectie: kleur, dyspnoe, pijngedrag, zweten
auscultatie: vaatgeruis
palpatie: ontbreken van vaatpulsaties en koude ledematen
Deobstructie = het uitruimen van een dichtgeslibd vat.
Ballondilatatie = dotteren
Stent = extra sterk maken
Bypass = omleiding met ader of kunstmatig ader.
Femoro-popliteale bypass = bloed langs vernauwingen in bovenbeenarteriën leidt.
Coronaire bypass = venen uit het been.
Bifurcatieprothese = bestaat uit kunststof en wordt in de aortasplitsing en arteriae iliacea
aangelegd.
Collateralen = natuurlijke bypass, nemen functie van een vernauwd vat over
8.4
Coronair sclerose = kransslagaderverkalking
Hypertrofie = hoge R-toppen
Ischemie = ST-depressie
Infarct = ST-elevatie of diepe Q-top
Behandelen kan door leefregels aan te passen of door medicijnen:
Antihypertensiva = tegen hoge bloeddruk
Nitraten = verwijden venen, zodat minder bloed terugstroomt van het hart
Isosorbide-nitraat = werkt langer dan nitraten
Betablokkers (atenolol of metoprolol) = vertragen hartslag
Salicylaten = remmen trombocytenaggregatie af, kans op stolsels neemt af
Coronary bypass = omleiding voor kransslagader
Instabiele angina pectoris = hartspierweefsel beschadigd door zuurstofgebrek
Myocardinfarct = hartspierweefsel is afgestorven door zuurstofgebrek
Angina pectoris = ST-depressie het stuk tussen QRS-complex en T-top is verlaagd
Myocardininfarct = ST-elevatie, verhoging
Dyspnoe = vochtophoping in longen bij linksdecompensatie
Oedeem = rechtdecompensatie, rond enkels
8.3
Atherosclerose = dichtslippen van vaten door vet
Risicofactoren van atherosclerose:
Leeftijd
Overgewicht
Mannen
Diabetes mellitus
Verzadigde vetten
Erfelijkheid
Gebrek aan beweging hypertensie
Hypertensie
Ischemische pijn = door zuurstoftekort
inspectie: kleur, dyspnoe, pijngedrag, zweten
auscultatie: vaatgeruis
palpatie: ontbreken van vaatpulsaties en koude ledematen
Deobstructie = het uitruimen van een dichtgeslibd vat.
Ballondilatatie = dotteren
Stent = extra sterk maken
Bypass = omleiding met ader of kunstmatig ader.
Femoro-popliteale bypass = bloed langs vernauwingen in bovenbeenarteriën leidt.
Coronaire bypass = venen uit het been.
Bifurcatieprothese = bestaat uit kunststof en wordt in de aortasplitsing en arteriae iliacea
aangelegd.
Collateralen = natuurlijke bypass, nemen functie van een vernauwd vat over
8.4
Coronair sclerose = kransslagaderverkalking
Hypertrofie = hoge R-toppen
Ischemie = ST-depressie
Infarct = ST-elevatie of diepe Q-top
Behandelen kan door leefregels aan te passen of door medicijnen:
Antihypertensiva = tegen hoge bloeddruk
Nitraten = verwijden venen, zodat minder bloed terugstroomt van het hart
Isosorbide-nitraat = werkt langer dan nitraten
Betablokkers (atenolol of metoprolol) = vertragen hartslag
Salicylaten = remmen trombocytenaggregatie af, kans op stolsels neemt af
Coronary bypass = omleiding voor kransslagader
Instabiele angina pectoris = hartspierweefsel beschadigd door zuurstofgebrek
Myocardinfarct = hartspierweefsel is afgestorven door zuurstofgebrek
Angina pectoris = ST-depressie het stuk tussen QRS-complex en T-top is verlaagd
Myocardininfarct = ST-elevatie, verhoging
Dyspnoe = vochtophoping in longen bij linksdecompensatie
Oedeem = rechtdecompensatie, rond enkels