Maatschappijleer= het analyseren van maatschappelijke en politieke vraagstukken en het reflecteren
op mogelijke oplossingen
Maatschappijleer= sociale wetenschap bestaat uit de sociologie (de wetenschap die het handelen
van mensen in groepen bestudeerd) en politicologie
Sociologie doet wetenschap doormiddel van
- Empirie (zintuigelijke waarneming)
- Concepten (beschrijving van de empirie)
- Theorie (waarom gebeuren dingen/verklaren voor empiristische waarnemingen)
1789=Franse revolutie
Voor 1789 de oude wereld (god centraal)
Na 1789 de nieuwe wereld (revolutie (mens centraal))
Sociaal= handelen van mensen in groepen
Sociale groep= bij elkaar horen
Sociale netwerk= nier perse het idee van erbij horen wel meer het idee van onderlinge
afhankelijkheid
Interactie= direct contact
Interdependentie= onderlinge afhankelijkheid
Relatief autonoom proces= situatie waar sociaal niet veel invloed is door het individu maar het
individu wel nodig is voor het proces
Macht= vermogen het gedrag van andere te beïnvloeden
xxx xxx
macro
ideaal Klassieke materiaal
xxx xxx
Micro
, Smith, Adam Eigen
1776 belang/mensbeeld
Concepten Welbegrepen Als iedereen
eigen beland zijn eigen
belang volgt is
dat het beste
Arbeidsdeling Iedereen moet
(specialisatie) doen wat hij
het best kan
Marx, Karl Mens kan met arbeid de
1867 wereld veranderen met
creatief scheppend
vermogen
Productiemiddelen
vervreemding Mens niet meer het middelpunt
Bovenbouw/ Bovenbouw= bourgeoisie Klasse strijd
onderbouw tussen deze 2
Onderbouw/arbeidersklasse=proletariaat Klasse strijd
tussen deze 2
Bewustwording van de Arbeider=ondergewaardeerd
arbeiders
Religie wordt door de
bourgeoisie gebruikt om
arbeiders te
beïnvloeden
Naar wie moet beloningen van de toevoegingen van de arbeider naar de bovenbouw (directie) of
onderbouw (arbeiders) meestal is het de bovenbouw en Marx vind dat niet eerlijk verdeeld
Wallerstein, Immanuel 3 soorten landen Kern, periferie, semi
periferie
op mogelijke oplossingen
Maatschappijleer= sociale wetenschap bestaat uit de sociologie (de wetenschap die het handelen
van mensen in groepen bestudeerd) en politicologie
Sociologie doet wetenschap doormiddel van
- Empirie (zintuigelijke waarneming)
- Concepten (beschrijving van de empirie)
- Theorie (waarom gebeuren dingen/verklaren voor empiristische waarnemingen)
1789=Franse revolutie
Voor 1789 de oude wereld (god centraal)
Na 1789 de nieuwe wereld (revolutie (mens centraal))
Sociaal= handelen van mensen in groepen
Sociale groep= bij elkaar horen
Sociale netwerk= nier perse het idee van erbij horen wel meer het idee van onderlinge
afhankelijkheid
Interactie= direct contact
Interdependentie= onderlinge afhankelijkheid
Relatief autonoom proces= situatie waar sociaal niet veel invloed is door het individu maar het
individu wel nodig is voor het proces
Macht= vermogen het gedrag van andere te beïnvloeden
xxx xxx
macro
ideaal Klassieke materiaal
xxx xxx
Micro
, Smith, Adam Eigen
1776 belang/mensbeeld
Concepten Welbegrepen Als iedereen
eigen beland zijn eigen
belang volgt is
dat het beste
Arbeidsdeling Iedereen moet
(specialisatie) doen wat hij
het best kan
Marx, Karl Mens kan met arbeid de
1867 wereld veranderen met
creatief scheppend
vermogen
Productiemiddelen
vervreemding Mens niet meer het middelpunt
Bovenbouw/ Bovenbouw= bourgeoisie Klasse strijd
onderbouw tussen deze 2
Onderbouw/arbeidersklasse=proletariaat Klasse strijd
tussen deze 2
Bewustwording van de Arbeider=ondergewaardeerd
arbeiders
Religie wordt door de
bourgeoisie gebruikt om
arbeiders te
beïnvloeden
Naar wie moet beloningen van de toevoegingen van de arbeider naar de bovenbouw (directie) of
onderbouw (arbeiders) meestal is het de bovenbouw en Marx vind dat niet eerlijk verdeeld
Wallerstein, Immanuel 3 soorten landen Kern, periferie, semi
periferie