30 Voorbeeldvragen Inleiding Psychologie
Let op: het echte tentamen bestaat uit 60 meerkeuzevragen
, 1. Margriet Brandt is psycholoog, dierenactivist en vegetariër. Ze is ervan overtuigd
dat vegetariërs socialer zijn dan mensen die vlees eten. Ze besluit daar
onderzoek naar te doen. Van welke bias is er mogelijk sprake als zij sociaal
gedrag van vegetariërs en vleeseters eten bestudeert?
a. Hindsight bias
b. Confirmation bias
c. Representativeness bias
d. Anchoring bias
2. Inzichtelijk leren houdt in dat een probleem wordt opgelost door
a. het reorganiseren van bestaande percepties.
b. het integreren van nieuwe percepties in bestaande patronen.
c. het assimileren van informatie.
d. het ontwikkelen van abstracte concepten.
3. De belangrijkste functies van het geheugen zijn
a. interpreteren, herhalen en opslaan.
b. coderen, opslaan en terughalen.
c. waarnemen, chunken en herinneren.
d. bottom-up verwerking, selectieve aandacht en top-down verwerking.
4. Voor een vak hoef je de eindtoets niet te maken als je alle werkgroepen
aanwezig bent geweest en voor alle voorbereidende opdrachten een voldoende
hebt gehaald. De studenten komen elke keer en bereiden zich voor en de docent
concludeert dat deze regeling goed werkt. Deze regeling zorgt bij de studenten
voor een
a. interne locus of control.
b. externe locus of control.
c. intrinsieke motivatie.
d. extrinsieke motivatie.
2
Let op: het echte tentamen bestaat uit 60 meerkeuzevragen
, 1. Margriet Brandt is psycholoog, dierenactivist en vegetariër. Ze is ervan overtuigd
dat vegetariërs socialer zijn dan mensen die vlees eten. Ze besluit daar
onderzoek naar te doen. Van welke bias is er mogelijk sprake als zij sociaal
gedrag van vegetariërs en vleeseters eten bestudeert?
a. Hindsight bias
b. Confirmation bias
c. Representativeness bias
d. Anchoring bias
2. Inzichtelijk leren houdt in dat een probleem wordt opgelost door
a. het reorganiseren van bestaande percepties.
b. het integreren van nieuwe percepties in bestaande patronen.
c. het assimileren van informatie.
d. het ontwikkelen van abstracte concepten.
3. De belangrijkste functies van het geheugen zijn
a. interpreteren, herhalen en opslaan.
b. coderen, opslaan en terughalen.
c. waarnemen, chunken en herinneren.
d. bottom-up verwerking, selectieve aandacht en top-down verwerking.
4. Voor een vak hoef je de eindtoets niet te maken als je alle werkgroepen
aanwezig bent geweest en voor alle voorbereidende opdrachten een voldoende
hebt gehaald. De studenten komen elke keer en bereiden zich voor en de docent
concludeert dat deze regeling goed werkt. Deze regeling zorgt bij de studenten
voor een
a. interne locus of control.
b. externe locus of control.
c. intrinsieke motivatie.
d. extrinsieke motivatie.
2