Module 9
Hersenen en zintuigen; waarnemen enerveren
,Afferent -> medulla
oblongata
thalamus:welke prikkels
(d)Neurdebuis Primeirebloses
-
(b) (c) (d) preinstruc -(e) Volwesser in
Wellnetdo-LuRan ZenUNStelsel Secunddireblaesyes volwassen SF regio's
ffgfTelencephalon
Cerebrum: cerebrale &dterble ventrikels
cortex,
erifeerretelsel central
Zenuwstelsel
hemistered
itte stof, basile nuclei)
d by
↓
↑ sti
- nterior 1) iencephalon
innuon
ACh ) erde ventrike l
autonoom somatisch irostracil Diencephalon theldmus, hypothalamus,
zenuwstelsel zenuwstels al
epithalamus), refine
I
= vegetatief/ = animac1)
ACh
sympathisch parasympathisch Mesencephalon
cerebroled quaduct
Zenuwstelsel Zenuwstelsel Imidbrein)
= ortho sympatischl
Noradrenaline
rnommerce
Lachterbrein)
Embryologie
Cerebellum Vierde ventrike
oblongetd
& anatomie
sfsOSET
Icaudal)
Puggemmerg centrale Kindal
hersenen Prietalekwbb
"v
Lich amelike
I
sensities
emoties,
52d, gedrag
en persoon- visie
ligheid
MedUIl
Oblong it a
Iverlenge merg Hersenstem
neuze
system
Werniche: begrip ran teal.
Voor neurale buisvorming is ritsen Hersenvliezen: uit 3 roca: He bro (witspreken).
(axiale cellen) en scharnierpunten mensenchym en
belangrijk neurale lijstcellen
·
* reerid cerebrienterior
Functies liquor
- Stootkussen en gewichtsreductie Arteria cerebrimedia
- Temperartuurregulatie
- Voeding (alleen glucose in opgelost)
=
* rteria carotis
- Afvoer van producten
- Productie in de plexus choroïdeus van de zijventrikels (3e ventrikel).
o Produceren continue CSF normaal 150 ml, wordt om de 8 uur * rteria cerebri posterior
ververst.
o Ependymale cellen: reguleren de samenstelling van de CSF. Pompen
ionen en absorberen afvalstoffen. Arterid basillaris
o Via aquaductus cerebri naar 4e ventrikel: subachnodiale ruimte rond
hersenen: venen van de arachnoidea. Arteria vertebrolis
o Subarachnodiale ruimte rond ruggemerg --> lymfevaten --> veneuze ⑱
systeem.
- A. cerebri anterior: frontaal en pariëtaalkwab.
- A. cerebri media: mesencephalon en laterale cortex.
Neuronen #ororE - A. cerebri posterior: occipitaal en temporaalkwab.
- Sensorisch neuron (afferent): overdracht
signalen richting CNS. Meestal unipolair. Lange
I
dendriet en minder lang axon. o Rustpotentiaal: relatief stabiel membraan potentiaal van rustende cellen (-70 mV).
Bloed-hersenbarriere ▪ Cytoplasmatische kant van het membraan is negatief t.o.v. de buitenkant.
Neurale buis wordt centraal zenuwstelsel - In stand houden constant hersenmilieu. - Motorisch neuron (efferent): van CNS naar
Neurale lijst wordt perifeer zenuwstelsel rest van het lichaam. Meestal multipolair. Veel ▪ Verschil in ionen samenstelling van cytoplasma en extracellulaire ruimte.
- Wel door: glucose, aminozuren en vet- ▪ Verschil in doorlaatbaarheid celmembraan voor ionen.
oplosbare stoffen. korte dendrieten en één lang axon op spier
▪ De rustpotentiaal wordt in stand gehouden door de Na/K pomp.
- Niet door: afvalstoffen, eiwitten, medicatie, (motorische eindplaat) in f 1. Actief transport van Na+ uit en K+ in over de membraan (Na/K pomp).
toxinen. - Interneuron: tussen neuronen. Meestal
2. Gefaciliteerde difussie van K+ uit en Na+ in.
Steuncellen - Endotheel met tight junctions, trompetvoetjes multipolair. Korte dendrieten en kort axon.
astrocyten reguleren doorlaatbaarheid.
3. Belangrijk: doorlaatbaarheid membraan is veel hoger voor K+ dan voor Na+ (!).
Buiten de cel veel Na+, binnen de cel veel K+.
Centraal zenuwstelsel
- Astrocyten: bloed-barrière en voeden/beschermen neuronen CNS. 4. Gevolg: buitenkant positief en binnenkant negatief (positieve K+ die er is bindt
vaak ook aan negatieve anionen waardoor het binnen niet veel positiever wordt).
- Microglia: opruimers/beschermers (immuunfunctie)
- Oligodendrocyten: uitlopers die myelineschede vormen rond de Synaps
axonen en dendrieten. Bescherming en isolatie - impulsoverdracht van ene naar andere neuron/effectorcel.
- Ependymcellen: productie, secretie en circulatie van CSF. - Meestal axodendritisch of axosomatisch. +10 3
Not Kanalen
Perifeer zenuwstelsel 1. Elektrische synapsen Actiepotentiaal
I
- D.m.v. gap junctions refract air, geen
- Schwann cellen: produceren myeline die neuronen
- Snel, maar minder gericht. Na "influx meer
beschermen en snellere voortplanting signaal.
- Satelliet cellen: omgeven en ondersteunen neuronen. 2. Chemisch
- Axon uiteinde en receptor regio.
- Daartussen synaptische spleet
E.
& K efflux wder door
Summatie
- Temporeel: kort meer impulsen achter elkaar O-
membranpotentical
- Spatieel: tegelijk meerdere impulsen terugkeert nedr
K "leveler
rust potentical
open, K "efflux 2
Neurotransmitters
(+) EPSP NaCa Glutamaat
- Stimulerend Acetylcholine (ACh)
- Na+ en Ca2+ kanalen
- Depolarisatie · Nat Kanalen
open. Nat influx
(-) IPSP KCI GABA = Gamma amino batecuw)
positionen
- Remmend
etten
Glycine l
- K+ en Cl- kanalen Serotonine a
- Hyperpolarisatie
postsynaptisch -
TO
membraan
Threshold of
EXtreITdiffuse
it
Beide Dopamine 6
Noradrenaline excitation
Hersenen en zintuigen; waarnemen enerveren
,Afferent -> medulla
oblongata
thalamus:welke prikkels
(d)Neurdebuis Primeirebloses
-
(b) (c) (d) preinstruc -(e) Volwesser in
Wellnetdo-LuRan ZenUNStelsel Secunddireblaesyes volwassen SF regio's
ffgfTelencephalon
Cerebrum: cerebrale &dterble ventrikels
cortex,
erifeerretelsel central
Zenuwstelsel
hemistered
itte stof, basile nuclei)
d by
↓
↑ sti
- nterior 1) iencephalon
innuon
ACh ) erde ventrike l
autonoom somatisch irostracil Diencephalon theldmus, hypothalamus,
zenuwstelsel zenuwstels al
epithalamus), refine
I
= vegetatief/ = animac1)
ACh
sympathisch parasympathisch Mesencephalon
cerebroled quaduct
Zenuwstelsel Zenuwstelsel Imidbrein)
= ortho sympatischl
Noradrenaline
rnommerce
Lachterbrein)
Embryologie
Cerebellum Vierde ventrike
oblongetd
& anatomie
sfsOSET
Icaudal)
Puggemmerg centrale Kindal
hersenen Prietalekwbb
"v
Lich amelike
I
sensities
emoties,
52d, gedrag
en persoon- visie
ligheid
MedUIl
Oblong it a
Iverlenge merg Hersenstem
neuze
system
Werniche: begrip ran teal.
Voor neurale buisvorming is ritsen Hersenvliezen: uit 3 roca: He bro (witspreken).
(axiale cellen) en scharnierpunten mensenchym en
belangrijk neurale lijstcellen
·
* reerid cerebrienterior
Functies liquor
- Stootkussen en gewichtsreductie Arteria cerebrimedia
- Temperartuurregulatie
- Voeding (alleen glucose in opgelost)
=
* rteria carotis
- Afvoer van producten
- Productie in de plexus choroïdeus van de zijventrikels (3e ventrikel).
o Produceren continue CSF normaal 150 ml, wordt om de 8 uur * rteria cerebri posterior
ververst.
o Ependymale cellen: reguleren de samenstelling van de CSF. Pompen
ionen en absorberen afvalstoffen. Arterid basillaris
o Via aquaductus cerebri naar 4e ventrikel: subachnodiale ruimte rond
hersenen: venen van de arachnoidea. Arteria vertebrolis
o Subarachnodiale ruimte rond ruggemerg --> lymfevaten --> veneuze ⑱
systeem.
- A. cerebri anterior: frontaal en pariëtaalkwab.
- A. cerebri media: mesencephalon en laterale cortex.
Neuronen #ororE - A. cerebri posterior: occipitaal en temporaalkwab.
- Sensorisch neuron (afferent): overdracht
signalen richting CNS. Meestal unipolair. Lange
I
dendriet en minder lang axon. o Rustpotentiaal: relatief stabiel membraan potentiaal van rustende cellen (-70 mV).
Bloed-hersenbarriere ▪ Cytoplasmatische kant van het membraan is negatief t.o.v. de buitenkant.
Neurale buis wordt centraal zenuwstelsel - In stand houden constant hersenmilieu. - Motorisch neuron (efferent): van CNS naar
Neurale lijst wordt perifeer zenuwstelsel rest van het lichaam. Meestal multipolair. Veel ▪ Verschil in ionen samenstelling van cytoplasma en extracellulaire ruimte.
- Wel door: glucose, aminozuren en vet- ▪ Verschil in doorlaatbaarheid celmembraan voor ionen.
oplosbare stoffen. korte dendrieten en één lang axon op spier
▪ De rustpotentiaal wordt in stand gehouden door de Na/K pomp.
- Niet door: afvalstoffen, eiwitten, medicatie, (motorische eindplaat) in f 1. Actief transport van Na+ uit en K+ in over de membraan (Na/K pomp).
toxinen. - Interneuron: tussen neuronen. Meestal
2. Gefaciliteerde difussie van K+ uit en Na+ in.
Steuncellen - Endotheel met tight junctions, trompetvoetjes multipolair. Korte dendrieten en kort axon.
astrocyten reguleren doorlaatbaarheid.
3. Belangrijk: doorlaatbaarheid membraan is veel hoger voor K+ dan voor Na+ (!).
Buiten de cel veel Na+, binnen de cel veel K+.
Centraal zenuwstelsel
- Astrocyten: bloed-barrière en voeden/beschermen neuronen CNS. 4. Gevolg: buitenkant positief en binnenkant negatief (positieve K+ die er is bindt
vaak ook aan negatieve anionen waardoor het binnen niet veel positiever wordt).
- Microglia: opruimers/beschermers (immuunfunctie)
- Oligodendrocyten: uitlopers die myelineschede vormen rond de Synaps
axonen en dendrieten. Bescherming en isolatie - impulsoverdracht van ene naar andere neuron/effectorcel.
- Ependymcellen: productie, secretie en circulatie van CSF. - Meestal axodendritisch of axosomatisch. +10 3
Not Kanalen
Perifeer zenuwstelsel 1. Elektrische synapsen Actiepotentiaal
I
- D.m.v. gap junctions refract air, geen
- Schwann cellen: produceren myeline die neuronen
- Snel, maar minder gericht. Na "influx meer
beschermen en snellere voortplanting signaal.
- Satelliet cellen: omgeven en ondersteunen neuronen. 2. Chemisch
- Axon uiteinde en receptor regio.
- Daartussen synaptische spleet
E.
& K efflux wder door
Summatie
- Temporeel: kort meer impulsen achter elkaar O-
membranpotentical
- Spatieel: tegelijk meerdere impulsen terugkeert nedr
K "leveler
rust potentical
open, K "efflux 2
Neurotransmitters
(+) EPSP NaCa Glutamaat
- Stimulerend Acetylcholine (ACh)
- Na+ en Ca2+ kanalen
- Depolarisatie · Nat Kanalen
open. Nat influx
(-) IPSP KCI GABA = Gamma amino batecuw)
positionen
- Remmend
etten
Glycine l
- K+ en Cl- kanalen Serotonine a
- Hyperpolarisatie
postsynaptisch -
TO
membraan
Threshold of
EXtreITdiffuse
it
Beide Dopamine 6
Noradrenaline excitation