Hst 5 algemene tumorleer
Inleiding
Door ongecontroleerde mitosen verdubbelt de tumormassa steeds 1-2-4-8-16-
32-64 etc. pas na 20 delingen is het een tumor van 1 gram.
Benigne tumoren: goedaardig
Maligne tumoren: kwaadaardig (kanker)
5.1 algemene tumorleer
Risicofactoren
Omgevings- en erfelijke factoren spelen een rol. Chemische stoffen zoals teer,
verkoold vlees etc kunnen weefsels beschadigen. Ioniserende stralen zoals
röntgen- en zonnestralen spelen een rol.
Bij mensen met een zwakke afweer, aanleg, stres of aids kan een tumor groter
worden.
5.1.1 benigne tumoren
Expansieve groei: een benigne tumor drukt de omringende weefsels opzij
ze groeien zelfstandig.
Meestal zijn goedaardige gezwellen een afgeronde massa met een kapsel
eromheen.
Geen metastasering (uitzaaiingen) het kan niet door lymfevaten en
bloedvaten groeien meestal drukt het de vaten opzij.
Naamgeving: ze worden genoemd naar het weefsel waarvan ze afkomstig
zijn met daarachter oom adenoom (kliergezwel) neurioom
(zenuwgezwel)
Behandeling: meestal excisie (operatief)
5.1.2 maligne tumoren
Meestal geen kapsel en het groeit infiltratief: uitlopers van de kanker
doordringen in de omringende weefselstructuren metastasering
Lage differentiatie ongewone erfelijke informatie in weefsel
Hematogene metastasen in de buikholte komen bijna altijd in de lever.
Vanuit de longen kan het alle kanten in het lichaam op, meestal
botmetastasen en hersenmetastasen.
Entmetastasen: kankercellen verspreiden zich via lichaamsholten bijv.
ingroei door buikholte.
Naamgeving:
- Gezwellen van epitheel (dekweefsel) worden genoemd naar weefsel +
carcinoom
Voorbeeld: longcarcinoom, mammacarcinoom, prostaatcarcinoom
- Gezwellen van het bind- en steunweefsel worden genoemd naar het
weefsel + sarcoom
Voorbeeld: osteosarcoom (botkanker), kaposisarcoom (bloedvatkanker)
- Blastomen zijn maligniteiten, die voornamelijk bij kinderen voorkomen
berusten mogelijk op verkeerde embryonale ontwikkeling
Voorbeeld: neuroblastoom, nefroblastoom (nierkanker)
Verdacht voor kanker is chronisch bloedverlies als verschijnsel
, Cytologie: onderzoek van losse cellen
Histologie: onderzoek van weefsel
Stadiëring
Om de juiste therapie te kiezen en om resultaten van behandelingen
wetenschappelijk te kunnen vergelijken wordt kanker gestadieerd volgens een
internationaal T.N.M. systeem:
- T: tumor van T1 (klein) tot T4 (groot met metastases)
- N: nodulus van N0 (geen verdachte lymfeknopen) tot N3
(lymfeknopen zijn vastgegroeid en onbewegelijk)
- M: metastasen M0 (geen metastasen op afstand) of M1 (wel
metastasen op afstand)
Om T.N.M. stadium vast te stellen worden de volgende onderzoeken verricht:
T: palpatie, echo, CT-scan en M.R.I scan
N: palpatie, radiologisch onderzoek en histologie
Schildwachtklieronderzoek
Doel is precies die lymfeknoop te onderzoeken waarheen de kanker eventueel is
uitgezaaid.
Er wordt een radioactieve tracer rond de tumor ingebracht, vervolgend spuit de
chirurg methyleenblauw in vlakbij het gezwel klier waar radioactiviteit en de
blauwe kleur zich ophopen wordt verwijderd.
Curatieve resectie en bloc: een gezwel wordt met een marge omringd weefsel
en regionale lymfeklieren verwijderd
Debulking-operatie: een grote massa kankerweefsel verwijderen om zo de
kleinere resten te kunnen behandelen met chemotherapie.
Borstkanker is vaak gevoelig voor hormonen, meestal heeft de tumor dan
oestrogeenreceptoren groei van het gezwel wordt dan afgeremd door
vermindering van oestrogene stimulatie:
- Uitschakelen van beide eierstokken
- Anti-oestrogenen receptorblokken
- Gonadorelinen: remmen de productie van FSH en LH
Groei van prostaatkanker kan worden afgeremd door verminderen van androgene
stimulatie:
- Verwijderen van beide teelballen
- Testosteron receptorblokkers
- Gnadorelinen (remmen de productie van FSH en LH)
Pijnbestrijding bij kanker
Paracetamol, diclofenac, ibuprofen paracetamol-codeïne of tramadol opiaten
(morfine, fentanyl
5.2 mammacarcinoom
Risicofactoren:
- Erfelijkheid
- Zelf borstkaker gehad
- Leeftijd (piek boven 50 jaar)
- Vroege menarche/ late menopauze
- Oestrogenen uit anticonceptie