1.1 Het vakconcept bewegingsonderwijs in het basisonderwijs
Algemene doelstelling van het onderwijs in bewegen
Het onderwijs in bewegen op de basisschool is gericht op een verantwoorde deelname aan
bewegingsactiviteiten. Het doel is de leerlingen breed te introduceren in die bewegingscultuur.
Bewegen is van essentieel belang voor de ontwikkeling, vooral voor jonge kinderen.
Hiervoor is het noodzakelijk dat de leerlingen representatieve en voor de leeftijd aansprekende
bewegingssituaties ervaren en leren realiseren.
Binnen een leerlijn kan een leerling gevolgd worden in zijn vorderingen ten aanzien van de
binnen die leerlijn centrale bewegingsuitdaging. De 12 leerlijnen omvatten gezamenlijk 31
bewegingsthema’s. Met behulp van uitbouwfactoren als arrangement (opstelling), uitvoeringswijze
(van het bewegen) en reguleringswijze (hoe kom je tot gezamenlijk bewegen) kunnen de
bewegingssituaties ‘op maat’ worden gemaakt en kan ook leerhulp worden geboden.
Om goed te kunnen deelnemen aan de bewegingscultuur is het belangrijk dat leerlingen
ervaren en inzien dat de regels en omstandigheden van bewegingssituaties veranderbaar zijn en dat
deze de kwaliteit ervan mede bepalen. Met het oog daarop moeten ze leren hoe ze eenvoudige
veranderingen kunnen aanbrengen. Ook moeten de leerlingen leren gezamenlijk een
bewegingssituatie op gang te houden. En kinderen moeten leren rekening te houden met anderen.
De plaats van onderwijs in bewegen op school
Bewegingsonderwijs is een leervak en verschilt in dat opzicht dus niet van welk ander schoolvak
dan ook. Het rendement wordt afgemeten aan wat er is geleerd.
De school is dé plaats voor de ‘basiseducatie’ in bewegen. Via de school worden immers alle
kinderen bereikt en in het onderwijs kunnen ze gedurende vele jaren in hun bewegings-
ontwikkeling worden gevolgd. Bovendien biedt de school het geschikte pedagogische klimaat. Wel
vereist dit een intensieve samenwerking met de omgeving van het kind, ook buiten de school.
De maatschappelijke betekenis van bewegen
Bewegen is van essentieel belang voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Het onderwijs heeft tot
taak om op dat terrein voldoende impulsen te geven. Sport levert een belangrijke bijdrage aan de
volksgezondheid. Het kan bovendien worden gezien als een maatschappelijk bindmiddel: het
bevordert sociale integratie en evenwicht. Daarnaast biedt het velen een belangrijke compensatie
voor de soms overspannen en stressvolle wereld van werk, carrière en inkomen. Voor de meeste
sporters vormen sport en andere bewegingsactiviteiten echter eerst en vooral een vitale en
fascinerende wijzen van omgaan met anderen en met de eigen lichamelijkheid.