De student kan…
• het linguïstische niveau fonologie uitleggen
• het verschil tussen articulatieplaats, -wijze en stemhebbend/stemloosheid uitleggen en
consonanten binnen deze aspecten classificeren
• de fonologische ontwikkeling van kinderen tussen 1 en 2;06 jaar beschrijven (o.a. fonologische
vereenvoudigingsprocessen)
Taalreceptie Taalproductie
Taalvorm Waarneming van Productie van
Fonologie, spraakklanken spraakklanken
morfologie, syntaxis Begrijpen van morfologische Productie van
verschijnselen morfologische
Begrijpen van zinnen verschijnselen
Productie van zinnen
Taalinhoud Woordenschat passief Woordenschat actief
Semantiek Begrijpen van semantische Productie van
relaties semantische relaties
Begrijpen van verhalen Productie van verhalen
Taalgebruik Begrijpen van communicatieve Conservatievaardigheden
Pragmatiek functies gebruiken
Begrijpen van Taal gebruiken voor intra
conversatievaardigheden persoonlijke functies (in
zichzelf praten/denken)
Pre-linguale fase (0-12 maanden)
• Joint attention protoconversatie dialoog
• Huilen vocaliseren brabbelen
Vroeglinguale fase (1;0 - 2;06 jaar)
• Taalontwikkeling wordt zichtbaar:
– Basiswoordenschat
– Toegenomen fonologische vaardigheden
– Eén- en tweewoordzinnen
• Betekenisvol gesprek met het kind is mogelijk
Foneemverwerving
• Variatie tussen kinderen door de relatie
– fonologische ontwikkeling
– fijn - motorische ontwikkeling
– semantische ontwikkeling
Hoe leert een kind taal?
Prelinguale fase (0;1 –1;0)
• 1e maand huilen en andere niet-spraakklankachtige geluiden
• 2-3 maanden geluiden die op syllabes lijken met achterklinkers
• 4-6 maanden vocaalspel (variaties van dag tot dag)
• 7-9 maanden medeklinkerachtige geluiden, langere reeksen, CV syllabes, brabbelen
• het linguïstische niveau fonologie uitleggen
• het verschil tussen articulatieplaats, -wijze en stemhebbend/stemloosheid uitleggen en
consonanten binnen deze aspecten classificeren
• de fonologische ontwikkeling van kinderen tussen 1 en 2;06 jaar beschrijven (o.a. fonologische
vereenvoudigingsprocessen)
Taalreceptie Taalproductie
Taalvorm Waarneming van Productie van
Fonologie, spraakklanken spraakklanken
morfologie, syntaxis Begrijpen van morfologische Productie van
verschijnselen morfologische
Begrijpen van zinnen verschijnselen
Productie van zinnen
Taalinhoud Woordenschat passief Woordenschat actief
Semantiek Begrijpen van semantische Productie van
relaties semantische relaties
Begrijpen van verhalen Productie van verhalen
Taalgebruik Begrijpen van communicatieve Conservatievaardigheden
Pragmatiek functies gebruiken
Begrijpen van Taal gebruiken voor intra
conversatievaardigheden persoonlijke functies (in
zichzelf praten/denken)
Pre-linguale fase (0-12 maanden)
• Joint attention protoconversatie dialoog
• Huilen vocaliseren brabbelen
Vroeglinguale fase (1;0 - 2;06 jaar)
• Taalontwikkeling wordt zichtbaar:
– Basiswoordenschat
– Toegenomen fonologische vaardigheden
– Eén- en tweewoordzinnen
• Betekenisvol gesprek met het kind is mogelijk
Foneemverwerving
• Variatie tussen kinderen door de relatie
– fonologische ontwikkeling
– fijn - motorische ontwikkeling
– semantische ontwikkeling
Hoe leert een kind taal?
Prelinguale fase (0;1 –1;0)
• 1e maand huilen en andere niet-spraakklankachtige geluiden
• 2-3 maanden geluiden die op syllabes lijken met achterklinkers
• 4-6 maanden vocaalspel (variaties van dag tot dag)
• 7-9 maanden medeklinkerachtige geluiden, langere reeksen, CV syllabes, brabbelen