Wat bestudeer je bij sociologie:
- De samenhang in groepen
- De samenhang tussen groepen
- De invloed van de maatschappij op groepen en op mensen in die
groepen
Socialisatie= je leren gedragen in groepen en weten wat daarbij
belangrijk is. Dus normen/waarden/daden.
- Ook wel: proces waarbij mensen leren zich sociaal te gedragen in de voor
hem relevante groepen.
Bv: Bewust: meenemen naar musea, dan leer je hoe het er in het
verleden aan toe ging
Onbewust: tafel dekken volgens een bepaalde indeling
Daarmee leren ze wat belangrijk is (musea) en hoe het hoort (tafel
dekken).
Sociale cohesie: De samenhang die in een samenleving of groep
bestaat door de mate waarin mensen zich verbonden voelen met elkaar
Waarden= met anderen gedeelde voorstellingen over wat goed en juist
is en daardoor nastrevenswaardig.
- Bv: eer, fatsoen, eerlijkheid, vrijheid, gelijkheid, gastvrijheid etc
Waarden geven invulling aan doelen van een individu en groep.
Af te lezen aan hoe mensen praten over deze waarden, zeg-gedrag;
en af te lezen aan hoe mensen deze waarden naleven in daden, doe-
gedrag.
Normen= concrete gedragsregels die aangeven welk gedrag verwacht
wordt in een bepaalde situatie, wat je moet doen en wat je juist niet moet
doen.
- Geldt voor een bepaalde groep of zelfs een hele samenleving.
- Bv: Norm: Als de trein aankomt, wacht je even tot de mensen uitgestapt
zijn, alvorens zelf in te stappen. Waarde: Geduld
Normen geven invulling aan het toepassen van waarden
Af te lezen aan hoe mensen handelen en
Af te lezen waarop men elkaar aanspreekt.
3 typen normen:
1. Morele normen (vooral in geloof): verschil maken tussen goed en
slecht gedrag
,2. Juridische normen (vooral in wetboeken): verschil maken tussen
legaal en illegaal gedrag
3. Sociale normen : verschil maken tussen gepast en ongepast gedrag
, Bewust en niet bewust gedrag:
- Door socialisatie wordt veel gedrag onbewust overgenomen
- Het onbewust eigen maken van gedragsnormen heet internalisering;
het proces waarbij mensen zich verwacht gedrag eigen maken, zodat ze
het zonder nadenken en automatisch doen.
- Pas in confrontatie met andere normen worden je eigen normen
zichtbaar. (bv insecten eten in China of de vieze wc in Frankrijk)
Hospitalisering= vorm van internalisering waarbij het gedrag van
mensen zo door anderen wordt bepaald en geregeld dat men zelf nog
nauwelijks initiatief kan nemen.
- Aanleren van normen is handig, maar soms ook niet.
- We zien dit in bejaardentehuizen, gevangenissen, klooster etc.
Bv bejaardentehuizen: worden heel erg geholpen, maar daardoor ook heel
afhankelijk. Ze hebben geen eigen drive meer, het wordt passief
- Eigenlijk hebben ze die normen aangeleerd gekregen, omdat andere
mensen het voor hun deden.
Normen gekoppeld aan positie of rol
- Bv als arts, er wordt verwacht dat je serieus omgaat met de klachten van
patiënten.
- Rolgedrag: gedragsnorm gekoppeld aan de maatschappelijke rol of
positie
- Rol: een samenstel van normen en verwachtingen met betrekking tot
het gedrag van iemand in een sociale positie.
Wat kan het effect zijn van rolgedrag?
- De norm van het gedrag van de roldrager wordt bepaald door de
verwachtingen van andere
- Dat kan conflict opleveren tussen de persoon van de roldrager en de
verwachtingen die aan hem worden gesteld door anderen of zichzelf
2 typen rollenconflicten
1. Intern: als je de verschillende verwachtingen binnen 1 rol niet kunt
combineren.
Bv Lance Armstrong bij wielrennen: moet clean zijn, maar wil ook de beste
zijn
2. Extern: als je de verwachtingen aan je verschillende rollen in de
samenleving niet kunt combineren.
Bv: moeder zijn combineren met je werk.