Methoden van wetenschappelijk
onderzoek:
(a) positief-wetenschappelijke
benadering
1 De logica van het wetenschappelijk onderzoek
1.1 Wetenschap en gezond verstand
1.1.1 Kennis
Wetenschap (theorie in het Gezond verstand
algemeen)
Kennis verwerven Voorafgaande ervaring + bijkomende
kennis
Netwerk van concepten Netwerk van concepten
Twee criteria Geen criteria want deze vergen te veel
Interne consistentie tijd en energie
uitspraak niet in tegenspraak met
de rest
Correspondentie
kennis moet overeenkomen met de
ervaringswereld
Systematische en gecontroleerd Selectiviteit
! ook selectief Evidentie consitent met de
Onderzoeksobject en –methoden hypothese kiezen
worden geëxpiceerd binnen de ! Intuïtieve wetenschap
geldende criteria Vaak foute voorspellingen
! onderzoekers zijn ook mensen van
vlees en bloed
Korte termijn geheugen vs lange termijn geheugen
↓
- Organisatie van informatie
- Knopen en verbanden
- Informatie opslaan = integreren
1.1.4 Selectiviteit
Conformerende evidentie zoeken
Consistent met eigen hypothese
Vermijden van falsifiërende informatie
Heuristieken
Nuttige oplossingsmethode, een short cut, maar niet persé correct
Beschikbaarheidsheuristiek
1
, Oordeel vellen over waarschijnlijkheid (Hoe gemakkelijk kan ik het me voor de
geest halen?)
Vividness van informatie
Representatieheuristiek
Waarschijnlijkheid dat A tot klasse B behoort (Gelijkenis tussen A en B)
1.2 Enkele opvatingen over de wetenschap
1.2.2 Statische en dynamische visie op wetenschap
Statisch Dynamisch
Wetenschap zijn vaststaande feiten en Wetenschap kan aanleiding geven tot
theorieën nieuwe theorieën
Kennis uitbreiden Kennis wijzigen (eventueel
paradigmawissel)
Kanttekeningen
1. Dynamische visie is realistischer: belang theorie ↔verzameling van feiten
Verschillende benaderingen
2. Einstein-syndroom
Mythe: Wetenschap bestaat uit dramatische ontdekkingen en doorbraken
! zeer zeldzaam en mede in de hand gewerkt door de media
Eén cruciaal experiment is meestal niet voldoende om tot een theoretisch
inzicht te komen
3. Lakatos (wetenschapspsycholoog) 1970
Cruciale experimenten worden pas later in de geschiedenis van de
wetenschap als cruciaal erkend
4. Connectiviteitsprincipe (Bronowski, leerling van Lakatos)
Om van een nieuwe theorie te kunnen spreken moeten zowel de
nieuwe als vroegere feiten verklaard worden (uit oudere theorieën),
eventueel op een andere manier
Zowel discontinuïteit als continuïteit
5. Principe van convergerende evidentie
Verschillende studies en onderzoeksmethoden
1.2.3 Kennisgerichte vs pragmatische visie
Pragmatisch Kennisgericht
Verbetering leefwereld Wetmatigheden kennen die aan de
basis van fenomenen van de
maatschappij liggen
Oplossen van praktische problemen Fenomenen begrijpen
Toepassingsgericht Fundamenteel
2
onderzoek:
(a) positief-wetenschappelijke
benadering
1 De logica van het wetenschappelijk onderzoek
1.1 Wetenschap en gezond verstand
1.1.1 Kennis
Wetenschap (theorie in het Gezond verstand
algemeen)
Kennis verwerven Voorafgaande ervaring + bijkomende
kennis
Netwerk van concepten Netwerk van concepten
Twee criteria Geen criteria want deze vergen te veel
Interne consistentie tijd en energie
uitspraak niet in tegenspraak met
de rest
Correspondentie
kennis moet overeenkomen met de
ervaringswereld
Systematische en gecontroleerd Selectiviteit
! ook selectief Evidentie consitent met de
Onderzoeksobject en –methoden hypothese kiezen
worden geëxpiceerd binnen de ! Intuïtieve wetenschap
geldende criteria Vaak foute voorspellingen
! onderzoekers zijn ook mensen van
vlees en bloed
Korte termijn geheugen vs lange termijn geheugen
↓
- Organisatie van informatie
- Knopen en verbanden
- Informatie opslaan = integreren
1.1.4 Selectiviteit
Conformerende evidentie zoeken
Consistent met eigen hypothese
Vermijden van falsifiërende informatie
Heuristieken
Nuttige oplossingsmethode, een short cut, maar niet persé correct
Beschikbaarheidsheuristiek
1
, Oordeel vellen over waarschijnlijkheid (Hoe gemakkelijk kan ik het me voor de
geest halen?)
Vividness van informatie
Representatieheuristiek
Waarschijnlijkheid dat A tot klasse B behoort (Gelijkenis tussen A en B)
1.2 Enkele opvatingen over de wetenschap
1.2.2 Statische en dynamische visie op wetenschap
Statisch Dynamisch
Wetenschap zijn vaststaande feiten en Wetenschap kan aanleiding geven tot
theorieën nieuwe theorieën
Kennis uitbreiden Kennis wijzigen (eventueel
paradigmawissel)
Kanttekeningen
1. Dynamische visie is realistischer: belang theorie ↔verzameling van feiten
Verschillende benaderingen
2. Einstein-syndroom
Mythe: Wetenschap bestaat uit dramatische ontdekkingen en doorbraken
! zeer zeldzaam en mede in de hand gewerkt door de media
Eén cruciaal experiment is meestal niet voldoende om tot een theoretisch
inzicht te komen
3. Lakatos (wetenschapspsycholoog) 1970
Cruciale experimenten worden pas later in de geschiedenis van de
wetenschap als cruciaal erkend
4. Connectiviteitsprincipe (Bronowski, leerling van Lakatos)
Om van een nieuwe theorie te kunnen spreken moeten zowel de
nieuwe als vroegere feiten verklaard worden (uit oudere theorieën),
eventueel op een andere manier
Zowel discontinuïteit als continuïteit
5. Principe van convergerende evidentie
Verschillende studies en onderzoeksmethoden
1.2.3 Kennisgerichte vs pragmatische visie
Pragmatisch Kennisgericht
Verbetering leefwereld Wetmatigheden kennen die aan de
basis van fenomenen van de
maatschappij liggen
Oplossen van praktische problemen Fenomenen begrijpen
Toepassingsgericht Fundamenteel
2