Werkkapitaalbeheer:
1.
Noem de 3 motieven voor het aanhouden van liquide middelen, leg deze
uit *
Noem 3 gevolgen van debiteurenbeheer waarom een onderneming het
geld zo snel mogelijk wil ontvangen van de debiteuren, leg ook uit hoe
factoring hierbij helpt ***
Wie heeft er een formule voor voorraadbeheer? Geef de formule en noem
3 kenmerken ***
Eigen Vermogen:
2. Veel ondernemingen streven naar zo veel mogelijk winst, maar ook naar
zo’n groot mogelijk eigen vermogen.
Bij verschillende bedrijfsvormen zijn verschillende bronnen van eigen
vermogen. Noem ze per bedrijfsvorm:*
a. Eenmanszaak:
b. NV:
c. BV:
d. Vennootschap:
Er wordt ook belasting betaald over de inkomsten. Leg uit hoe dit werkt bij
een inkomen van 73.000 euro. Ervan uitgaande dat de boxen als volgt zijn
ingedeeld. Box 1: 14%, Box 2: 30%, Box 3: 34% en Box 4: 51%. *
Geef de definities van de volgende begrippen: *
e. Nominale waarde
f. Intrinsieke waarde
g. Cash dividend
h. Stock dividend
Vreemd Vermogen:
Geef een uitleg van de volgende begrippen: **
i. Stille reserve
j. Open reserve
k. Prioriteitsaandelen
Noem het verschil en de overeenkomsten tussen een reserve en een
voorziening **
Onder Vreemd Vermogen vestaan we ook obligaties. Geef 4 kenmerken van een
Converteerbare Obligatie:
1.
2.
3.
4.
,Rentabiliteit:
Liquiditeit kan op verschillende manieren worden gemeten, volgens de
statische manier en de dynamische manier. Noem deze manieren en geef aan
wat er statisch of dynamisch aan is. *
Statisch 1:
Statisch 2:
Statisch 3:
Statisch 4:
Dynamisch 1:
Solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen eigen vermogen en vreemd
vermogen. Geef aan waarom dit interessant kan zijn om te weten. *
Rentabiliteit geeft de verhouding aan tussen de winst en het daarvoor
gebruikte vermogen. Geef aan waarom dit interessant is om te weten. *
Leasing:
Geef 4 kenmerken van Operational Leasing: **
1.
2.
3.
4.
Geef 4 kenmerken van Financial Leasing: **
1.
2.
3.
4.
, Formuleblad:
Aandelen:
Aantal aandelen: Aandelenkapitaal** / Nominale waarde
Nominale waarde: Aandelenkapitaal** / Aantal aandelen
Intrinsieke waarde (per aandeel): Eigen Vermogen** / Aantal aandelen**
Statische liquiditeit:
Werkkapitaal: Voorraad** + Debiteuren** + Liquide Middelen**
Netto werkkapitaal: Vlottende Activa** – Kort Vreemd Vermogen**
Netto werkkapitaal: Eigen Vermogen** + Lang Vreemd Vermogen** –
Duurzame Activa**
Current ratio: Vlottende Activa** / Kort Vreemd Vermogen**
Quick ratio: Vlottende Activa** – Voorraden** / Kort Vreemd Vermogen**
Dynamische liquiditeit:
Liquiditeitsbegroting opstellen
Solvabiliteit ALTIJD x100%:
Solvabiliteit 1: Eigen Vermogen** / Totaal Vermogen** x 100%
Solvabiliteit 2: Eigen Vermogen** / Vreemd Vermogen** x 100%
Solvabiliteit 3: Vreemd Vermogen** / Totaal Vermogen** x 100%
Rentabiliteit ALTIJD GEMIDDELDE VAN JAREN EN x100%:
Rentabiliteit Eigen Vermogen vb:Netto winst voor belasting* /Gemiddeld
Eigen Vermogen** x 100%
Rentabiliteit Eigen Vermogen nb:Netto winst na belasting* /Gemiddeld Eigen
Vermogen** x 100%
Rentabiliteit Vreemd Vermogen: Betaalde interest* / Gemiddeld Vreemd
Vermogen** x 100%
Rentabiliteit Totaal Vermogen: Bedrijfsresultaat* / Gemiddeld Totaal
Vermogen** x 100%
Rentabiliteit Hefboom: RTV + [ ( RTV-RVV ) x VV/EV ]
*staat op de winst/verliesrekening
**staat op balans
Betalingskorting berekenen:
Voorbeeld: factuur €100.000, betalingstermijn 50 dagen, 5% korting binnen 7
dagen betalen.