PORTFOLIO
- -
12 - 04 - ‘21
,Inhoudsopgave
KLINISCH REDENEREN
HOOFDSTUK 1. KLINISCH REDENEREN: ANAMNESE ........................................................................................ 2
1.1 DE EERSTE INDRUK ............................................................................................................................................. 2
1.2 HET ZIEKTEBEELD ............................................................................................................................................... 2
1.3 BELEVINGSWERELD ............................................................................................................................................ 4
1.4 INSCHATTING MAKEN VAN DE GEZONDHEID ............................................................................................................ 5 1.5
GEZONDHEIDSSITUATIE ....................................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 2. KLINISCH REDENEREN: DIAGNOSE .......................................................................................... 8
2.1 AANKNOPINGSPUNTEN VOOR HET VERLENEN VAN ZORG ............................................................................................ 8 2.2
EVALUATIE DIAGNOSES ....................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 3. KLINISCH REDENEREN: RESULTAAT ...................................................................................... 10
3.1 RESULTATEN ................................................................................................................................................... 10
3.2 EVALUEREN RESULTATEN .................................................................................................................................. 11
HOOFDSTUK 4. KLINISCH REDENEREN: INTERVENTIE .................................................................................... 12
4.1 INTERVENTIE OPSTELLEN ................................................................................................................................... 12 4.2
TERUGKOPPELING WERKBEGELEIDER ................................................................................................................... 13 4.3
EVALUATIE VERPLEEGPLAN ................................................................................................................................ 13
HOOFDSTUK 6. ONDERZOEKEND VERMOGEN: PROBLEEMANALYSE ............................................................. 15
6.1 CASUSBESCHRIJVING ........................................................................................................................................ 15 6.2
PROBLEEMBESCHRIJVING .................................................................................................................................. 15 6.3
PROBLEEM-, DOEL- EN VRAAGSTELLING ................................................................................................................ 16
HOOFSTUK 7. ONDERZOEKEND VERMOGEN: ONDERZOEKSMETHODE .......................................................... 17
7.1 ZOEKPLAN ...................................................................................................................................................... 17
7. 2 TIJDSPLANNING .............................................................................................................................................. 18
HOOFDSTUK 8. DATA-VERZAMELING ............................................................................................................ 19
HOOFSTUK 9. ONDERZOEKEND VERMOGEN: DATA-ANALYSE ....................................................................... 25
HOOFSTUK 10. ONDERZOEKEND VERMOGEN: RAPPORTAGE ........................................................................ 26
10.1 CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 26
10.2 ADVIES ........................................................................................................................................................ 26
HOOFSTUK 11. BRONNENLIJST ONDERZOEKEND VERMOGEN ....................................................................... 27
HOOFDSTUK 12. BIJLAGEN ........................................................................................................................... 28
1
, Hoofdstuk 1. Klinisch redeneren: Anamnese
1.1 De eerste indruk
De cliënt voor de opdracht klinisch redeneren betreft een man van 84 jaar oud. Meneer heeft
grijs kort haar. Daarnaast heeft meneer een grijze baard. Meneer ziet er goed verzorgt uit. Wel
heeft meneer een beetje een grauw gezicht. Meneer heeft een forse bouw. Hij is tussen de
185 en 190 cm lang. Meneer is altijd vrolijk gestemd wanneer je de kamer binnen komt lopen.
De cliënt is erg spraakzaam en houdt wel van een gezellig praatje.
Meneer vindt het erg leuk om over zijn verleden te praten en over het buitenleven. Meneer
vindt eigenlijk alles wel prima als je iets aan hem vraagt. Meneer is erg vriendelijk en toont
interesse in mijn studie. Wanneer meneer iets niet zint geeft hij dit erg goed aan. Meneer
loopt iets voorovergebogen. Wanneer het kan loopt meneer graag met de rollator. De zit en
sta functie van meneer zijn nog erg goed. De cliënt staat zelf op en hoeft daar niet bij
geholpen te worden. Meneer praat een beetje benauwd. De cliënt komt cognitief nog erg
goed over. Meneer onthoudt nog erg veel van wat je hebt gezegd. Ook onthoudt meneer
gemaakte afspraken nog erg goed. Tijdens de ADL helpt meneer nog mee zoveel als hij kan.
Hij helpt bijvoorbeeld bij de broek omhoogtrekken en bij het shirt aantrekken. Daarnaast helpt
hij met aanwijzingen geven als het personeel even iets vergeet of niet meer weet. Meneer is
soms een beetje stil wanneer hij iemand voor het eerst ziet. Hij laat dan nog niet veel los
over zijn situatie. Wanneer je naar de situatie van meneer vraagt vertelt hij wel veel. Meneer
praat graag over zijn medisch verleden en vind het altijd erg leuk wanneer studenten komen
helpen. Wanneer studenten graag een nieuwe handeling willen leren vindt meneer het niet
erg als zij dat bij hem gaan oefenen.
Tijdens de ADL heeft meneer nog wel eens last van pijn of benauwdheid. Meneer geeft dit zelf
nog heel goed aan. Hij laat het weten wanneer er iets mis is of als hij zich ergens zorgen over
maakt. Meneer heeft last van mitralisinsufficiëntie, angina pectoris, atriumfibrilleren,
nierfunctiestoornis en diabetes mellitus type 2. Meneer weet zelf nog veel te vertellen over zijn
aandoeningen, maar ook over zijn medicijngebruik.
Meneer woont in het Theodotion op de afdeling Schatmeester. Hij heeft zijn eigen kamer met
een aantal persoonlijke spullen. Meneer heeft wat meubels meegenomen vanuit zijn huis. Zo
staat er een kast met wat foto’s. Aan de muur hangen wat schilderijen. Ook zijn er wat
tekeningen van kleinkinderen en achterkleinkinderen te zien. Meneer heeft een bureau met
daarop een laptop. Ook heeft meneer zijn eigen koelkastje meegenomen. Meneer vindt het erg
belangrijk dat er persoonlijke spullen in zijn kamer zijn, dat geeft hem het gevoel dat hij thuis
is. De kamer is niet heel ruim. De badkamer wordt gedeeld met een buurvrouw. In de gang
van de afdeling woont ook zijn vriendin.
1.2 Het ziektebeeld
De bewoner heeft een medische voorgeschiedenis vanaf 1998:
- 2020 vermoeden diabetische polyneuropathie
- 2019 dyspnoe/ decompensatie bij ernstige mitralisinsufficiëntie waarvoor geen
chirurgische mogelijkheden
- 2019 normale longfunctietest
- 2019 opname cardiologie: dyspnoe d’effort bij AF wv start verapamil. Redelijke LVF 45-
50%, ernstige rest MI bij mitraclip
- 2019 opname chirurgie: sociale indicatie bij pijnklachten door contusie en hematoom
rechteronderbeen na val met scootmobiel
- 2018 mitraclip plaatsing
- 2018 thoracale klachten met op CAG geen nieuwe bevindingen t.o.v. 2016
- 2016 CAG bij iAP klachten instent restenose wv PCI
2