HOORCOLLEGS BLOK A
2022-2023
HOGESCHOOL UTRECHT FYSIOTHERAPIE
, Verbindingen/ gewrichten (syndesmologie)
Inhoud Er zijn 3 verbanden tussen botten:
- Anatomie 1. Naar de aard van verbinding
- Skelet – osteologie WEEK 1
2. Naar het aantal botten binnen het gewrichtskapsel
- Gewrichten – syndesmologie 3. Naar de vorm van de botuiteinden (type verbinding)
- Bewegingen – kinesiologie
Skelet
- Assen- en vlakkenstelsel m.b.t. bewegingen
- Passief Houdings- en 1. Indeling naar de aard van de verbinding
(bewegensterminologie)
BewegingsApparaat (HBA) - Junctura ossea (botverbinding)
- Bestaat uit ca. 206 botstukken Kenmerken:
Verbeend: geen beweeglijkheid, stevigheid
- Zorgt voor stevigheid en vorm van het
Voorbeeld:
3. Indeling naar vorm van de botuiteinden (type lichaam Vergroeiing heupbeenderen tot bekkenhelft
verbinding) - Junctura fibrosa (bindweefselverbinding)
- Articulatio sphaeroidea – kogelvormig 2. Indelingen naar het aantal botten binnen Kenmerken syndemosis:
gewricht het kapsel (geldt alleen voor juncturae synoviales) Bandverbinding tussen botten, geringe
- Articulatio cylindrica – cylindergewricht - Articulatio simplex
beweeglijkheid en elastische aanpassing aan
o Ginglymus – scharniergewricht belasting
= enkelvoudig gewricht (twee Voorbeeld:
o Art. trochoidea – draai- of botstukken komen samen) Verbinding tussen je tibia en fibula
kogelgewricht Voorbeeld: Kenmerken sutra:
- Articulatio sellaris – zadelgewricht De bekken bij een volwassenen Zeer smalle spleten met bindweefsel gevuld
- Articulatio ellipsoidea – ellipsvormig - Articulatio composita (compenseren)
Voorbeeld:
gewricht Schedelnaden van een volwassene
= samengesteld gewricht (meer dan - Junctura cartilaginea (kraakbeenverbinding)
- Articulatio plana – vlak gewricht twee botstukken komen samen) Kenmerken synchondrosis:
Voorbeeld: Hyalien kraakbeen. Sterk en trekt vast maar toch
De elleboog flexibel
- Articulatio duplex Voorbeeld:
Verbindingen tussen de ribben onderling en de
= bicondylair gewricht (twee botstukken ribben met het sternum
op meer dan één plaats met elkaar - Junctura synovialis (vloeistof, articulatie =
verbonden). Twee enkelvoudigen art.)
gewrichten die met elkaar moeten Kenmerken:
bewegen Cartilago articularis – kraakbeen op
Voorbeeld: gewrichtsuiteinden
Je kaak, elle boog en pols Capsula articularis – gewrichtskapsel
Cavum articualare – gewrichtsspleet (hierdoor kan
- Articulatio complexa de vloeistof heen en weer bewegen)
= gewricht waarin disci (een dicht Kop/ kom
kraakbeen schijfje) of menisci (een open Synovia – gewrichtsvocht
kraakbeen schijfje) voorkomen Het is elastisch kraakbeen en best stevig. Gaar dit
Voorbeeld: kapot duurt het even voordat het herstelt.
Voorbeeld:
De kruidbanden bij de knie of de heup De knie, elleboog en de enkel
,Bewegingen (kinesiologie) Vlakken- en assenstelsel: 3 vlakken, 3 assen Sagittale vlak, transversale/ frontale as
Bewegingsmogelijkheden (per type synoviaal Dit is allemaal gebaseerd op de anatomische - Je lichaam wordt in een linker- en
gewicht) houding. rechterhelft gedeeld.
- Articulatio sphaeroidea (bolgewricht) - Herkenning: cirkelbeweging en
→ kan alle kanten op roteren (3-assig, assen voorkant achterkant
loodrecht op elkaar) - De bewegingen flexie/ extentie en
- Articulatio cylindrica (dwars- of antiflexie/ reteroflexie zijn gekoppeld
lengtescharnietgewricht) aan het sagittale vlak
o Ginglymus → as loodrecht op lengte-
as beide stukken Transversale vlak, longitudinale as (van
o Art. trochoidea → as in de boven naar beneden)
lengterichting van bewegende - Je lichaam wordt in een boven- en
botstuk onderkant gedeeld
- Articulatio sellaris (zadelvormig gewricht - Herkenning: cirkelbeweging
→ 2-assig; botuiteinden zijn zowel kop als - De bewegingen exorotatie/
kom (convex + concaaf) endorotatie zijn gekoppeld aan het
- Articulatio ellipsoidea (eivormig gewricht) transversale vlak
→ 2-assig; zowel rotatie als translatie
- Articulatio plana (plat/ vlak gewricht) WEEK 1
→ translaties in alle richtingen; rotatie om Frontale vlak, sagittale as
eigen as - Je lichaam wordt in een voor- en
achterkant gedeeld
- Herkenning: zijwaartse beweging
- De bewegingen abductie/ adductie
zijn gekoppeld aan het transversale
vlak
.
, Anatomie Bouw van skeletspier van macro naar microniveau
- Macroscopische bouw en eigenschappen
van spieren – inleiding algemene myologie
Spierfysiologie
- Werking van spieren – microniveau – dit
college + canvas
Inhoud spierfysiologie
- Bouw van spiervezels
- Contractiemechanisme spier
- Motorische eenheid
- Variatie in spierkracht
- Spiervezeltypen in skeletspieren
Sarcomeer- contractiele eenheid
Onderzoek bouw skeletspieren
- Biopt
= Je neemt een stukje met een naald weg
en gaat het onderzoeken
WEEK 1 Bijvoorbeeld de waarde van enzymen
Spiercel/-vezel dwarsdoorsnede
- Sarcolemma Om een spiervezel in actie te krijgen heb je iets
o Spiervezelmembraan nodig wat activeert. Dit heet een neuron
- Celkern (zenuwvezel). Een neuron is een aansturing vanuit
- Mitochondriën het zenuwstelsel.
- Myofibrillen Het contact plaats tussen de zenuwvezel en
- Sarctotubulair systeem spiervezel noem je een motorische eindplaat.
Myofibrillen
- Myofilamenten
o Actine
(dun)
o Myosine
(dik)