Samenvatting colleges Anatomie
Mondzorgkunde jaar 1 (MHVP1CLL1B) Hanzehogeschool Groningen
Blik in de mond + anatomische nomenclatuur
Anatomie gaat over waar het lichaam uit bestaat en hoe ons lichaam is vormgegeven.
, het vormt de basis voor alle medische disciplines
Anatomische niveaus:
- Cellen en weefsels = microscopisch
- Organen en organismes = macroscopisch
Anatomische nomenclatuur:
Met de nomenclatuur kan men precies aangeven hoe structuren gelegen zijn ten opzichte
van elkaar. Alle medici spreken zo dezelfde taal (Latijn – benamingen ; Engels – wetenschap ;
Nederlands – praktijk)
Lichaamsregionen:
Caput = hoofd
Collum = hals
Thorax = borst
Abdomen = buik
Pelvis = bekken
Extremitas/membrum = ledemaat
Terminologie:
- Cavitas = holte
- Longus = lang
- Brevis = kort
- Major = groot
- Minor = klein
- Rectus = recht
- Obliquus = schuin
- Superficialis = oppervlakkig
- Profundus = diep
Frontaal (coronaal) : dorsaal/posterior = rugzijde
Ventraal/anterior = buikzijde
Mediaan/saggitaal: lateraal = naar zijkant ; mediaal = naar midden
Sinister = links ; dexter = rechts
Transversaal (axiaal): proximaal = bovenste deel (craniaal)
Distaal = onderste deel (caudaal)
Het lichaam: holtes omgeven door een wand:
Mondholte (Cavitas oris):
o Vestibulum oris = ruimte tussen tanden en lippen
o Cavitas oris proprius = ruimte tussen tanden en tong
2
,Lippen (Labia):
o Philtrum = kuiltje tussen neus en lippen
o Labium superius = bovenlip
o Labium inferius = onderlip
o Frenulum = de draadjes bij lippen en tong (aanhechting)
Wangen (Buccae):
o De opening van een speekselklier, papilla ductus parotidei, is zichtbaar in het
wangslijmvlies
o Oppervlakkig in de wang = vet
Speekselklieren (Glandula …)
o Glandula parotidea (1)
o Glandula submandibularis (2)
o Glandula sublingualis (3)
Regio sublingualis (structuren):
o Klieren
o Slijmvlies niet direct op de mondbodemspieren maar er is bindweefselruimte
Harde en zachte gehemelte:
o Palatum durum = hard/benig gehemelte
o Palatum molle = zacht/musculair gehemelte
o Van elkaar gescheiden door de A-lijn
Palatum durum bestaat uit – voor naar achter:
- Processus palatini (maxilla)
- Lamina horizontalis van os palatinum
- Os incisivum
Keelbogen (arcus):
o Bevestiging aan palatum molle
o Voorste keelboog = m. palatoglossus (van palatum molle tong)
o Achterste keelboog = m. palatopharyngeus (van palatum molle pharynx)
Keelamandelen (tonsila):
o Tussen beide keelbogen bevinden zich de keelamandelen (tonsilla palatina)
Botten en schedel
Een volwassene heeft over het algemeen +/- 206 botten. Bij een kind zijn dat er +/- 350
3
, Axiaal: - cranium (schedel)
- colomna vertebralis (wervelkolom)
- costae (ribben) en sternum (borstbeen)
Appendiculair: - membrum superius (bovenste extremiteiten = armen)
- membrum inferius (onderste exxtremiteiten = benen)
Functies van het skelet:
o Weefselvorming (bloedcellen)
o Reservoir (mineralen)
o Bescherming (vitale organen)
o Ondersteuning
o Beweging
Bot:
Bestaat uit: - rood beenmerg (erytrocyten)
- mergholte
- geel beenmerg (vet)
Wolff’s law: Bot ontwikkelt zich in de richting waar er krachten op werken
Oneffenheden ontstaan mede onder invloed van de spieren die op het bot
aanhechten.
Terminologie:
- Foramen = opening
- Tuber = knobbel
- Condylus = heuvel (gewrichtsknobbel)
- Processus = uitsteeksel
- Fossa = groeve
Schedel (cranium):
Bevat 22 botten en bestaat uit: Neurocranium = 8 botten en Viscerocranium = 15 botten
Viscerocranium (aangezichtsschedel):
Gepaarde beenderen
- maxilla (bovenkaak)
- os zygomaticum (jukbeen)
- os nasale (neusbeen
- os lacrimale (traanbeen)
Ongepaarde beenderen
- vomer (ploegschaarbeen)
- mandibula (onderkaak)
- os ethmoidale (zeefbeen)
Neustussenschot = os ethmoidale + vomer
(inferior conchae zijn neusschelpen)
4
Mondzorgkunde jaar 1 (MHVP1CLL1B) Hanzehogeschool Groningen
Blik in de mond + anatomische nomenclatuur
Anatomie gaat over waar het lichaam uit bestaat en hoe ons lichaam is vormgegeven.
, het vormt de basis voor alle medische disciplines
Anatomische niveaus:
- Cellen en weefsels = microscopisch
- Organen en organismes = macroscopisch
Anatomische nomenclatuur:
Met de nomenclatuur kan men precies aangeven hoe structuren gelegen zijn ten opzichte
van elkaar. Alle medici spreken zo dezelfde taal (Latijn – benamingen ; Engels – wetenschap ;
Nederlands – praktijk)
Lichaamsregionen:
Caput = hoofd
Collum = hals
Thorax = borst
Abdomen = buik
Pelvis = bekken
Extremitas/membrum = ledemaat
Terminologie:
- Cavitas = holte
- Longus = lang
- Brevis = kort
- Major = groot
- Minor = klein
- Rectus = recht
- Obliquus = schuin
- Superficialis = oppervlakkig
- Profundus = diep
Frontaal (coronaal) : dorsaal/posterior = rugzijde
Ventraal/anterior = buikzijde
Mediaan/saggitaal: lateraal = naar zijkant ; mediaal = naar midden
Sinister = links ; dexter = rechts
Transversaal (axiaal): proximaal = bovenste deel (craniaal)
Distaal = onderste deel (caudaal)
Het lichaam: holtes omgeven door een wand:
Mondholte (Cavitas oris):
o Vestibulum oris = ruimte tussen tanden en lippen
o Cavitas oris proprius = ruimte tussen tanden en tong
2
,Lippen (Labia):
o Philtrum = kuiltje tussen neus en lippen
o Labium superius = bovenlip
o Labium inferius = onderlip
o Frenulum = de draadjes bij lippen en tong (aanhechting)
Wangen (Buccae):
o De opening van een speekselklier, papilla ductus parotidei, is zichtbaar in het
wangslijmvlies
o Oppervlakkig in de wang = vet
Speekselklieren (Glandula …)
o Glandula parotidea (1)
o Glandula submandibularis (2)
o Glandula sublingualis (3)
Regio sublingualis (structuren):
o Klieren
o Slijmvlies niet direct op de mondbodemspieren maar er is bindweefselruimte
Harde en zachte gehemelte:
o Palatum durum = hard/benig gehemelte
o Palatum molle = zacht/musculair gehemelte
o Van elkaar gescheiden door de A-lijn
Palatum durum bestaat uit – voor naar achter:
- Processus palatini (maxilla)
- Lamina horizontalis van os palatinum
- Os incisivum
Keelbogen (arcus):
o Bevestiging aan palatum molle
o Voorste keelboog = m. palatoglossus (van palatum molle tong)
o Achterste keelboog = m. palatopharyngeus (van palatum molle pharynx)
Keelamandelen (tonsila):
o Tussen beide keelbogen bevinden zich de keelamandelen (tonsilla palatina)
Botten en schedel
Een volwassene heeft over het algemeen +/- 206 botten. Bij een kind zijn dat er +/- 350
3
, Axiaal: - cranium (schedel)
- colomna vertebralis (wervelkolom)
- costae (ribben) en sternum (borstbeen)
Appendiculair: - membrum superius (bovenste extremiteiten = armen)
- membrum inferius (onderste exxtremiteiten = benen)
Functies van het skelet:
o Weefselvorming (bloedcellen)
o Reservoir (mineralen)
o Bescherming (vitale organen)
o Ondersteuning
o Beweging
Bot:
Bestaat uit: - rood beenmerg (erytrocyten)
- mergholte
- geel beenmerg (vet)
Wolff’s law: Bot ontwikkelt zich in de richting waar er krachten op werken
Oneffenheden ontstaan mede onder invloed van de spieren die op het bot
aanhechten.
Terminologie:
- Foramen = opening
- Tuber = knobbel
- Condylus = heuvel (gewrichtsknobbel)
- Processus = uitsteeksel
- Fossa = groeve
Schedel (cranium):
Bevat 22 botten en bestaat uit: Neurocranium = 8 botten en Viscerocranium = 15 botten
Viscerocranium (aangezichtsschedel):
Gepaarde beenderen
- maxilla (bovenkaak)
- os zygomaticum (jukbeen)
- os nasale (neusbeen
- os lacrimale (traanbeen)
Ongepaarde beenderen
- vomer (ploegschaarbeen)
- mandibula (onderkaak)
- os ethmoidale (zeefbeen)
Neustussenschot = os ethmoidale + vomer
(inferior conchae zijn neusschelpen)
4