15.1 Anatomie van de temporaalkwab
Bestudeer van 15.1 'Temporal-lobe anatomy' (H15 Kolb) blz. 400-402 en figuren 15.1
t/m 15.3. Beantwoord daarna de volgende vragen zonder terug te kijken in het boek.
Wat is de hoofdfunctie van de onderstaande anatomische gebieden:
1) Superieure temporale gyrus (figuur 15.1A/B)
Auditieve verwerking
2) Inferieure en mediore temporale gyrus (figuur 15.1A)
Visuele verwerking
3) Superieure temporale sulcus (figuur 15.3C)
Matcht visuele en auditieve informatie (cross-modal matching)
Analyseert biologische beweging, categoriseert stimuli
Kan ook reageren op het vooraanzicht van het gezicht, hoofdpostuur en bepaalde
gezichtsuitdrukkingen
4) Insula (figuur 15.2)
Smaak en auditieve associatie
5) Mediale temporaalkwab (figuur 15.3D; TF/TH)
Geheugen
Bestudeer ook nauwkeurig de sectie "Connections of the temporal cortex". Leer de
koppeling tussen functies en de paden die in figuur 15.4 staan weergegeven.
15.2 Theorie over de functies van de temporaalkwab
Bestudeer van 15.2 'A theory of temporal-function anatomy' (H15 Kolb) blz. 404-416.
Dit keer mag je wel het boek erbij pakken als je bepaalde vragen niet direct weet te
beantwoorden.
1) De superieure temporale sulcus (STS) activeert als mensen biologische beweging
waarnemen. In ditfilmpjeLinks to an external site.zie je een aantal voorbeelden van
biologische beweging. Sociale cognitie lijkt af te hangen van een goede werking van
dit gebied. Kan je uitleggen waarom?
De STS analyseert biologische beweging. Je sociale cognitie hangt hier vanaf omdat
onze samenleving sociale betekenissen geeft aan bepaalde bewegingen. We kunnen
bijvoorbeeld veel leren van de manier waarop iemand kijkt of waar iemand naartoe
kijkt.
2) In de sectie "Are faces special?" en figuur 15.11 staan verschillende gebieden
weergegeven die belangrijk zijn voor gezichtsverwerking. Wat is het verschil in functie
tussen de "fusiform face area", "superior temporal sulcus" en "inferior occipital gyri"
als het om gezichtsverwerking gaat?
De inferiore occipitale gyri gaat over het beginstadium van de perceptie van
gezichtskenmerken.
De fusiforme face area (FFA) spelt een rol bij de herkenning van gezichtskenmerken
die specifiek zijn voor een persoon (identiteitsherkenning bij een volledig gezicht).
Bestudeer van 15.1 'Temporal-lobe anatomy' (H15 Kolb) blz. 400-402 en figuren 15.1
t/m 15.3. Beantwoord daarna de volgende vragen zonder terug te kijken in het boek.
Wat is de hoofdfunctie van de onderstaande anatomische gebieden:
1) Superieure temporale gyrus (figuur 15.1A/B)
Auditieve verwerking
2) Inferieure en mediore temporale gyrus (figuur 15.1A)
Visuele verwerking
3) Superieure temporale sulcus (figuur 15.3C)
Matcht visuele en auditieve informatie (cross-modal matching)
Analyseert biologische beweging, categoriseert stimuli
Kan ook reageren op het vooraanzicht van het gezicht, hoofdpostuur en bepaalde
gezichtsuitdrukkingen
4) Insula (figuur 15.2)
Smaak en auditieve associatie
5) Mediale temporaalkwab (figuur 15.3D; TF/TH)
Geheugen
Bestudeer ook nauwkeurig de sectie "Connections of the temporal cortex". Leer de
koppeling tussen functies en de paden die in figuur 15.4 staan weergegeven.
15.2 Theorie over de functies van de temporaalkwab
Bestudeer van 15.2 'A theory of temporal-function anatomy' (H15 Kolb) blz. 404-416.
Dit keer mag je wel het boek erbij pakken als je bepaalde vragen niet direct weet te
beantwoorden.
1) De superieure temporale sulcus (STS) activeert als mensen biologische beweging
waarnemen. In ditfilmpjeLinks to an external site.zie je een aantal voorbeelden van
biologische beweging. Sociale cognitie lijkt af te hangen van een goede werking van
dit gebied. Kan je uitleggen waarom?
De STS analyseert biologische beweging. Je sociale cognitie hangt hier vanaf omdat
onze samenleving sociale betekenissen geeft aan bepaalde bewegingen. We kunnen
bijvoorbeeld veel leren van de manier waarop iemand kijkt of waar iemand naartoe
kijkt.
2) In de sectie "Are faces special?" en figuur 15.11 staan verschillende gebieden
weergegeven die belangrijk zijn voor gezichtsverwerking. Wat is het verschil in functie
tussen de "fusiform face area", "superior temporal sulcus" en "inferior occipital gyri"
als het om gezichtsverwerking gaat?
De inferiore occipitale gyri gaat over het beginstadium van de perceptie van
gezichtskenmerken.
De fusiforme face area (FFA) spelt een rol bij de herkenning van gezichtskenmerken
die specifiek zijn voor een persoon (identiteitsherkenning bij een volledig gezicht).