Trisomie 21: down syndroom
Syndroom van down:
Scheefstaande oogspleten
Vlak gezicht
Nek geplooid
Doorlopende buigplooi op hand(en)
Oren klein en laag ingeland
Hyperflexibiliteit van de gewrichten
Algemene hypotonie (lage spierspanning)
Minder ontwikkeld kootje van de pink
In Nederland komen 300 kinderen per jaar ter wereld met het syndroom van
down.
Co morbiditeit bij syndroom van down:
Aangeboren hartafwijkingen (44 tot 58%)
Oogafwijkingen (38 tot 80%)
Gehoorstoornissen (38 tot 78%)= korte gehoorgangen
Obstructief slaapapnoesyndroom (57%)
Obesitas (30 tot 35%)
Schildklierafwijkingen (28 tot 40%)
Gedragsproblemen (18 tot 38%)
Kwaliteit van leven
Ontwikkelingsquotiënt (IQ)
Longproblemen (niet voldoende lucht, benauwd)
Maagdarmproblemen
Probleemgedrag
Opleidingsniveau van de moeders
Hartafwijkingen hebben geen invloed op de kwaliteit van leven.
Autonomie
Zelfstandigheid problematisch. Hoe kan iemand zelfstandig beslissingen
nemen? Doet iemand anders dit voor hen? Maar eerst je kind leren
kennen!
Zoeken naar het individu.
On-line blijven
Communicatie
Laten niet zien wat ze allemaal kunnen. Ze hebben verbaal en geestelijk
niet het vermogen om te vertellen wat ze bezig houden.
Taalbegrip (hersenen). Passief taalgebruik
Spraak taal ontwikkeling. Vanaf 2 jaar
Ontwikkeling