Afdoeningsmodaliteit - Vervolgingsbeslissingen
Casus 1
Sjaak wordt verdacht van brandstichting in een verlaten schuurtje op het
platteland. Bij de politie bekent Sjaak. Hij verklaart dat hij ook niet goed weet
waarom hij het schuurtje in brand heeft gestoken. Af en toe kan hij zich gewoon
niet bedwingen en moet hij iets vernielen, zo zegt hij.
De officier van justitie wil Sjaak voor dit feit vervolgen, maar twijfelt over de
tenlastelegging. Eigenlijk weet hij niet goed of hij in dit geval brandstichting (art.
157 lid 1 Sr) of vernieling (art. 350 lid 1 Sr) ten laste moet leggen. Hij wil daarom
gebruik maken van een samengestelde tenlastelegging.
Vraag a
Welke samengestelde tenlastelegging kan de OvJ hier het beste gebruiken?
Antwoord:
Primair zou brandstichting en subsidiair zou vernieling kunnen worden
aangevoerd. Cumulatief betekent dat hij beide feiten als twee verschillende
feiten ziet.
Stel dat het onderzoek ter terechtzitting staat gepland op 1 juni 2014 bij de
meervoudige kamer van de rechtbank in Arnhem.
Vraag b
Op welke datum moet de dagvaarding aan Sjaak uiterlijk uitgebracht zijn?
Antwoord:
Art. 265 lid 1: minimaal 10 dagen de tijd hebben om je voor te kunnen bereiden
dus 21 mei
Vraag c
Beantwoord dezelfde vraag voor het geval Sjaak wordt gedagvaard voor de
politierechter.
Antwoord: Art. 370 lid 1: dagvaardingstermijn is 3 dagen, je komt dus uit op 29
mei
Stel dat de officier van justitie op 28 mei 2014 merkt dat Sjaak nog niet is
gedagvaard. Inmiddels heeft hij bedacht dat het misschien beter is Sjaak voor de
brandstichting – in plaats van hem te dagvaarden - een strafbeschikking aan te
bieden. De OvJ stuurt hem een bericht waarin hij meedeelt dat Sjaak de schade
moet vergoeden aan de eigenaar van het schuurtje (het schadebedrag bedraagt
€ 2.500,-). Verder moet hij contact opnemen met een instelling voor psychische
hulp, om te werken aan zijn agressieve en vernielzuchtige gedrag.
Vraag d
Kan de officier van justitie in dit geval deze strafbeschikking geven?
Antwoord: