8.1 Achtergrondkennis
8.1.1 Waarom boeken lezen?
Redenen om boeken te lezen:
Kennis opdoen van de wereld
Vergroot de taalontwikkeling
Inleven in andere mensen en culturen
Zelfreflectie
Inleven in andere tijden
Literaire vorming
Directe positieve invloed op alle cito-scores
8.1.2 Door de eeuwen heen
Tot 1700
Voor 1700 bestonden er nog geen echte kinderboeken, kinderen werden
behandeld als mini-volwassenen. In de middeleeuwen leerden kinderen
alleen het alfabet met de abecedaria, en schrijven met lei en griffel.
Alleen kloosterlingen lazen. Vanaf de dertiende eeuw lazen alleen jongeren
uit de betere stand.
Vanaf midden vijftiende eeuw werd lezen toegankelijker door de
boekdrukkunst, maar veel teksten waren in het Latijn (wat niet iedereen
kende) en boeken waren heel duur. Kinderen moesten het met een beperkt
aanbod aan schoolboekjes doen
. Erasmus (1466-1536) acht klassiekers ook geschikt voor
jongvolwassenen, en beperkt zich daarbij niet tot alleen prozaromans. Het
leesvoer van die tijd (Ulenspieghel, Reinaert) bevatte altijd moralistische
boodschappen.
Na de val van Antwerpen in 1585 veranderd er veel op maatschappelijk
gebied (denk aan de verdeling van protestants Noord en katholiek Zuid
Nederland), dit zag je ook aan de jeugdliteratuur. Iedereen zou de Bijbel
moeten kunnen lezen, o.a. om die reden moet iedereen naar school.
Schoolboeken verbeterden. De eerste kinderboeken hebben een religieuze
aard, maar verhalen over de tachtigjarige oorlog waren ook populair.
Achttiende eeuw
In de achttiende eeuw (verlichting) werd de mens met veel kennis
belangrijk. John Locke ging er in tegenstelling tot veel tijdgenoten niet
vanuit dat kennis aangeboren is. Jean Jacques Rousseau was het deels met
Locke eens, hij vond echter dat boeken niet goed waren voor kinderen. Hij
maakte alleen een uitzondering voor Robinson Crusoe (1719) van Daniël
Defoe, omdat in dit boek rationalisme en romantiek perfect samen gaan
(verstand én natuur).