2.0 Centrummaten en frequentietabellen
Centrummaten Berekening
Gemiddelde Tel alle waarnemingsgetallen bij elkaar op, deel dit door
het aantal waarnemingsgetallen.
Mediaan Schrijf de getallen in volgorde van grootte. De mediaan is
het middelste getal bij een oneven aantal getallen. Bij een
even aantal getallen is de mediaan het gemiddelde van de
middelste twee getallen.
Modus Ga na of er één waarnemingsgetal is met de hoogste
frequentie, is die er dan is dat de modus.
Bij een staafdiagram staan de staven los van elkaar, omdat ze bij verschillende categorieën horen. Een stapeldiagram is
een samengesteld staafdiagram.
2.1 De onderzoeksvraag
De statistiek houdt zich bezig met methoden en technieken voor het verzamelen, verwerken, analyseren en presenteren
van gegevens. De verzamelde gegevens worden data genoemd. Deze data staan centraal in de statistische cyclus.
Je hebt met een causaal verband/oorzakelijk verband te maken als
een gebeurtenis het directe gevolg is van een andere gebeurtenis.
Het opstellen van een onderzoeksvraag gaat in vier stappen.
1. Het onderzoeksterrein verkennen.
2. Het onderzoeksterrein afbakenen.
3. De eerste versie van de onderzoeksvraag formuleren.
4. De onderzoeksvraag toetsen:
- Scherp geformuleerd.
- Enkelvoudig.
- Nieuw.
- Mag niet uitgaan van foute veronderstellingen.
De totale groep waarop het onderzoek zich richt heet de populatie. Het deel van de populatie wat je daadwerkelijk
onderzoekt heet de steekproef. Het is belangrijk dat een steekproef een goeie afspiegeling is van de totale populatie. Een
steekproef heet dan representatief. Een representatieve steekproef moet voldoen aan:
- De steekproef is voldoende groot.
- De steekproef is aselect. Een steekproef is aselect als elk element van de populatie een even grote kans heeft om in de
steekproef te komen
De wiskundige term voor deel is proportie. Wanneer 12% van de populatie meedoet aan het onderzoek zeggen we dat de
populatieproportie 0,12 is p = 0,12. Wanneer er bij een steekproef 9% meedoet zeggen we dat de steekproefproportie
0,09 is ^
P = 0,09.
P = Aantal elementen met het kenmerk in de populatie Deel
Totaalaantal elementen in de populatie Geheel
^
P = Aantal elementen met het kenmerk in de steekproef
Totaalaantal elementen in de steekproef