Rick Star
BE-1F
Samenvatting AIS: H4
Samenvatting
Informatie: is opgebouwd uit twee elementen: allereest heeft informatie
inhoud. Die inhoud bestaat uit gegevens/data. Ten tweede heeft informatie
te allen tijde een gebruiker nodig, zonder een gebruik heeft de informatie
geen waarde.
Het begrip Informatiesysteem kan in vier taken worden onderscheiden:
1. Invoeren: een informatiesysteem moet mogelijkheden bieden om
gegevens in te voeren zodat zij kunnen worden opgeslagen of
verwerkt.
2. Opslaan: in een informatiesysteem moeten gegevens tijdelijk of
permanent kunnen worden opgeslagen.
3. Verwerken: de in het informatiesysteem ingevoerde gegevens
moeten kunnen worden veranderd en bewerkt zodat nieuwe
gegevens kunnen worden gegenereerd.
4. Uitvoeren/presenteren: om gebruik te kunnen maken van de in
het informatiesysteem aanwezige gegevens, moeten deze gegevens
kunnen worden uitgevoerd of gepresenteerd.
Een geautomatiseerd informatiesysteem bestaat uit de volgende
onderdelen:
1. Hardware
2. Software
3. Gegevens
4. Netwerken
5. Mensen en procedures
Infrastructuur: alle elementen die computers en gebruikers onderling
met elkaar verbinden.
De drie verschillende fasen van hardware:
1. Het tijdperk van de mainframes: jaren zestig en zeventig.
2. Het tijdperk van de personal computer: jaren tachtig en negentig.
3. Het tijdperk van de netwerken: vanaf jaren negentig.
Opslagmedia: kenmerkt zich door de steeds groter wordende capaciteit.
BE-1F
Samenvatting AIS: H4
Samenvatting
Informatie: is opgebouwd uit twee elementen: allereest heeft informatie
inhoud. Die inhoud bestaat uit gegevens/data. Ten tweede heeft informatie
te allen tijde een gebruiker nodig, zonder een gebruik heeft de informatie
geen waarde.
Het begrip Informatiesysteem kan in vier taken worden onderscheiden:
1. Invoeren: een informatiesysteem moet mogelijkheden bieden om
gegevens in te voeren zodat zij kunnen worden opgeslagen of
verwerkt.
2. Opslaan: in een informatiesysteem moeten gegevens tijdelijk of
permanent kunnen worden opgeslagen.
3. Verwerken: de in het informatiesysteem ingevoerde gegevens
moeten kunnen worden veranderd en bewerkt zodat nieuwe
gegevens kunnen worden gegenereerd.
4. Uitvoeren/presenteren: om gebruik te kunnen maken van de in
het informatiesysteem aanwezige gegevens, moeten deze gegevens
kunnen worden uitgevoerd of gepresenteerd.
Een geautomatiseerd informatiesysteem bestaat uit de volgende
onderdelen:
1. Hardware
2. Software
3. Gegevens
4. Netwerken
5. Mensen en procedures
Infrastructuur: alle elementen die computers en gebruikers onderling
met elkaar verbinden.
De drie verschillende fasen van hardware:
1. Het tijdperk van de mainframes: jaren zestig en zeventig.
2. Het tijdperk van de personal computer: jaren tachtig en negentig.
3. Het tijdperk van de netwerken: vanaf jaren negentig.
Opslagmedia: kenmerkt zich door de steeds groter wordende capaciteit.