Arresten: (1) Verpleegster (2) Porsche (3) Schieten in de kroeg (4) Bumperkleven (5) Aanmerkelijke
kans, arresten zijn roodgekleurd
A) Inleiding
I. Het Strafrecht is (1)schuldstrafrecht en (2)daadstrafrecht
i. Schuldstrafrecht: door de voorwaarde verwijtbaarheid, immers HR melk en
water
ii. Daadstrafrecht: omdat de daad strafbaar is en de gedachte er niet toe doet
II. Geen straf zonder schuld
i. Twee mensbeelden in het strafrecht
1. Mens heeft geen keuzevrijheid, geen schuld mogelijk
2. Mens heeft wel keuzevrijheid, schuld mogelijk. Opzet en culpa zijn
uitdrukkingen hiervan
Uitgangspunt in het Nederlandse strafrecht
B) Opzet
I. Graden van opzet
i. Opzet met bedoeling (vol opzet)
1. Je wil A realiseren en het lukt om A te realiseren
2. Nagenoeg enige doel van handeling is het realiseren van de strafbare
handeling
ii. Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn
1. Je wil A realiseren en daardoor realiseer je noodzakelijkerwijs ook B
2. Een niet beoogd doel dat 100% zeker zal intreden bij voldoening van het doel
iii. Voorwaardelijk opzet
1. Je wil A realiseren en neemt B daarbij op de koop toe (schieten in de kroeg)
i. Bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans
1. Aanmerkelijke kans: naar algemene ervaringsregels (aanmerkelijke
kans)
Aard van de gedraging + omstandigheden waaronder verricht
2. Bewustzijn van die kans: wetenschap ervan
Verklaringen
Objectiveren en/of normaliseren (‘gewoon mens’)
3. Aanvaarden van die kans: op de koop toenemen dat die kans
intreedt (Porsche) (Bumperkleven)
Verklaringen
Objectiveren en/of normaliseren (‘gewoon mens’)
- Bij alle letten op contra-indicaties (iets dat de stelling tegen beweert)
II. Wijze waarop opzet in de wet is omschreven
i. Hoe in wet
1. Opzettelijk, bv. 302 lid 1 Sr
2. Ingeblikt opzet, bv. 205 lid 1 Sr (‘werven’) en 310 (‘wegnemen’)
Want werven doe je sowieso met opzet
Opzet draait om de handeling, wegnemen doe je altijd met opzet
3. Wetende dat, bv. 174 lid 1 Sr
4. Oogmerk, bv. 94 Sr
ii. Bestanddelen in de delictsomschrijving waarop opzet van toepassing is