Hogeschool Utrecht – HU FYSIOTHERAPIE
De uitgewerkte toet casuïstiek voor de MSAe.IVT:
Betreffende…
- Spierletsel casus 1-6
- Enkel casus 1-8
- Knie casus 1-14
- Heup casus 1-8
(klein lettertype ivm opmaak voor de bijpassende plaatjes,
zelf natuurlijk mogelijkheid om het te vergroten)
,SL 1:
Klachten kuit (rechts)
Volleybal-training gisteravond (plotseling bij blokken van de bal) gestopt met training
Hypothese = zweepslag.
Voer onderzoek uit voor zweepslag:
Zweepslag = spierruptuur (mediale deel van gastrocnemius)
- Anamnese:
o Plotselinge felle pijn in kuit
o Kan niet meer lopen
o Gerelateerd aan actie
- Inspectie/palpatie (rolletje onder rechter voet)
Acuut:
o Weinig zichtbaar
o ‘gap’ soms palpabel (omvatten met lichte druk pijnlijk – niet meteen knijpen)
Subacuut:
o Zwelling en verkleuring thv letsel
o Geen positieverschil van voeten
- Palpatie:
o Hoe ernstig is het letsel? (MRI en echografie) dmv functieonderzoek en
pijnprovocatie
o Welke spier is gescheurd? (differentiëren op basis van functies)
Gastrocnemius: (flexie knie en plantairflexie)
Soleus: (plantairflexie)
o Welk deel van de spier? (spierbuik, spier-peesovergang, pees)
Dmv palpatie (zweepslag = caput mediale van gastrocnemius)
- Functieonderzoek/testen:
o AROM/PROM. Pijn bij actieve en passieve dorsaalflexie (mogelijk verschil bij
gebogen/gestrekte knie)
o Pijnprovocaties: aanspannen, verlengen en palpatie (positief triage)
Differentiaaldiagnoses (contra-indicaties voor fysiotherapie):
- Totaalruptuur van de spier
- Compartimentsyndroom
- Acute veneuze trombose
Verdenking van achillespeesruptuur = rode vlag.
Eerste 24 uur na trauma koelen (4-5 x per dag 20 min) om bloeding en weefselschade te beperken.
Na paar dagen beginnen met lopen en rekoefeningen.
Hakverhoging = minder belasting.
Pijnstilling.
Tape of verbanden.
Volledig hersteld na 4 weken.
,SL 2:
Klachten kuit (rechts)
Volleybal-training 3 weken geleden (plotseling bij blokken van de bal)
Hypothese: partiële spierruptuur in mediale deel van gastrocnemius = juist.
Volledig gebruik weer in ADL.
Hulpvraag: volledig kunnen volleyballen (twijfel bij springen en uitstappen).
Voer performanceanalyse uit:
- Gangpatroon analyseren looppatroon (videocamera = die app)
- Performance test:
o Lunge: uitvalspas (twijfelt ze bij)
o Springen: (op haar plek) (twijfelt ze bij)
Springen: (vanaf een step gaat dit goed, steeds opbouwen
behandeltafel)
SL 3:
Knappen in de kuit (trap van achteren)
Direct van voetbalveld
Niet meer normaal lopen
Hypothese: volledige of partiële achillespeesruptuur.
Voer onderzoek uit voor volledige of partiële achillespeesruptuur:
- Anamnese:
Totaal: Partieel:
- Acute, heftige pijn thv pees - Plotselinge pijn thv pees
- Pt voelt/hoort knappend geluid - Kan na paar min. weer lopen
- Kan niet meer lopen - Niet door een actie
- Door een actie
- Inspectie (rolletje onder rechter voet)/palpatie
Totaal: Partieel:
Acuut: Acuut:
- weinig te zien - Scherp begrensde verdikking op
- Positieverschil voeten pees
(aangedane voet hangt minder - Geen positieverschil voeten
in plantairflexie) Subacuut:
Subacuut: - ‘pinch’palpatie pees tussen duim
- Zwelling en verkleuring thv pees en wijsvinger = na langere tijd
- ‘pinch’palpatie pees tussen duim pijnlijk
en wijsvinger = pijnlijk
- Functieonderzoek/testen:
Totaal: Partieel:
- Positieve Thomsom test (knijpen - Negatieve Thomson test
in kuit plantairflexie enkel) (knijpen in kuit geen
- AROM/PROM. Pijn bij actieve en plantairflexie enkel)
passieve dorsaalflexie - AROM/PROM. Pijn bij passieve
- Actieve plantairflexie nog dorsaalflexie
mogelijk - Pijn bij actieve plantairflexie
(weerstand)
Totaal = doorsturen naar specialist want is rode vlag.
Partieel = zelf verder onderzoeken.
, SL 4:
Klachten linker hamstring
Hockewedstrijd (vorige week) tijdens spring in wedstrijd gestopt
Hypothese: partiële hamstring ruptuur
Voer onderzoek uit gericht op ernst en lokalisatie:
- Anamnese:
o Plotselinge felle pijn in hamstring
o Gerelateerd aan actie
- Inspectie/palpatie (rolletje onder rechter voet)
Acuut:
o Weinig zichtbaar
o ‘gap’ soms palpabel (omvatten met lichte druk pijnlijk – niet meteen knijpen)
Subacuut:
o Zwelling en verkleuring thv letsel
- Palpatie:
o Hoe ernstig is het letsel? (MRI en echografie) dmv functieonderzoek en
pijnprovocatie
o Welke spier is gescheurd? (differentiëren op basis van functies)
Biceps femoris (retroflexie heup en flexie en exorotatie knie)
Semitendinosus (retroflexie heup en flexie en endorotatie knie)
Semimembranosus (retroflexie heup en flexie en endorotatie knie bij flexie
knie)
o Welk deel van de spier? (spierbuik, spier-peesovergang, pees)
Dmv palpatie
- Functieonderzoek/testen:
o AROM/PROM. Pijn bij actieve retroflexie. Knie buigen, endo- of exrotatie doen
welke semi’s?
o Pijnprovocaties: aanspannen, verlengen en palpatie (positief triage)
- Lokalisatie dmv spierdifferentiatie en palpatie.
- Ernst dmv functieonderzoek en pijnprovocatie.