van Feldman De oudere mens
H.5 en 6 Feldman II:
-De student kan de lichamelijke ontwikkeling en de gezondheid
tijdens de ouderdom beschrijven, gebruikmakend van Feldman II,
hoofdstuk 5.1 en 5.2
Ouderdom is een periode waarin uiterlijke lichamelijke veranderingen
onmiskenbaar duiden op veroudering, maar veel ouderen blijven nog lange
tijd fit, actief en alert.
Tijdens de ouderdom neemt de omvang van de hersenen af en wordt de
toevoer van bloed (en zuurstof) naar alle delen van het lichaam, inclusief de
hersenen, minder. De bloedsomloop, de ademhaling en het
spijsverteringsstelsel werken minder efficiënt.
De reactietijd van ouderen is langer. Hiervoor zijn 2 verklaringen: het
peripheral slowing hypothesis (de verwerking in alle delen van het
zenuwstelsel gaat langzamer).
Fysieke veranderingen in het oog leiden tot achteruitgang van het
gezichtsvermogen en een aantal oogziekten, waaronder grauwe staar,
glaucoom en leeftijdsgebonden maculadegeneratie, komt vaker voor tijdens
de ouderdom.
Het gehoor gaat ook achteruit, met name het vermogen om hogere tonen te
horen. Gehoorverlies kan zowel psychologische als sociale consequenties
hebben, omdat ouderen hierdoor minder snel zullen deelnemen aan sociale
interacties. Verlies van het vermogen om te proeven en te ruiken kan
belangrijke gevolgen hebben voor de gezondheid.
Hoewel sommige mensen gezond zijn, komen enkele ernstige ziekten vaker
voor onder ouderen en neemt hun vermogen om te herstellen af. De meeste
ouderen lijden aan minstens één langdurige aandoening. De belangrijkste
doodsoorzaken tijdens ouderdom zijn hartkwalen, kanker en beroertes.
Ouderen zijn ook gevoelig voor psychische aandoeningen als depressie en
hersenziekten als de ziekte van Alzheimer.
Psychologische factoren en levensstijl hebben invloed op het welzijn tijdens
de ouderdom. Een gevoel van controle over het eigen leven en de directe
omgeving kan positieve effecten hebben, evenals goede voeding, voldoende
lichaamsbeweging en het vermijden van risicofactoren als roken.
Ondanks bepaalde veranderingen in het seksuele functioneren, blijven
mensen tijdens de ouderdom seksueel actief, op voorwaarde dat zowel de
lichamelijke als de psychische gezondheid goed zijn.
De onvermijdelijkheid van de dood is onbetwist, maar ook onverklaard.
Theorieën over genetische voorprogrammering stellen dat het lichaam een
ingebouwde tijdslimiet heeft, terwijl slijtagetheorieën stellen dat het lichaam
eenvoudigweg verslijt.
De levensverwachting is de laatste eeuwen gestaag toegenomen, en stijgt
nog steeds. Er zijn wel verschillen tussen geslacht, ras en etniciteit. De
levensduur kan verder verlengd worden door technologische ontwikkelingen
als telomeertherapie, reductie van vrije radicalen met anti-oxidanten, een
caloriearm dieet en vervanging van organen.
, -De student kan de cognitieve ontwikkeling tijdens de ouderdom
herkennen, gebaseerd op Feldman II, hoofdstuk 5.3 en de stof uit de
les.
Op grond van sequentiële onderzoeken, zoals het onderzoek van K. Warner
Schaie, gaat de intellectuele vaardigheden tijdens de ouderdom over het
algemeen langzaam achteruit, maar een aantal vaardigheden verandert op
een andere manier. Door training, stimulatie, oefening en motivatie kunnen
ouderen hun geestelijke vaardigheden op peil houden.
Niet alle delen van het geheugen verslechteren tijdens de ouderdom. Slechts
enkele specifieke vormen van geheugen gaan achteruit. Het episodische
geheugen wordt het meest aangetast, terwijl het semantische en impliciete
geheugen grotendeels hetzelfde blijven. Tot het 70 e jaar gaat het
kortetermijngeheugen geleidelijke aan achteruit, daarna versnelt het proces.
Verklaringen voor veranderingen in het geheugen concentreren zich rond
omgevingsfactoren, fouten in de informatieverwerking of biologische factoren.
Welke benadering het beste is, is nog niet duidelijk.
-De student kan de persoonlijke ontwikkeling tijdens de ouderdom
aangeven inclusief de theorie van Erikson, de ontwikkelingstaken
van Peck, Levinsons laatste seizoen, het onderzoek van Neugarten,
de life reviewtheorie en de disengagement-,activity- en
continuitytheorieën, zoals beschreven in Feldman II, hoofdstuk 6.1
Volgens Eriksons laatste stadium van psychosociale ontwikkeling, dat van
integriteit versus wanhoop, kijken mensen in deze fase terug op hun leven.
Als ze tevreden zijn, leidt dat tot integratie. Als ze ontevreden zijn, kan dat
wanhoop en desintegratie teweegbrengen.
Robert Peck onderscheidt drie belangrijke taken in deze periode:
herdefiniëring van het ik versus preoccupatie met de werkrol, transcendentie
van het ik versus preoccupatie met het ik.
Daniel Levinson stelt dat mensen op weg naar de ouderdom een
overgangsstadium doormaken waarin ze worstelen met ‘oud’ zijn en met
maatschappelijke stereotypen. Een succesvolle overgang leidt tot bevrijding
en zelfrespect.
Bernice Neugarten onderscheidt vier manieren waarop mensen het ouder
worden hanteren en koppelt daar vier persoonlijkheidstypen aan: het
gedesintegreerde en ongeorganiseerde type, het passief-afhankelijk type, het
afwerende type en het geïntegreerde type.
Life review, een thema dat in vrijwel alle ontwikkelingstheorieën over de
ouderdom voorkomt, stelt mensen in staat om conflicten uit het verleden
alsnog nog te lossen en wijsheid en sereniteit te verwerven. Maar sommige
mensen kunnen fouten en krenkingen uit het verleden niet loslaten.
Theorieën over leeftijdsstrateficatie stellen dat de ongelijke verdeling van
economische hulpbronnen, macht en privileges tijdens de ouderdom nog
groter wordt. Over het algemeen worden ouderen in westerse samenlevingen
minder gewaardeerd dan in veel Aziatische culturen.
De disengagement theory en de activity theory zijn twee tegengestelde visies
op de manieren waarop mensen op een goede manier met ouder worden
kunnen omgaan. Voor welke strategie iemand kiest, wordt gedeeltelijk
bepaald door zijn of haar vroegere gewoonten en persoonlijkheid.
Het model van selectieve optimalisatie met compensatie stelt dat mensen
zich concentreren op gebieden die belangrijk zijn voor hun persoonlijk