Aantekeningen natuurwetenschappelijke basisprincipes
Tentamen: 30 meerkeuzevragen, 5 rekenvragen meerkeuze, 8 open vragen meerkeuze met rekenen
(denk aan gaswet en 1 vraag met reactievergelijking kloppend maken.)
Les 1:
Via het portal; Toets matrijs; hierop kan je zien hoeveel vragen van welk onderdeel komen op de
toets. Zo kun je prioriteiten stellen in je voorbereiding van een tentamen.
1 molecuul water is opgebouwd uit 1 zuurstof (O) en 2 waterstof (H) (driehoek) > H2O
Faseovergangen, voorbeeld: bevroren water, waterdamp, vloeibaar.
Stoffen zijn onder te verdelen in; Zuivere stof of mengsel.
Alles is gemaakt van een stof (ook een gas) en heeft gewicht. (Kleur, reuk, smaak, oplosbaarheid, etc.
Zuivere stoffen hebben een smelt- en kookpunt (bij faseovergangen blijft de temp. Tijdelijk gelijk)
Mengsels hebben een smelt- en kooktraject (bij faseovergangen gaat het geleidelijk)
Scheidingsmethoden (alle mengsels zijn te scheiden)
- filtratie (filteren op basis van deeltjesgrootte)
- Afschenken / bezinking (wanneer er van nature al bezinking plaatsvindt) vb. olie/water
- indampen (kookpunt verschil; zout uit water)
- destillatie (altijd 2 vloeistoffen) kookpunt maakt het verschil.
- extractie (uittrekken, bijv. een theezakje) vb. heet water - koffie
- adsorptie (eerst adsorptiemiddel toevoegen, die trekt de stof naar zich toe, daarna filtreren.)
G = Gas
L = Vloeistof
S= Vaste stof
Les 2:
Adsorptie: silliconenpads bij bijv. kleding
Absorptie: bijv. spons
Suspensie = stofje in een vloeistof. Denk aan bloed, vruchtvlees, verf.
Emulsie = vloeistof in een vloeistof. Mayonaise, melk
Water is uitzondering, maar over algemeen: hoe kouder, hoe meer moleculen. Vaste stof is vaak het
zwaarst.
, Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. Zuivere stof is 1 molecuulsoort, een mengsel bevat meerdere
soorten moleculen.
Moleculen bewegen, hoe warmer hoe meer beweging. Moleculen hebben massa.
Dichtheid hoger ? Dan is het zwaarder. Moleculen zitten dichter bij elkaar.
Gaswet; de druk word bepaald door oppervlakte en kracht. (denk aan; naaldhakken op parketvloer)
1 mol = 6 x 10 23e
Celsius: Absolute nulpunt: -273 graden. Dan bewegen moleculen niet.
Kelvin: aantal graden Kelvin is aantal graden Celsius + 273
Gaswet (Boyle en Gay-Lussac)
PxV P is druk, V is volume, T is temperatuur, nR is gasconstante
----- = n R
T
15 x 2 15x1
------- = 5 ------ = 5
6 3
Kookvertraging:
Bij zuiver water verwarmen heb je geen belletjes. Geen belletjes is afkoelend effect.
Oplopen boven kookpunt.
Conserveringstechnieken:
!) Pasteuriseren = verminderen van aantal micro organismen (bacteriën en schimmels) door
verhitting
!) Steriliseren = doden van alle micro organismen, verhitting 120 graden, leidt vaak tot
smaakverandering. Wekken = verhitten, daarna vacuüm
Koelen
Drogen
Fermenteren
Inleggen=zout of suiker toevoegen, water onttrekken
https://quizlet.com/subject/natuurwetenschappen-2018-termen-DLT/
Diffusie: Deeltjes/moleculen bewegen van hoge concentratie naar lage concentratie, evenredige
verdeling over de ruimte. (scheet) (D) deeltjes
Osmose: transport van water (door een membraam)
Waarom dien je een zoutoplossing toe?
Isotoon: net zoveel opgeloste stoffen als in lichaamscellen en vloeistoffen.
Wetenschappelijke notatie; noteren van een getal.
1 mol = 6x10 23e aantal deeltjes of moleculen of atomen.
Tentamen: 30 meerkeuzevragen, 5 rekenvragen meerkeuze, 8 open vragen meerkeuze met rekenen
(denk aan gaswet en 1 vraag met reactievergelijking kloppend maken.)
Les 1:
Via het portal; Toets matrijs; hierop kan je zien hoeveel vragen van welk onderdeel komen op de
toets. Zo kun je prioriteiten stellen in je voorbereiding van een tentamen.
1 molecuul water is opgebouwd uit 1 zuurstof (O) en 2 waterstof (H) (driehoek) > H2O
Faseovergangen, voorbeeld: bevroren water, waterdamp, vloeibaar.
Stoffen zijn onder te verdelen in; Zuivere stof of mengsel.
Alles is gemaakt van een stof (ook een gas) en heeft gewicht. (Kleur, reuk, smaak, oplosbaarheid, etc.
Zuivere stoffen hebben een smelt- en kookpunt (bij faseovergangen blijft de temp. Tijdelijk gelijk)
Mengsels hebben een smelt- en kooktraject (bij faseovergangen gaat het geleidelijk)
Scheidingsmethoden (alle mengsels zijn te scheiden)
- filtratie (filteren op basis van deeltjesgrootte)
- Afschenken / bezinking (wanneer er van nature al bezinking plaatsvindt) vb. olie/water
- indampen (kookpunt verschil; zout uit water)
- destillatie (altijd 2 vloeistoffen) kookpunt maakt het verschil.
- extractie (uittrekken, bijv. een theezakje) vb. heet water - koffie
- adsorptie (eerst adsorptiemiddel toevoegen, die trekt de stof naar zich toe, daarna filtreren.)
G = Gas
L = Vloeistof
S= Vaste stof
Les 2:
Adsorptie: silliconenpads bij bijv. kleding
Absorptie: bijv. spons
Suspensie = stofje in een vloeistof. Denk aan bloed, vruchtvlees, verf.
Emulsie = vloeistof in een vloeistof. Mayonaise, melk
Water is uitzondering, maar over algemeen: hoe kouder, hoe meer moleculen. Vaste stof is vaak het
zwaarst.
, Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. Zuivere stof is 1 molecuulsoort, een mengsel bevat meerdere
soorten moleculen.
Moleculen bewegen, hoe warmer hoe meer beweging. Moleculen hebben massa.
Dichtheid hoger ? Dan is het zwaarder. Moleculen zitten dichter bij elkaar.
Gaswet; de druk word bepaald door oppervlakte en kracht. (denk aan; naaldhakken op parketvloer)
1 mol = 6 x 10 23e
Celsius: Absolute nulpunt: -273 graden. Dan bewegen moleculen niet.
Kelvin: aantal graden Kelvin is aantal graden Celsius + 273
Gaswet (Boyle en Gay-Lussac)
PxV P is druk, V is volume, T is temperatuur, nR is gasconstante
----- = n R
T
15 x 2 15x1
------- = 5 ------ = 5
6 3
Kookvertraging:
Bij zuiver water verwarmen heb je geen belletjes. Geen belletjes is afkoelend effect.
Oplopen boven kookpunt.
Conserveringstechnieken:
!) Pasteuriseren = verminderen van aantal micro organismen (bacteriën en schimmels) door
verhitting
!) Steriliseren = doden van alle micro organismen, verhitting 120 graden, leidt vaak tot
smaakverandering. Wekken = verhitten, daarna vacuüm
Koelen
Drogen
Fermenteren
Inleggen=zout of suiker toevoegen, water onttrekken
https://quizlet.com/subject/natuurwetenschappen-2018-termen-DLT/
Diffusie: Deeltjes/moleculen bewegen van hoge concentratie naar lage concentratie, evenredige
verdeling over de ruimte. (scheet) (D) deeltjes
Osmose: transport van water (door een membraam)
Waarom dien je een zoutoplossing toe?
Isotoon: net zoveel opgeloste stoffen als in lichaamscellen en vloeistoffen.
Wetenschappelijke notatie; noteren van een getal.
1 mol = 6x10 23e aantal deeltjes of moleculen of atomen.