Samenvatting The Economics of Money, Banking and
Financial Markets
(H 1 t/m H3, H5, H8, H10, H16 en H22)
1
, lOMoARcPSD
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 – Why study money, banking and financial markets?............................................3
Hoofdstuk 2 – An overview of the financial system....................................................................5
Hoofdstuk 3 – What is money?................................................................................................. 10
Hoofdstuk 5 – The behavior of interest rates...........................................................................11
Hoofdstuk 8 – An economic analysis of financial structure......................................................13
Hoofdstuk 10 – Banking and the management of financial institutions...................................16
Hoofdstuk 16 – Central Banks.................................................................................................. 19
Hoofdstuk 22 – The demand for money................................................................................... 23
2
, lOMoARcPSD
Hoofdstuk 1 – Why study money, banking and financial markets?
Financial Markets: (financiële markten): markten waarin fondsen van mensen die een
overmaat aan kapitaal hebben, worden overgeheveld naar mensen die er een gebrek aan
hebben.
Security: (financiële instrumenten): een vordering op het toekomstige inkomen van de
gebruiker.
Assets: (activa): Activa, gebouwen en bezittingen.
Bond: (obligatie): een schuldbewijs dat belooft dat er betalingen zullen plaats vinden op
een bepaalde tijd over een bepaalde periode.
Interest rate: (rente): de kosten om te lenen of de prijs die betaald is voor de huur of
voor kapitaal.
Common stock: (gewone aandelen): een aandeel of eigendom in een bedrijf.
Financial intermediairs: (financiële tussenpersonen): instituten die kapitaal lenen
van mensen die gespaard hebben, in ruil daarvoor verlenen zij leningen uit voor andere
mensen.
Financial crisis: (financiële crisis): grote verstoringen op de financiële markten die
worden gekenmerkt door scherpe dalingen in de prijzen van activa en het faillissement van
vele financiële en niet-financiële bedrijven.
Banks: (banken): zijn financiële instellingen die deposito's aanvaarden en leningen.
(Deposito’s = dat je geld voor een bepaalde tijd toevertrouwd aan de bank)
e.f inance: verbeteringen in de informatietechnologie (via je pc je saldo checken
bijvoorbeeld)
Money: (geld): iets dat algemeen wordt aanvaard als betaling voor goederen of
diensten of in de aflossing van schulden.
Aggregate output: (totale uitvoer): totale productie van goederen en diensten
Unemployment rate: (werkloosheidsgraad): het percentage van de beschikbare
beroepsbevolking wat werkloos is.
Business cyclus: (conjuctuur cyclus): de opwaartse en neerwaartse beweging in de
economie.
Recessions: (recessies): periodes van dalende koersen voor elke recessie
Monetary theory: (monetaire theorie): theorie dat veranderingen in de hoeveelheid
van geld
invloed heeft op de totale economie en het prijsniveau.
Aggregate price level: (prijsniveau): de gemiddelde prijs van goederen en diensten in
een economie.
Inflation: (inflatie): een voortdurende stijging van het prijsniveau, is gericht tegen
personen, bedrijven en de overheid.
Monetary policy: (Monetair beleid): het beheer van geld en rente.
3