Samenvatting Financieel beheer
Begrippen op een rij
Balans: bestaat uit bezittingen (activa), eigen vermogen en vreemd vermogen (passiva) op een
bepaald moment
Winst- en verliesrekening: bestaat uit een overzicht van alle opbrengsten en kosten over een
bepaalde periode
Liquiditeit geeft aan in welke mate een onderneming haar lopende betalingsverplichtingen kan
voldoen.
dynamische liquiditeit geeft aan of in een bepaalde periode de binnenkomende geldstroom groter
of kleiner zal zijn dan de uitgaande geldstroom.
statische liquiditeit geeft aan of een onderneming haar kortetermijnverplichting kan voldoen met
behulp van de vlotte activa
Investering: overzicht van alle activa die nodig zijn om en evenement uit te kunnen voeren
Begroting: totaaloverzicht van de verwachte financiële gevolgen
Budget: taakstelling voor alle betrokkenen
Breakevenomzet: geen opbrengst, geen winst
constante kosten .
opbrengsten per bezoeker – variabele kosten per bezoeker
Cashflow: de in- en uitstroom van liquide middelen (= geld)
Reden voor negatieve cashflow kan zijn: meer uitgaven dan inkomsten
Doelstellingen voor een evenement: geen verlies, winst (= kosten- of inkomstenoriëntatie)
Investeringsbegroting: opsomming van de te maken uitgaven
Financieringsplan: begroting van de wijze van financiëren van de benodigde investeringen
Exploitatiebegroting: (verwachte) begroting van omzet, kosten en nettowinst
Balansprognose: prognose van de toekomstige balansen op bais van de investerings- en
exploitatiebegroting en het financieringsplan
Liquiditeitsbegroting: begroting van alle inkomsten en uitgaven op maandbasis met als doel het
vaststellen van de liquiiteitsbehoefte
, Stappenplan budgetteren en begroten
1. Doelen vaststellen
2. Wie is betrokken bij het opstellen
3. Wat is de deadline
4. Informatieoverdracht en taakverdeling
5. Alternatieven formuleren
6. Informatie verzamelen
7. Informatie controleren
8. Cijferwerk
Valkuilen bij het opstellen van een budget
1. Verkeerde raming van kosten en opbrengsten
2. Indirecte kosten vergeten
3. Inkomsten te hoog ingeschat / uitgaven te laag ingeschat
4. Leveringen in natura niet meerekenen
5. Slechts één scenario uitwerken
Soorten begrotingen
1. Raming projectkosten
Opgenomen in projectvoorstel, optimistisch, realistisch, pessimistisch scenario, schatting
liever te ruim genomen
2. Elementenbegroting
Opgenomen in projectplan, elk onderdeel in geld uitgedrukt
3. Werkbegroting
Opgenomen in voortgangsbewaking, uitgebreide elementenbegroting incl. verklaring
Liquiditeits- vs./ exploitatiebegroting
1. Exploitatie: exclusief BTW
Liquiditeit: incl. BTW
2. Aflossingen niet in exploitatie, wel in liquiditeit
3. Afschrijvingen niet in liquiditeit, wel in exploitatie
Constante vs. variabele kosten
Constant: onafhankelijk van het aantal gasten (zaal, drukwerk, kantoorbenodigdheden)
Variabel: afhankelijk van het aantal gasten (catering, transport, programma)
Standaardkosten evenementenbegroting
1000 Locatiekosten
(huur, parkeerterrein, gas/water/licht, opknapkosten)
2000 Primaire activiteiten
(workshops, cabaret, expositie, feest)
3000 Secundaire activiteiten
(openings-/sluitingsceremonie)
4000 Ontwerp/advies/ondersteuning
(reiskosten adviseurs, ontwerpers, vormgevers, fotografen, ondersteunend personeel,
onkosten vrijwilligers)
5000 Bijkomende kosten
(transport, verzekeringen, auteursrechten, overheidsheffingen, rente, aansluit)
6000 Ondersteunende faciliteiten
(schoonmaak, beveiliging, catering, EHBO, kaartverkoop, toiletten, aankleding
accomodatie)
7000 Promotie/publiciteit/PR
(reclame/advertenties, vlaggen, programmaboekjes, flyers, uitnodigingen, entreebewijzen,
relatiegeschenken)
8000 Organisatiekosten en onvoorzien
(telefoonkosten, briefpapier, vergadering, reiskosten. Onvoorzien: initiatiefase: 10%,
uitwerkingsfase: 5%)
9000 Opbrengsten
(entreegelden, verkoop, catering, parkeren, toiletten, merchandising)
Begrippen op een rij
Balans: bestaat uit bezittingen (activa), eigen vermogen en vreemd vermogen (passiva) op een
bepaald moment
Winst- en verliesrekening: bestaat uit een overzicht van alle opbrengsten en kosten over een
bepaalde periode
Liquiditeit geeft aan in welke mate een onderneming haar lopende betalingsverplichtingen kan
voldoen.
dynamische liquiditeit geeft aan of in een bepaalde periode de binnenkomende geldstroom groter
of kleiner zal zijn dan de uitgaande geldstroom.
statische liquiditeit geeft aan of een onderneming haar kortetermijnverplichting kan voldoen met
behulp van de vlotte activa
Investering: overzicht van alle activa die nodig zijn om en evenement uit te kunnen voeren
Begroting: totaaloverzicht van de verwachte financiële gevolgen
Budget: taakstelling voor alle betrokkenen
Breakevenomzet: geen opbrengst, geen winst
constante kosten .
opbrengsten per bezoeker – variabele kosten per bezoeker
Cashflow: de in- en uitstroom van liquide middelen (= geld)
Reden voor negatieve cashflow kan zijn: meer uitgaven dan inkomsten
Doelstellingen voor een evenement: geen verlies, winst (= kosten- of inkomstenoriëntatie)
Investeringsbegroting: opsomming van de te maken uitgaven
Financieringsplan: begroting van de wijze van financiëren van de benodigde investeringen
Exploitatiebegroting: (verwachte) begroting van omzet, kosten en nettowinst
Balansprognose: prognose van de toekomstige balansen op bais van de investerings- en
exploitatiebegroting en het financieringsplan
Liquiditeitsbegroting: begroting van alle inkomsten en uitgaven op maandbasis met als doel het
vaststellen van de liquiiteitsbehoefte
, Stappenplan budgetteren en begroten
1. Doelen vaststellen
2. Wie is betrokken bij het opstellen
3. Wat is de deadline
4. Informatieoverdracht en taakverdeling
5. Alternatieven formuleren
6. Informatie verzamelen
7. Informatie controleren
8. Cijferwerk
Valkuilen bij het opstellen van een budget
1. Verkeerde raming van kosten en opbrengsten
2. Indirecte kosten vergeten
3. Inkomsten te hoog ingeschat / uitgaven te laag ingeschat
4. Leveringen in natura niet meerekenen
5. Slechts één scenario uitwerken
Soorten begrotingen
1. Raming projectkosten
Opgenomen in projectvoorstel, optimistisch, realistisch, pessimistisch scenario, schatting
liever te ruim genomen
2. Elementenbegroting
Opgenomen in projectplan, elk onderdeel in geld uitgedrukt
3. Werkbegroting
Opgenomen in voortgangsbewaking, uitgebreide elementenbegroting incl. verklaring
Liquiditeits- vs./ exploitatiebegroting
1. Exploitatie: exclusief BTW
Liquiditeit: incl. BTW
2. Aflossingen niet in exploitatie, wel in liquiditeit
3. Afschrijvingen niet in liquiditeit, wel in exploitatie
Constante vs. variabele kosten
Constant: onafhankelijk van het aantal gasten (zaal, drukwerk, kantoorbenodigdheden)
Variabel: afhankelijk van het aantal gasten (catering, transport, programma)
Standaardkosten evenementenbegroting
1000 Locatiekosten
(huur, parkeerterrein, gas/water/licht, opknapkosten)
2000 Primaire activiteiten
(workshops, cabaret, expositie, feest)
3000 Secundaire activiteiten
(openings-/sluitingsceremonie)
4000 Ontwerp/advies/ondersteuning
(reiskosten adviseurs, ontwerpers, vormgevers, fotografen, ondersteunend personeel,
onkosten vrijwilligers)
5000 Bijkomende kosten
(transport, verzekeringen, auteursrechten, overheidsheffingen, rente, aansluit)
6000 Ondersteunende faciliteiten
(schoonmaak, beveiliging, catering, EHBO, kaartverkoop, toiletten, aankleding
accomodatie)
7000 Promotie/publiciteit/PR
(reclame/advertenties, vlaggen, programmaboekjes, flyers, uitnodigingen, entreebewijzen,
relatiegeschenken)
8000 Organisatiekosten en onvoorzien
(telefoonkosten, briefpapier, vergadering, reiskosten. Onvoorzien: initiatiefase: 10%,
uitwerkingsfase: 5%)
9000 Opbrengsten
(entreegelden, verkoop, catering, parkeren, toiletten, merchandising)