Hoofdstuk 6
Ontwikkeling B-cellen
B-cellen gaan van pro B-cel à pre B-cel à immature B-cel
Stap 1: diversiteit
1) Stamcel: heeft germline DNA
2) Pro-B-Cel: RAG-eiwit begint tot expressie brengen. De zware keten is het moeilijkst
dus hij begint daar. Van tussen J en D naar tussen D en V.
Checkpoint 1: De grote-pre-B cel gaat proberen een ’nep’ lichte keten te binden. Als
er een eiwit aan de lichte receptor kan binden à goede cel. Dit gebeurt is cytosol.
Als dit niet kan à oplossen of apoptose. Het oplossen gaat nog een keer langs het
chromosoom, als de eerste lukt dan stopt hij hier, gaat het niet goed dan gaat hij
langs het andere chromosoom. Het gaat maar 50% goed.
3) Is dit goed, dan gaat RAG uit en dan gaat de pre B-cel verder delen. Daarna wordt de
lichte keten geknipt; alleen V aan J hoeven geknipt te worden dus dit kan meerder
keren en gaat dus ook vaker goed. Eerst wordt meestal kappa geprobeerd en dan
Labda. Als dit klaar is dan is het en immature B-cel.
Stap 2: negatieve selectie
Dan is er weer een checkpoint: hier wordt ook gecheckt maar dan aan het oppervlak van de
cel. Een immature B-cel heeft igM en als hij niet bindt aan zelf antigenen op stroma cellen,
mag hij de bloedbaan in. 75% haalt het niet. Als ze heel goed binden aan onze cellen, dan
gaat RAG opnieuw de lichte keten maken. Daarna gebeurt de test opnieuw. Als hij reactief
blijft na meerdere keren dan gaat hij in apoptose.
Als B-cellen zwak binden dan worden ze anerg en die gaan vrij snel ook dood.
Ook als ze aan multivalente zelf antigenen binden blijven ze in het beenmerg.
Zelf-antigen herkenning of monovalente maakt ze dus anerg (of zorgt voor apoptose).
Ontwikkeling B-cellen
B-cellen gaan van pro B-cel à pre B-cel à immature B-cel
Stap 1: diversiteit
1) Stamcel: heeft germline DNA
2) Pro-B-Cel: RAG-eiwit begint tot expressie brengen. De zware keten is het moeilijkst
dus hij begint daar. Van tussen J en D naar tussen D en V.
Checkpoint 1: De grote-pre-B cel gaat proberen een ’nep’ lichte keten te binden. Als
er een eiwit aan de lichte receptor kan binden à goede cel. Dit gebeurt is cytosol.
Als dit niet kan à oplossen of apoptose. Het oplossen gaat nog een keer langs het
chromosoom, als de eerste lukt dan stopt hij hier, gaat het niet goed dan gaat hij
langs het andere chromosoom. Het gaat maar 50% goed.
3) Is dit goed, dan gaat RAG uit en dan gaat de pre B-cel verder delen. Daarna wordt de
lichte keten geknipt; alleen V aan J hoeven geknipt te worden dus dit kan meerder
keren en gaat dus ook vaker goed. Eerst wordt meestal kappa geprobeerd en dan
Labda. Als dit klaar is dan is het en immature B-cel.
Stap 2: negatieve selectie
Dan is er weer een checkpoint: hier wordt ook gecheckt maar dan aan het oppervlak van de
cel. Een immature B-cel heeft igM en als hij niet bindt aan zelf antigenen op stroma cellen,
mag hij de bloedbaan in. 75% haalt het niet. Als ze heel goed binden aan onze cellen, dan
gaat RAG opnieuw de lichte keten maken. Daarna gebeurt de test opnieuw. Als hij reactief
blijft na meerdere keren dan gaat hij in apoptose.
Als B-cellen zwak binden dan worden ze anerg en die gaan vrij snel ook dood.
Ook als ze aan multivalente zelf antigenen binden blijven ze in het beenmerg.
Zelf-antigen herkenning of monovalente maakt ze dus anerg (of zorgt voor apoptose).