Duurzaam bodembeheer heeft betrekking op maatregelen op het perceel, waardoor de
bodemvruchtbaarheid op lange termijn behouden blijft of verbeterd wordt. Hierbij kan er worden
gedacht aan:
- Gewasrotatie/bouwplan
- Grondbewerkingen/mechanisatie
- Bemesting/organische stofbalans
Enkele maatregelen die te maken hebben met duurzaam bodembeheer en effect hebben op de
bodemkwaliteit zijn:
1. Het voorkomen van verdichting
2. Het organische stofgehalte op peil houden en/of verhogen
3. Grondbewerkingen en snelheid
4. Bemesting
5. Bodemleven
6. Bouwplan
Geologisch materiaal: Grondsoorten: Bodemtypen:
Dekzand Zandgronden Podzolbodem
Rivierklei Kleigronden: Eerdgronden
Jonge zeeklei Lichte zavel Vaaggronden
Oude zeeklei Zware zavel Veengronden
Veen: Lichte klei Brikgronden
Basisveen Zware klei Moderpodzolgrond
Hollandveen Leemgronden
Veengronden
Podzolbodem: uit- en inspoeling van humus, ijzer en aluminium
Eerdgronden: ophoping van organische stof: dikke humusrijke A-horizont
Vaaggronden: nog nauwelijks bodemvorming ondergaan
Veengronden: ophoping van organische stof
Brikgronden: uit- en inspoeling van lutum
Moderpodzolgrond: homogenisatie
GLG Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand diepte waar de roestvlekken beginnen
GLG Gemiddelde Laagste Grondwaterstand diepte waar de roestvlekken eindigen
Organische stof in zandgronden: Organische stof in kleigronden:
- Verbetert de bewortelbaarheid - Vermindert de slempgevoeligheid
- Vergroot het vochtvasthoudend vermogen - Vergroot het luchtgehalte
- Doet de winderosiegevoeligheid afnemen - Verbetert de afwatering
- Vergroot de chemische vruchtbaarheid - Verbetert de bewerkbaarheid
,Bodemvormende processen
1. Rijping
Fysische rijping: ontwatering en inklinking – fysische rijping vindt bijna in elke kleigrond
plaats en wordt daarom niet specifiek vermeld
Chemische rijping: O2 en FE – door zuurstof in de grond – wordt wel specifiek gemeld.
2. Oxidatie en reductie van ijzer
Ontstaat door:
o Anaëroob milieu voorwaarden: afwezigheid van zuurstof en de aanwezigheid van
organisch materiaal en anaërobe bacteriën
o Aëroob milieu
3. Ontkalking
4. Ophoping van organische stof
Het ophopen van organische stof is voornamelijk bij eerdgronden het geval en ontstaat door:
o De mens: enkeerdgronden
o Zuurstofgebrek: beekeerd- en veengronden
5. Uit- en inspoeling van lutum
Het uit- en inspoelen van lutum is voornamelijk bij brikgronden het geval
6. Verbruining (in rijk zand en/of diep ontwaterde gronden)
Chemische en biologische processen in zandige gronden die leiden tot:
- Verwering en neerslag van ijzer (oranje)
- Homogenisatie (grijs)
Oranje + grijs = bruine bodemhorizont
7. Podzolisatie
Chemische en fysische processen die leiden tot uitspoeling, transport en neerslag
(inspoeling) van humus in de bodem, samen met ijzer- en aluminium. Hierdoor ontstaat er
een grijze uitspoelings- en zwart/bruine inspoelingshorizont.
Horizontcodes:
A: humushoudende bovengrond
Organische stof wordt geheel of gedeeltelijk omgezet
E: uitspoeling van humus of lutum
B: bodemvorming
Inspoeling van humus Bh (podzol)
Inspoeling van lutum Bt (brikgrond)
Homogenisatie Bw (moderpodzol/ bruine bosgrond)
C: onveranderd moedermateriaal
g: gley (roest)
r: reductie (zuurstofloze omstandigheden)
, Bodemtypes:
Enkeerdgrond
Voordelen:
+ Hoge draagkracht
+ Voedselrijk (geen bodemfysica niet op de toets zeggen)
+ Goede ontwatering
Nadelen:
- Bij gras droogtegevoelig
- Het organische stofgehalte is hoog, maar moet wel op peil worden gehouden
- Verdichting (aandachtspunt)
Podzol
Voordelen:
+ Hoge draagkracht
+ Goede ontwatering
Nadelen:
- Storende laag kan leiden tot vochtleveringsproblemen, maar niet altijd!
- Arm/zuur (geen bodemfysica niet op de toets zeggen)
Veengrond/beekeerdgrond
Voordelen:
+ Voedselrijk
+ Hoog organische stofgehalte
+ Groot vochtleverend vermogen
Nadelen:
- Slechte draagkracht
- Slechte ontwatering
- Beekeerdgrond
Brikgrond:
Voordelen:
+ Goede draagkracht
Nadelen:
- Slechte beworteling
Vaaggronden (gronden met weinig bodemvorming)
Hoe de bodem zich kenmerkt is afhankelijk van de textuurklasse (deeltjesgrootte) en het kalkgehalte
Lichte zavel
Nadelen: slempgevoelig
Zware klei:
Nadelen: bewerkbaarheid en draagkracht
Zand
Nadelen: verstuiving en vochtleverend vermogen