H6: Box 2: belastbaar inkomen
uit aanmerkelijk belang
H6.2: Aanmerkelijk belang
Volgens art. 4.6 Wet IB is een aandeelhouder een aanmerkelijkbelanghouder (AB-houder) als hij
tenminste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal bezit of een optie heeft om 5% van de aandelen te
kopen of winstbewijzen bezit die recht geven op tenminste 5% van de jaarwinst.
Een belastingplichtige die dus geen ‘gewoon’ AB heeft in het gehele aandelenkapitaal, kan wel AB-
houder zijn omdat hij in één soortaandelen een AB heeft.
Je kan direct en indirect aanmerkelijk belang (AB) hebben in een onderneming.
Direct AB houdt in dat je direct aandelen bezit van een vennootschap.
Indirect AB houdt in dat je via de ene vennootschap de zeggenschap hebt over een ander
vennootschap.
Een vennootschap kan aandelen certificeren. Het verschil tussen deze twee is dat de houder van
certificaten geen zeggenschap heeft.
1. Om te bepalen of er een AB is bepaal je eerst het totaal van het in de BV gestorte
aandelenkapitaal en het aandelenbezit van de aandeelhouder.
2. Art. 4.6: Is er een ‘gewoon AB’?
a. Dan het bezit delen door het totale gestorte aandelenkapitaal van de BV.
b. Is dit < dan 5%?
3. Art. 4.7: Is er een ‘soort AB’?
a. Dan bekijken of er 5% is in de soortaandelen (dus aantal aandelen van één
soortdelen door het totale aantal aandelen van die soort)
4. Is er een soort AB; dan art. 4.9: voor alles een AB
a. Dit heet de meesleepregeling
Meetrekregeling:
Art. 4.10
Belastingplichtige heeft zelf geen AB, maar zijn:
Partner of
Bloed-of aanverwanten in rechte lijn of
Bloed-of aanverwanten in rechte lijn van zijn partner heeft wel een AB. dan heeft
belastingplichtige zelf ook een AB
In een situatie van een fictief aanmerkelijk belang is het meestal zo dat de belastingplichtige in het
verleden als AB-houder werd aangemerkt, maar is zijn aandelenbezit onder de 5% gedaald. Hij/Zij
kan deze op ieder moment aangeven dat hij box 2 wil verlaten.
uit aanmerkelijk belang
H6.2: Aanmerkelijk belang
Volgens art. 4.6 Wet IB is een aandeelhouder een aanmerkelijkbelanghouder (AB-houder) als hij
tenminste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal bezit of een optie heeft om 5% van de aandelen te
kopen of winstbewijzen bezit die recht geven op tenminste 5% van de jaarwinst.
Een belastingplichtige die dus geen ‘gewoon’ AB heeft in het gehele aandelenkapitaal, kan wel AB-
houder zijn omdat hij in één soortaandelen een AB heeft.
Je kan direct en indirect aanmerkelijk belang (AB) hebben in een onderneming.
Direct AB houdt in dat je direct aandelen bezit van een vennootschap.
Indirect AB houdt in dat je via de ene vennootschap de zeggenschap hebt over een ander
vennootschap.
Een vennootschap kan aandelen certificeren. Het verschil tussen deze twee is dat de houder van
certificaten geen zeggenschap heeft.
1. Om te bepalen of er een AB is bepaal je eerst het totaal van het in de BV gestorte
aandelenkapitaal en het aandelenbezit van de aandeelhouder.
2. Art. 4.6: Is er een ‘gewoon AB’?
a. Dan het bezit delen door het totale gestorte aandelenkapitaal van de BV.
b. Is dit < dan 5%?
3. Art. 4.7: Is er een ‘soort AB’?
a. Dan bekijken of er 5% is in de soortaandelen (dus aantal aandelen van één
soortdelen door het totale aantal aandelen van die soort)
4. Is er een soort AB; dan art. 4.9: voor alles een AB
a. Dit heet de meesleepregeling
Meetrekregeling:
Art. 4.10
Belastingplichtige heeft zelf geen AB, maar zijn:
Partner of
Bloed-of aanverwanten in rechte lijn of
Bloed-of aanverwanten in rechte lijn van zijn partner heeft wel een AB. dan heeft
belastingplichtige zelf ook een AB
In een situatie van een fictief aanmerkelijk belang is het meestal zo dat de belastingplichtige in het
verleden als AB-houder werd aangemerkt, maar is zijn aandelenbezit onder de 5% gedaald. Hij/Zij
kan deze op ieder moment aangeven dat hij box 2 wil verlaten.