Thema 1: financiering van ondernemingen en het
emissieprospectus
College 1: Alternatieve financiering
Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de
wetgever? J.M. van Poelgeest
Crowdfunding geen juridische term, maar gebruikt voor het ophalen van gelden
bij een grote groep personen of instellingen via het internet. Wordt steeds
belangrijker voor bedrijven naast goede doelen. Geen juridisch kader, afhankelijk
van de opzet van het platform.
Traditioneel: lenen bank, bank doet aantrekken van gleden en uitlenen van
gelden waarvoor de bank een vergoeding ontvangt. Bij crowdfunding bank
vermeden en geldgevers en nemers worden dichter bij elkaar gebracht.
Zoals gezegd, verschillende vormen: structuur uit gevers, nemers en een
platform. Gevers verstrekken gelden aan nemers in de vorm van een donatie,
lening of investering (aandelen). Nemer verstrekt informatie over het doel van
het verkrijgen van de gelden. Vervolgens voor investeerders bepaalde periode
waarin het project/doel open staat voor inschrijving, als er voldoende gevers zijn
gevonden gaat het project door en worden de gelden aan de geldnemer
verstrekt.
Er zijn structuren waarbij gelden na een bepaalde periode moeten worden
terugbetaald, maar ook structuren zonder tegenprestatie. Terugbetaling kan ook
aan voorwaarden gekoppeld zijn zoals succes onderneming.
Afhankelijk van de activiteiten en doelgroep van het platform kan een platform
gekwalificeerd worden als een:
a. Aanbieder van krediet
b. Bemiddelaar in krediet
c. Een tussenpersoon met betrekking tot opvorderbare gelden
d. Beleggingsonderneming
e. Beleggingsinstelling
Voordeel gevers: gevers kunnen zelf kiezen welk project passend is, afhankelijk
van persoonlijke voorkeuren, bijv. hoger rendement, vaak wel groter risico en
geen toezicht DNB en geen DGS.
Voordeel nemers: niet gebonden aan de voorwaarden van een bank, meer
mogelijkheden om financiering te vinden, lagere financieringskosten, plus
indicatie krijgen van de behoefte aan de nieuw geboden diensten/goederen.
Juridisch kader
Wettelijk kader volgt grotendeels uit Wft, daarnaast Wwft, wet bescherming
persoonsgegevens, BW en Wet op het consumentenkrediet. Ook interpretaties
DNB en AFM van belang + praktijkregels.
Ontwikkelingen in juridisch kader
, Crowdfunding vanuit politiek gestimuleerd, om economie te bevorderen is het
van belang dat er toegang bestaat tot kredietfaciliteiten. Diverse toezeggingen
gedaan, maar weinig concrete stappen. Speelt ook Europees. EC input gevraagd,
input door DNB en AFM geleverd. Europees: EC in maart 2014 vooralsnog niet
van plan regels te stellen, wel bezig met een kwaliteitslabel.
Vormen van crowdfunding
Vormgeving zo mogelijk dat er nauwelijks regels van toepassing zijn, of juist een
veel zwaarder regime. Van belang: structuur i.c.m. doelgroep, professionaliteit en
ervaring oprichters, rol platform, verschil tussen doneren, uitlenen of investeren.
Welke structuur van belang is geschied aan de hand van drie posities:
geldgevers, platform en geldnemers. Kernvragen van belang: onderscheid
consumenten/bedrijven (zowel aantrekken als verstrekken), effecten/
deelnemingsrechten, aanvullende activiteiten verricht of alleen bij elkaar
brengen, hoe lopen de geldstromen, platform geld onder zich houden en in welke
lidstaten activiteiten gedaan.
Opvorderbare gelden
Indien gelden verstrekt aan personen die handelen in de uitoefening van beroep
of bedrijf, zijn er verschillende elementen van belang. Kenmerk platform: naast
sluiten overeenkomsten tussen gevers en nemers, gelden worden ontvangen en
doorbetaald aan de geldnemers. Van belang of het platform of de inleners
opvorderbare gelden aantrekken. Verbod 3:5 Wft. Relevante vraag is of het ziet
op beroep of bedrijf of niet. Praktijk: beperkte uitleg DNB: inleners bij
crowdfunding niet handelen in uitoefening van beroep of bedrijf. Niet
gecodificeerd, indien verboden crowdfunding onmogelijk. Dus: inleners
uitsluitend consumenten betreffen, die geen leningen aanvragen die zijn gericht
op hun beroep of bedrijf, geen sprake van strijdigheid met het verbod.
Vraag of platform als tussenpersoon actief is in verband met het van publiek
aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden., verbod in 4:3
Wft, mogelijk om ontheffing in register te vragen. Ontheffing gekoppeld aan het
verbod op het aantrekken van opvorderbare gelden en daarmee aan het feit dat
de leningnemers die via het platform gelden aantrekken, opvorderbare gelden
aantrekken. Schrijver van mening dat ontheffing alleen nodig indien de inleners
bedrijfsmatig handelen.
AFM interpreteert bemiddelingsverbod breed in het kader van CF en dus ook een
ontheffing nodig acht op het moment dat de geldnemers niet handelen in de
uitoefening van beroep of bedrijf. Letterlijke tekst WFt staat dit toe. Verwijst
slechts aan aantrekken opvorderbare gelden en niet naar bedrijfsmatig.
AFM verbindt diverse voorwaarden aan de ontheffing: voorschriften omtrent
informatieverstrekking, financiële positie platform, klachten, sprake van
wanprestatie. Daarnaast maxima aan uit te lenen bedragen voor consumenten,
wijzen geldgevers op risico’s. ook KNVB-criteria (kosten, nut, veilig, begrijpelijk).
Kredietverstrekking aan consumenten
Belang wie het krediet verstrekt aan consumenten, het platform en/of de
uitleners, afhankelijk van de vormgeving van het platform.
Aanbieden consumentenkrediet: bij het uitlenen van gelden, waarbij krediet ovk
tot stand komt tussen uitleners en inlener (consument), moet beoordeeld worden
of de uitleners zin aan te merken als kredietaanbieders. Uitleners hebben
vergunning nodig als zij handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf.
Als het platform zelf krediet aan consumenten verstrekt, heeft het platform
vergunning nodig om krediet aan te mogen bieden. Vergunning indien wordt