Casus:2
Anamnese
Status praesens:
COPD GOLD 3. Meneer Kort is vanuit de longarts naar de fysiotherapeut verwezen. Er is achteruitgang ten gevolge
van dyspneu en vermoeidheid na poliklinische revalidatie in een revalidatiecentrum. Meneer heeft op dit moment
meer last van hoesten. Meneer is ook bekend met hypertensie en een hartinfarct. Gebruikt extra zuurstof 1Lo2/min
bij matig intensieve inspanning. Sternocostale ademhaling en paradoxale beweging onderste ribben.
Hyperinflatiestand schoudergordel en thoracale kyfose, epigastrische hoek groter dan 90 graden. Meneer maakt
veel gebruik van hulpademhalingsspieren en heeft een inefficiënte hoest.
GOLD 3 FEV1 33%, FEV1/FVC 56%. Pimax 55%. Conditie is slecht, geen romprotatie, slechte motoriek, weinig flexie
knie en verkorte standfase tijdens lopen.
Hulpvraag: meneer wil weer gemakkelijker door het leven gaan zonder benauwdheid en complicaties
Hypothese(n): (op basis van de anamnestische gegevens; zorg dat bij de beschrijving van de hypothesen
aandacht wordt gegeven aan zowel activiteiten en participatie als aan functies en structuur.)
1. Ik verwacht dat meneer zijn houding verkeerd is door zijn kyfotische (thoracaal) houding, sternocostale
ademhaling, overmatig aanspannen van de hulpademhalingsspieren.
2. Ik verwacht dat meneer comorbiditeiten heeft door zijn bekendheid met hypertensie en een hartinfarct.
3. Ik verwacht dat meneer geen efficiënte hoest heeft door weinig kracht en energie in zijn spieren en lichaam.
4. Ik verwacht dat meneer een verminderde aerobe uithoudingsvermogen heeft door zijn benauwdheid
(dyspneu), het gebruik van extra zuurstof bij matig intensieve inspanning en hyperinflatiestand van de
schoudergordel.
5. Ik verwacht dat meneer moeite heeft met lopen door zijn slechte aerobe/kracht uithoudingsvermogen,
verminderde romprotatie, slechte motoriek, weinig flexie in de knie en een verkorte standfase tijdens het
lopen.
Anamnese
Status praesens:
COPD GOLD 3. Meneer Kort is vanuit de longarts naar de fysiotherapeut verwezen. Er is achteruitgang ten gevolge
van dyspneu en vermoeidheid na poliklinische revalidatie in een revalidatiecentrum. Meneer heeft op dit moment
meer last van hoesten. Meneer is ook bekend met hypertensie en een hartinfarct. Gebruikt extra zuurstof 1Lo2/min
bij matig intensieve inspanning. Sternocostale ademhaling en paradoxale beweging onderste ribben.
Hyperinflatiestand schoudergordel en thoracale kyfose, epigastrische hoek groter dan 90 graden. Meneer maakt
veel gebruik van hulpademhalingsspieren en heeft een inefficiënte hoest.
GOLD 3 FEV1 33%, FEV1/FVC 56%. Pimax 55%. Conditie is slecht, geen romprotatie, slechte motoriek, weinig flexie
knie en verkorte standfase tijdens lopen.
Hulpvraag: meneer wil weer gemakkelijker door het leven gaan zonder benauwdheid en complicaties
Hypothese(n): (op basis van de anamnestische gegevens; zorg dat bij de beschrijving van de hypothesen
aandacht wordt gegeven aan zowel activiteiten en participatie als aan functies en structuur.)
1. Ik verwacht dat meneer zijn houding verkeerd is door zijn kyfotische (thoracaal) houding, sternocostale
ademhaling, overmatig aanspannen van de hulpademhalingsspieren.
2. Ik verwacht dat meneer comorbiditeiten heeft door zijn bekendheid met hypertensie en een hartinfarct.
3. Ik verwacht dat meneer geen efficiënte hoest heeft door weinig kracht en energie in zijn spieren en lichaam.
4. Ik verwacht dat meneer een verminderde aerobe uithoudingsvermogen heeft door zijn benauwdheid
(dyspneu), het gebruik van extra zuurstof bij matig intensieve inspanning en hyperinflatiestand van de
schoudergordel.
5. Ik verwacht dat meneer moeite heeft met lopen door zijn slechte aerobe/kracht uithoudingsvermogen,
verminderde romprotatie, slechte motoriek, weinig flexie in de knie en een verkorte standfase tijdens het
lopen.