op school. Achtergronden en interventies
Hoofdstuk 1 – Pesten: definitie, prevalentie, verloop en problematiek
1.1 – Inleiding
Omdat er meerdere methoden zijn om pesten te meten, is de vraag naar
prevalentie niet eenvoudig te beantwoorden. Maar het is duidelijk dat pesten
vaak voorkomt. Voor sommige leerlingen is pesten of gepest worden een
constante in hun leven. Het gaat niet goed met slachtoffers. Ze kunnen allerlei
problemen ontwikkelen die voort kunnen duren tot in de volwassenheid. Daders
komen er op de lange termijn ook niet goed van af tenzij ze hun gedrag
aanpassen en stoppen met pesten. Op de korte termijn levert pesten voor daders
vooral voordelen op.
1.2 – Wat is pesten?
Een leerling wordt gepest of tot slachtoffer gemaakt wanneer hij of zij bij
herhaling wordt onderworpen aan de negatieve handelingen van één of meerdere
leerlingen. Daarnaast is pesten intentioneel en is er doorgaans een verschil in
macht tussen daders en slachtoffers (Olweus).
Pesten is een subtype van agressief gedrag, waarbij één of meerdere individuen
bij herhaling een betrekkelijk machteloze ander aanvallen, vernederen en/of
buitensluiten (Salmivalli).
Er zijn drie cruciale kenmerken van pesten: het is intentioneel, het is
herhaaldelijk en over een langere periode en er is een verschil in macht tussen
dader en slachtoffer. Pesten is weloverwogen en proactief. Het komt vooral voor
in groepen waar de leden voor langere tijd bij elkaar zijn.
1.3 – Vormen van pesten
Pesten kan vele vormen hebben.
Direct/openlijk
o Fysiek pesten = slaan, schoppen, duwen enz.
o Verbaal pesten = schelden, beledigen, dreigen enz.
o Materieel pesten = spullen afpakken of kapot maken
Indirect/relationeel/sociaal pesten = het aantasten van iemands sociale
relaties en reputatie
Cyber-/digitaal pesten = pesten via elektronische middelen
Racistisch pesten = opmerkingen over ras/huidskleur
Seksueel pesten = seksueel getinte opmerkingen/gebaren
Cyberpesten zou regulier pesten via een nieuw medium kunnen zijn of een aparte
vorm van pesten.
1.4 – Prevalentie
Cijfers over prevalentie kunnen sterk uiteenlopen. De prevalentie hangt af van de
manier waarop pesten wordt gemeten. Wat wordt gezien als pesten? Krijgen de
respondenten van te voren uitleg over pesten? Welke periode wordt gemeten?
Welke methode wordt gebruikt?
Rapportage door kinderen over zichtzelf (zelfrapportage)
10.7% erkende één of meer andere kinderen te pesten. 12.6% werd gepest en
3.6% werd gepest en pestte zelf (dader-slachtoffers). In Scandinavische landen
en het Verenigd Koninkrijk wordt minder gepest. In Oostblok landen wordt meer
gepest.