Economie; wat zijn de middelen van bestaan
Sociaal; hoe zijn de verhoudingen in de bevolking
Cultuur; wat denken/voelen de mensen en hoe uiten ze dit? (religie/geloof) etc.
Hoofdstuk 1: tijd van de jagers en boeren, prehistorie, tot 3000 V.Chr.
KA1: de levenswijze van jagers-verzamelaars
- Prehistorie (ongeschreven bronnen)
- Politiek: kleine nomadische groepen, geen georganiseerd bestuur
- Economie: jagen en verzamelen
- Sociaal: weinig sociale verschillen, rolverdeling man-vrouw was gelijkwaardig
- Cultuur: magische rituelen (jacht/vruchtbaarheid) + grafgiften
KA2: het ontstaan van de landbouw en landbouwsamenlevingen
- Vruchtbare halve maan
- Landbouw/agrarische samenlevingen ontwikkelen zich
- Politiek: ontstaan dorpen > werden bestuurd door dorpsoudsten/priesters
- Economie: landbouw: akkerbouw - veeteelt
- Sociaal: sedentaire revolutie: vaste woonplaats, toename sociale verschillen, rolverdeling
man-vrouw
- Cultuur: magische rituelen, nieuwe uitvindingen
- Verspreiding van de landbouw ging langzaam > landbouwrevolutie
KA3: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
- Ontstaan stedelijke gemeenschappen
- Specialisatie; door het zelf planten van zaden, houden van vee en uitvindingen > ging de
voedselproductie omhoog > ontstond handel + dorpen groeiden > ontstaan steden
- Eerste steden; Egypte + Mesopotamië
Mesopotamië Egypte
Economie Landbouw: akkerbouw/veeteelt Landbouw: akkerbouw/veeteelt
Ambachten Ambachten
Handel Handel
Politiek Steden bestuurd door koning/priesters Steden bestuurd door koning/priesters
Steden bestuurd door koning/priesters Steden groeiden uit tot rijken
Boven/beneden Egypte vormden een naties
raat met farao als leider
Sociaal Grote groepen (10.000) Grote groepen (10.000)
Sociale verschillen: niet archische opbouw Sociale verschillen: niet archische opbouw
van de samenleving in sociale klassen van de samenleving in sociale klassen
Cultuur Polytheïstische godsdiensten Polytheïstische godsdiensten
Magische rituelen Magische rituelen
Veel uitvindingen Veel uitvindingen
Hoofdstuk 2: tijd van Grieken en Romeinen, 3000 V.Chr. – 500 N.Chr.
KA4: de ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat
- 850 V.Chr.; opkomst Griekse stadstaten
- Kenmerken stadstaten (polis):
Stad is omringd door platteland
Klein oppervlakte + inwonersaantal
Autarkisch – autonoom
, - Iedere polis had eigen staats/bestuursvorm:
Monarchie – tirannie – aristocratie – oligarchie – democratie
- Filosofen willen weten/uitzoeken welke staatsvorm het beste was
- Filosofen gebruikten hun eigen verstand om de wereld te verklaren (rationaal) > begin
wetenschap
- Griekse wetenschappers > natuurwetenschap, wiskunde, geneeskunde, politiek, etc.
KA5: De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
- Klassieke oudheid
- Beeldhouwkunst en architectuur
Griekse beeldhouwkunst Romeinse
Driedimensionaal Driedimensionaal
Anatomisch correct Anatomisch correct
Maakt Gekleed
Geperfectioneerd Realistisch
Architectuur
Timpaan Mengeling Griekse stijlen
Fries Gebruik van beton
Architraaf Meerdere mogelijkheden:
Kapitaal Bogen
zuilen Koepels
KA6: De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
- Bestuur Romeinse Rijk: koningstijd: monarchie - republiek: oligarchie
- Burgeroorlogen > neef van Cesar kreeg de macht; Pax Romana (49-27 V.Chr.)
- – keizertijd: monarchie
- Groei Romeinse Rijk: dorpje > stadstaat > Romeinse Imperium
- Groei Romeinse imperium/rijk, redenen:
Sterk gedisciplineerd leger
Goed verdedigbare grenzen
Goede infrastructuur
Goed bestuur
- Als de veroverde vorsten meewerkten behielden zij hun macht + kregen ze het Romeinse
burgerschap > gevolg; romanisering: overnemen van Romeinse cultuur door andere volken
KA7: de confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-
Europa
- Romeinen in Noordwest-Europa gebruiken rivieren als grens
- Limmessysteem; forten/versterking langs de rijn
^ dat gebied waren dus Romeinen + woonden Bataven > leidt tot uitwisseling van culturen
Germanen waren in dienst van Romeinen
- 12 V.Chr.: Romeinen versloegen de Bataven /Germanen, meer gebied konden ze niet krijgen
- Romeinen tegen Germanen; ´barbaren, onbeschaafd, wel dappere, sterke krijgers´
- Germanen tegen Romeinen; ´bewonderen cultuur, soms Romaniseren´
Romeinen Germanen
Landbouw/stedelijke samenleving Landbouwsamenleving
Goed, georganiseerde imperium Losse stammen
- Onderling hadden ze contact voor de handel
- Germanen zaten in het Romeinse leger
- Germanen verhuizen naar het RR > meer welvaart, kansen, stabiliteit
, - 3e eeuw; Germaanse invallen steeds succesvoller; redenen:
Goede landbouwgrond
Hervormingen van de Romeinse bestuur
Gevolg; chaos
- 395 N.Chr.: splitsing West – Oost RR; val van het RR
KA8: De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als eerste monotheïstische
godsdiensten
- Eerste monotheïstische godsdiensten
Jodendom Christendom
Ontstaan 1750 V.Chr. 30 N.Chr.
God Jahweh God
Profeet Mozes Jezus
Heilig boek Tenach Bijbel
Regels Torah en 10 geboden 10 geboden
- Christendom in het RR:
30 N.Chr. : arrestatie Jezus
30-100: volgelingen verspreiden de boodschap van Jezus > zij worden vervolgd
3e eeuw: Christendom blijft groeien > wordt populair bij rijkere burgers
313: Christenen krijgen de schuld voor de chaos
394: Staatsgodsdienst
Hoofdstuk 3: tijd van Monniken en Ridders, De middeleeuwen, van 500 tot 1000
KA9: de verspreiding van het Christendom in heel Europa
- Katholieke kerk heeft een hiërarchische opbouw; leider: Paus; bepaalt beleid + beslist over
geloofszaken
Bisschoppen; leider bisdommen; taken: baas geestelijken, let op dat het geloof werd
verspreid en handhaaft dat.
Priesters (behoren tot geestelijkheid): werken voor kerk
- Tegenover geestelijkheid >< wereldlijke macht
Paus; geloof (cultuur) >< vorst: bestuur/rechtspraak (politiek)
- Zwaardenleer: geestelijke – wereldlijke macht: hebben elk hun eigen gebied waar ze over
heersen
- Verspreiding Christendom; vanaf 500, oorzaken:
Samenwerking met de Paus – Frankische koning
Snelgroeiende rijkdom van de kerk
Goede organisaties van de kerk
- Samenwerking Paus – Frankische koning:
Paus zond missionarissen door heel Europa om heidense volkeren te kerstenen
Vorsten versloegen heidense volkeren + dwong ze tot kerstening
- Goede organisatie;
Bisschoppen hielden toezicht in hun gebieden
Stichting kloosters
- Grote kloosters kregen een rol in het feodalisme
- Karel De Grote (Frankische koning); stichtte kloosterscholen om onderwijs te bevorderen:
Kardingische Renaissance
- Problemen Christendom; drong pas echt door tot het gewone volk nà 1000 jaar
Verspreiding bedreigt door moslims, Hongaren (later bekeerd)
1054: Schisma; Christendom verdeelt het RR in Rooms-katholiek + Grieks-Orthodox