Innovatief organiseren
H1
Nieuwe ideeën bedenken, nieuwe wegen inslaan.
Marktwerking = Te vergelijken met groente-/fruitmarkt. Je kunt kiezen uit verschillende
opties qua prijs & kwaliteit. Dit heeft de overheid ook in de zorg toegepast. Het idee
hierachter was dat de kwaliteit hoog zou blijven zodat de cliënten bij jouw zorgaanbieder
bleven. Dit bleek niet zo te zijn. Sommige waren namelijk wat minder goed in bijv. reclame
maken. De gemeenten moeten namelijk kijken welke zorgaanbieders ze op de markt willen.
Dit wordt door veel dingen beïnvloed.
Privatisering = Een ontwikkeling die de marktwerking versterkte. Voorzieningen van de
overheid (spoorwegen, energie, gas) gingen naar privébedrijven. Bijv. van de overheid naar
de NS & Keolis.
Ketensamenwerking = Meestal spelen problemen in een gezin / systeem tegelijk (bijv.
schulden, problemen met kinderen) en hangen ze met elkaar samen. Ze moeten dus ook in
samenhang worden aangepakt, en daarbij is ketenbenadering nodig. Als je het niet in
samenhang aanpakt is er een grote kans dat de instellingen die hulp bieden allemaal langs
elkaar heen lopen. Samenwerking betekent vooral onderling afstemmen met elkaar, elkaars
competenties en kerntaken goed kennen.
Drie decentralisaties = De gemeenten namen 3 wetten over van de provincie en de
overheid:
- WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning): Hoe kun je zoveel mogelijk mensen
aansporen om zelf hulp te vragen in de omgeving? Het geld ging van de provincies
naar de gemeenten, maar wel minder geld.
- Jeugdwet: Ingevoerd in 2015. www.nji.nl/jeugdwet. Hier valt alles onder wat bij de
jeugd hoort.
- Participatiewet: Helpt alle mensen die werk willen vinden maar die nu beperking
hebben. Bijv. een burn-out of een taalachterstand.
www.rijksoverheid.nl/participatiewet
Eerst werd het landelijk geregeld of door de provincies. Nu wordt het verspreid naar de
gemeentes. Voorbeeld leraar: werkte bij een zorginstelling voor 10 gemeentes. Toen de
decentralisatie kwam werd het per gemeente anders geregeld omdat de gemeente zelf de
verantwoordelijkheid had.
Klassieke verzorgingsstaat maakt plaats voor een participatiesamenleving. Iedere burger
krijgt meer verantwoordelijkheid om zelf vorm te geven aan zijn of haar leven en omgeving.
Cliënt = Klant
Opdrachtgever = Klant of een organisatie
Klantfrictie = Een probleem die de klant heeft, maar waar nog geen oplossing voor gevonden
is.
Innovatie = De oplossing voor het probleem (product, dienst, of de organisatie)
, Ondernemen in de zorg
Het bedenken van een innovatie (bedrijf) en daar ook belang bij hebben & het laten draaien.
MBO (maatschappelijk betrokken ondernemen)
In principe organisaties die geld willen verdienen. Maar ze willen met het geld dat ze
verdienen ook iets terugdoen voor de maatschappij. Bijv. FCT dat bussen uitleent
voor gehandicapten. Dit helpt ook bij de naamsbekendheid. MBO gaat uit van een
win-winsituatie.
Er zijn veel vormen van het MBO, waar de 5 M’s telkens een rol spelen.
- Mensen = Beschikbaar stellen van medewerkers
- Middelen = Beschikbaar stellen van faciliteiten of goederen
- Massa = Opstellen van netwerken
- Media = In- en externe mediakanalen opstellen voor promotie
- Munten = Financiële ondersteuning
MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen)
Stakeholders: Belanghebbenden
- Interne stakeholder: Alle partijen binnen de organisatie
- Externe stakeholder: Belanghebbenden buiten de organisatie
Shareholders: Aandeelhouders met een financieel belang bij de organisatie
In principe ook bedrijven die geld willen verdienen, maar ook rekening houden met 3
P’s:
- People: Verantwoorde keuzes maken wat betreft zorg voor medewerkers
(bijv. salaris). Maar ook om een goed beleid met sociaal-maatschappelijke
thema’s, bijv. mensenrechten.
- Planet: Zorg voor het milieu in ruime zin (duurzaamheid).
- Profit: Het gaat niet puur om de financiële prestaties van de organisatie.
Winst betekent ook bevordering van werkgelegenheid, investeringen in de
infrastructuur etc.
Sociaal ondernemen
Gaat niet om het geld, maar ook om de sociale waarde die ermee behaald wordt.
Wat moois willen doen voor de maatschappij. Dit wordt ook wel meervoudige of
gedeelde waarde creatie genoemd.
Innoveren in de zorg
Innoveren wordt vaak geassocieerd met het uitvinden of ontwikkelen van iets geheel
nieuws.
Radicale innovaties: nieuwe producten, concepten of totaal nieuwe benaderingen.
Belangrijk om te realiseren:
- Veel radicale innovaties mislukken omdat ze niet aansluiten bij bestaande
normen en waarden. Mensen hebben bij iets totaal nieuws nog geen idee hoe
het werkt.
H1
Nieuwe ideeën bedenken, nieuwe wegen inslaan.
Marktwerking = Te vergelijken met groente-/fruitmarkt. Je kunt kiezen uit verschillende
opties qua prijs & kwaliteit. Dit heeft de overheid ook in de zorg toegepast. Het idee
hierachter was dat de kwaliteit hoog zou blijven zodat de cliënten bij jouw zorgaanbieder
bleven. Dit bleek niet zo te zijn. Sommige waren namelijk wat minder goed in bijv. reclame
maken. De gemeenten moeten namelijk kijken welke zorgaanbieders ze op de markt willen.
Dit wordt door veel dingen beïnvloed.
Privatisering = Een ontwikkeling die de marktwerking versterkte. Voorzieningen van de
overheid (spoorwegen, energie, gas) gingen naar privébedrijven. Bijv. van de overheid naar
de NS & Keolis.
Ketensamenwerking = Meestal spelen problemen in een gezin / systeem tegelijk (bijv.
schulden, problemen met kinderen) en hangen ze met elkaar samen. Ze moeten dus ook in
samenhang worden aangepakt, en daarbij is ketenbenadering nodig. Als je het niet in
samenhang aanpakt is er een grote kans dat de instellingen die hulp bieden allemaal langs
elkaar heen lopen. Samenwerking betekent vooral onderling afstemmen met elkaar, elkaars
competenties en kerntaken goed kennen.
Drie decentralisaties = De gemeenten namen 3 wetten over van de provincie en de
overheid:
- WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning): Hoe kun je zoveel mogelijk mensen
aansporen om zelf hulp te vragen in de omgeving? Het geld ging van de provincies
naar de gemeenten, maar wel minder geld.
- Jeugdwet: Ingevoerd in 2015. www.nji.nl/jeugdwet. Hier valt alles onder wat bij de
jeugd hoort.
- Participatiewet: Helpt alle mensen die werk willen vinden maar die nu beperking
hebben. Bijv. een burn-out of een taalachterstand.
www.rijksoverheid.nl/participatiewet
Eerst werd het landelijk geregeld of door de provincies. Nu wordt het verspreid naar de
gemeentes. Voorbeeld leraar: werkte bij een zorginstelling voor 10 gemeentes. Toen de
decentralisatie kwam werd het per gemeente anders geregeld omdat de gemeente zelf de
verantwoordelijkheid had.
Klassieke verzorgingsstaat maakt plaats voor een participatiesamenleving. Iedere burger
krijgt meer verantwoordelijkheid om zelf vorm te geven aan zijn of haar leven en omgeving.
Cliënt = Klant
Opdrachtgever = Klant of een organisatie
Klantfrictie = Een probleem die de klant heeft, maar waar nog geen oplossing voor gevonden
is.
Innovatie = De oplossing voor het probleem (product, dienst, of de organisatie)
, Ondernemen in de zorg
Het bedenken van een innovatie (bedrijf) en daar ook belang bij hebben & het laten draaien.
MBO (maatschappelijk betrokken ondernemen)
In principe organisaties die geld willen verdienen. Maar ze willen met het geld dat ze
verdienen ook iets terugdoen voor de maatschappij. Bijv. FCT dat bussen uitleent
voor gehandicapten. Dit helpt ook bij de naamsbekendheid. MBO gaat uit van een
win-winsituatie.
Er zijn veel vormen van het MBO, waar de 5 M’s telkens een rol spelen.
- Mensen = Beschikbaar stellen van medewerkers
- Middelen = Beschikbaar stellen van faciliteiten of goederen
- Massa = Opstellen van netwerken
- Media = In- en externe mediakanalen opstellen voor promotie
- Munten = Financiële ondersteuning
MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen)
Stakeholders: Belanghebbenden
- Interne stakeholder: Alle partijen binnen de organisatie
- Externe stakeholder: Belanghebbenden buiten de organisatie
Shareholders: Aandeelhouders met een financieel belang bij de organisatie
In principe ook bedrijven die geld willen verdienen, maar ook rekening houden met 3
P’s:
- People: Verantwoorde keuzes maken wat betreft zorg voor medewerkers
(bijv. salaris). Maar ook om een goed beleid met sociaal-maatschappelijke
thema’s, bijv. mensenrechten.
- Planet: Zorg voor het milieu in ruime zin (duurzaamheid).
- Profit: Het gaat niet puur om de financiële prestaties van de organisatie.
Winst betekent ook bevordering van werkgelegenheid, investeringen in de
infrastructuur etc.
Sociaal ondernemen
Gaat niet om het geld, maar ook om de sociale waarde die ermee behaald wordt.
Wat moois willen doen voor de maatschappij. Dit wordt ook wel meervoudige of
gedeelde waarde creatie genoemd.
Innoveren in de zorg
Innoveren wordt vaak geassocieerd met het uitvinden of ontwikkelen van iets geheel
nieuws.
Radicale innovaties: nieuwe producten, concepten of totaal nieuwe benaderingen.
Belangrijk om te realiseren:
- Veel radicale innovaties mislukken omdat ze niet aansluiten bij bestaande
normen en waarden. Mensen hebben bij iets totaal nieuws nog geen idee hoe
het werkt.