3.1 de opkomst van de islam
Kenmerkend aspect: ontstaan en verspreiding v/d Islam.
Het ontstaan van de islam
Mohammed, een Arabische koopman hij kreeg van Allah de opdracht om profeet te
worden.
Hij kreeg een visioen in een grot van de engel Gabriël, daaruit stond de Islam.
Islam= onderwerping of overgave aan Allah
632 na C stierf Allah Mohammed
3 heilige plaatsen:
1. Mekka, heiligdom is Ka’aba
2. Medina, door vluchtte Mohammed heen
3. Jeruzalem, door steeg de profeet naar de hemel
Islam groeide snel door:
- Jihad, heilige oorlog onder dwang
- Onderlinge eenheid door hetzelfde geloof
- Tolerantie t.o.v overwonnen volkeren
Soennieten Sjiieten
Kalief is de opvolger Nakomelingen van Ali is de opvolger
Meerderheid 90% Minderheid
Irak, Indonesië en ISIS Iran en Syrië
Koran= volgorde van de lengte, soera’s
Hadith= dat wat verteld wordt
5 zuilen van Islam:
1. 5x bidden per dag, richting Mekka
2. Zakat, geven van aalmoes
3. Ramadan, maand lang vasten
4. Hadj, bedevaart naar Mekka
5. Sjahada, getuig dat mohammed god is
3.2 Hofstelsel en horigheid
Kenmerkend aspect: de ontwikkeling in West- Europa van landbouw stedelijke
samenleving naar landbouw samenleving.
Hofstelsel= lage adel boodt hun grond en bescherming in ruil voor herendiensten.
Ontstaan:
- Val romeinse rijk
- Armoede, honger en onveiligheid
Vooral economisch en sociaal
Autarkisch= leefde van de opbrengst van het land.
Soorten boeren:
- Vrije boeren (hoevenland)
- Horige boeren (hoevenland)
- Lijfeigene boeren, mochten niet van het land af(vroomland)