Communicatie:
De DIO:
1. Is op de hoogte van de gespreksstijl Motivational Interviewing (MI).
2. Kent de definitie van de gespreksstijl MI.
3. Weet wat de basistechnieken (open vragen stellen, bevestigen, luisteren, samenvatten)
van MI inhouden.
4. Weet wat de techniek ‘geven van informatie en advies inhoudt en kan deze toepassen.
5. Weet wat de vier fundamentele processen van MI (verbinden, focussen, oproepen,
plannen) inhouden.
6. Heeft kennis van het stages of change model
7. Kan dit model toepassen om gedrag van cliënten te verklaren.
8. Kan de begeleiding van cliënten afstemmen op de fase van gedragsverandering,
passend bij de determinanten van gedrag.
9. Kent de uitgangspunten van MI.
Motivational Interviewing (of motiverende gespreksvoering) is een op samenwerking gerichte
gespreksstijl die iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering versterkt door het verkennen
en verminderen van ambivalentie.
De ‘spirit’ of ‘geest’ van Motivational Interviewing staat voor de grondhouding of de behandelstijl van
waaruit we met de cliënt in gesprek gaan. Wanneer we deze ‘spirit’ omarmen zal dit resulteren in
effectievere interventies.
De volgende onderdelen vormen samen de spirit:
Samenwerking
De verhouding tussen hulpverlener en cliënt is meer een gelijkwaardig partnerschap dan een
rolverdeling als tussen deskundige en onwetende. Het gaat om samenwerking die meer lijkt op gidsen
dan op leiden, het is meer dansen dan worstelen en het luisteren staat meer op de voorgrond dan
praten of adviseren.
Compassie
Met compassie wordt bedoeld dat het welbevinden van de cliënt ten aller tijden voorop staat.
Empathie is een voorwaarde voor compassie. Als het gaat om chronische aandoeningen of problemen
waarbij langdurige leefstijlaanpassingen gewenst zijn, gaat het erom de antwoorden juist bij de cliënt
te vinden. Om ze te vinden is het essentieel om eerst goed te luisteren. Oprecht empatisch luisteren is
een complexe vaardigheid. Te vaak luisteren we niet goed en zijn we in ons hoofd al bezig met
oplossingen, adviezen en suggesties. Het gaat erom je werkelijk in te leven in een ander. Door het
toepassen van één van de basistechnieken, het reflectief luisteren, laat de hulpverlener blijken dat
hij/zij begrijpt wat de cliënt zegt, voelt en denkt. In een sfeer van vrijheid heeft de cliënt de gelegenheid
na te gaan of zijn gedrag de oorzaak is voor problemen en welke aspecten aan zijn of haar
(probleem-)gedrag kleven.
Evocatie
De hulpverlener nodigt de cliënt vooral uit zijn eigen motivatie te ontdekken. Het gaat om het activeren
van de eigen intrinsieke motivatie en mogelijkheden voor verandering.
In een motiverend gesprek wordt geprobeerd de balans te veranderen tussen 'hoe je bent' (het
gewoontegedrag) en 'hoe je wilt zijn' (gewenst gedrag). De hulpverlener streeft naar explicitering en
verscherping van verschillen tussen huidig gedrag en gewenst gedrag. De cliënt wordt uitgenodigd om
zelf te gaan benoemen wat hij/zij wenst en belangrijk vindt. Essentieel hierbij is het koppelen van het
‘gewenste’ gedrag aan persoonlijke doelen, waarden en normen. Dit kan alleen als de hulpverlener de
perspectieven van de cliënt wil begrijpen en als de cliënt uitgenodigd wordt om eigen redenen en
argumenten voor verandering te benoemen.
Acceptatie
De hulpverlener accepteert onvoorwaardelijk dat mensen zelf in staat zijn keuzes te maken over hoe
hun leven verloopt. De hulpverlener erkent en versterkt de autonomie van de cliënt: de cliënt is zelf
deskundige en verantwoordelijk voor beslissingen die zijn eigen leven betreffen. De hulpverlener werkt
samen met de cliënt naar een positieve beslissing om te veranderen. Het neutraal en zonder oordeel
in gesprek gaan is een basishouding die vereist is.
, Het gaat er vooral om dat de cliënt zelf zoekt naar ideeën en mogelijkheden om zijn of haar gedrag te
veranderen. De hulpverlener ondersteunt en versterkt het vertrouwen dat cliënten in zichzelf hebben
en dat ze in staat zijn datgene te doen dat nodig is om hun doelen te bereiken: de eigen-effectiviteit.
Binnen een gesprek, waarin Motivational Interviewing wordt toegepast, zijn er steeds vier processen
die een rol spelen:
1. Verbinden
2. Focussen
3. Oproepen
4. Plannen
De processen zullen door elkaar lopen. Het is wel logisch dat het verbinden een soort basis is en
cruciaal is voor het goed verloop van de andere processen.
Onder de vier processen wordt het volgende verstaan:
Verbinden: het relationele proces
Oprecht empatisch luisteren
Het perspectief van de cliënt onderzoeken en centraal stellen
De cliënt voelt zich gehoord en begrepen, geaccepteerd en gewaardeerd
Focussen: het strategische proces
Vanuit samenwerking focussen en de agenda bepalen
Doelen onderzoeken en bespreken
Zo nodig informatie en advies geven
Oproepen: het gesprek richting verandering
De transitie naar Motivational Interviewing, uitnodigen tot verandertaal:
- Selectief uitlokken/uitnodigen
- Selectief reageren en reflecteren
- Selectief samenvatten
Plannen: het daadwerkelijke plannen van de verandering
De brug naar verandering
Onderhandelen over een veranderplan
Consolideren van commitment
De DIO:
1. Is op de hoogte van de gespreksstijl Motivational Interviewing (MI).
2. Kent de definitie van de gespreksstijl MI.
3. Weet wat de basistechnieken (open vragen stellen, bevestigen, luisteren, samenvatten)
van MI inhouden.
4. Weet wat de techniek ‘geven van informatie en advies inhoudt en kan deze toepassen.
5. Weet wat de vier fundamentele processen van MI (verbinden, focussen, oproepen,
plannen) inhouden.
6. Heeft kennis van het stages of change model
7. Kan dit model toepassen om gedrag van cliënten te verklaren.
8. Kan de begeleiding van cliënten afstemmen op de fase van gedragsverandering,
passend bij de determinanten van gedrag.
9. Kent de uitgangspunten van MI.
Motivational Interviewing (of motiverende gespreksvoering) is een op samenwerking gerichte
gespreksstijl die iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering versterkt door het verkennen
en verminderen van ambivalentie.
De ‘spirit’ of ‘geest’ van Motivational Interviewing staat voor de grondhouding of de behandelstijl van
waaruit we met de cliënt in gesprek gaan. Wanneer we deze ‘spirit’ omarmen zal dit resulteren in
effectievere interventies.
De volgende onderdelen vormen samen de spirit:
Samenwerking
De verhouding tussen hulpverlener en cliënt is meer een gelijkwaardig partnerschap dan een
rolverdeling als tussen deskundige en onwetende. Het gaat om samenwerking die meer lijkt op gidsen
dan op leiden, het is meer dansen dan worstelen en het luisteren staat meer op de voorgrond dan
praten of adviseren.
Compassie
Met compassie wordt bedoeld dat het welbevinden van de cliënt ten aller tijden voorop staat.
Empathie is een voorwaarde voor compassie. Als het gaat om chronische aandoeningen of problemen
waarbij langdurige leefstijlaanpassingen gewenst zijn, gaat het erom de antwoorden juist bij de cliënt
te vinden. Om ze te vinden is het essentieel om eerst goed te luisteren. Oprecht empatisch luisteren is
een complexe vaardigheid. Te vaak luisteren we niet goed en zijn we in ons hoofd al bezig met
oplossingen, adviezen en suggesties. Het gaat erom je werkelijk in te leven in een ander. Door het
toepassen van één van de basistechnieken, het reflectief luisteren, laat de hulpverlener blijken dat
hij/zij begrijpt wat de cliënt zegt, voelt en denkt. In een sfeer van vrijheid heeft de cliënt de gelegenheid
na te gaan of zijn gedrag de oorzaak is voor problemen en welke aspecten aan zijn of haar
(probleem-)gedrag kleven.
Evocatie
De hulpverlener nodigt de cliënt vooral uit zijn eigen motivatie te ontdekken. Het gaat om het activeren
van de eigen intrinsieke motivatie en mogelijkheden voor verandering.
In een motiverend gesprek wordt geprobeerd de balans te veranderen tussen 'hoe je bent' (het
gewoontegedrag) en 'hoe je wilt zijn' (gewenst gedrag). De hulpverlener streeft naar explicitering en
verscherping van verschillen tussen huidig gedrag en gewenst gedrag. De cliënt wordt uitgenodigd om
zelf te gaan benoemen wat hij/zij wenst en belangrijk vindt. Essentieel hierbij is het koppelen van het
‘gewenste’ gedrag aan persoonlijke doelen, waarden en normen. Dit kan alleen als de hulpverlener de
perspectieven van de cliënt wil begrijpen en als de cliënt uitgenodigd wordt om eigen redenen en
argumenten voor verandering te benoemen.
Acceptatie
De hulpverlener accepteert onvoorwaardelijk dat mensen zelf in staat zijn keuzes te maken over hoe
hun leven verloopt. De hulpverlener erkent en versterkt de autonomie van de cliënt: de cliënt is zelf
deskundige en verantwoordelijk voor beslissingen die zijn eigen leven betreffen. De hulpverlener werkt
samen met de cliënt naar een positieve beslissing om te veranderen. Het neutraal en zonder oordeel
in gesprek gaan is een basishouding die vereist is.
, Het gaat er vooral om dat de cliënt zelf zoekt naar ideeën en mogelijkheden om zijn of haar gedrag te
veranderen. De hulpverlener ondersteunt en versterkt het vertrouwen dat cliënten in zichzelf hebben
en dat ze in staat zijn datgene te doen dat nodig is om hun doelen te bereiken: de eigen-effectiviteit.
Binnen een gesprek, waarin Motivational Interviewing wordt toegepast, zijn er steeds vier processen
die een rol spelen:
1. Verbinden
2. Focussen
3. Oproepen
4. Plannen
De processen zullen door elkaar lopen. Het is wel logisch dat het verbinden een soort basis is en
cruciaal is voor het goed verloop van de andere processen.
Onder de vier processen wordt het volgende verstaan:
Verbinden: het relationele proces
Oprecht empatisch luisteren
Het perspectief van de cliënt onderzoeken en centraal stellen
De cliënt voelt zich gehoord en begrepen, geaccepteerd en gewaardeerd
Focussen: het strategische proces
Vanuit samenwerking focussen en de agenda bepalen
Doelen onderzoeken en bespreken
Zo nodig informatie en advies geven
Oproepen: het gesprek richting verandering
De transitie naar Motivational Interviewing, uitnodigen tot verandertaal:
- Selectief uitlokken/uitnodigen
- Selectief reageren en reflecteren
- Selectief samenvatten
Plannen: het daadwerkelijke plannen van de verandering
De brug naar verandering
Onderhandelen over een veranderplan
Consolideren van commitment