Sportmanagement
Contingentiebenadering: Verschillende organisaties vragen in
verschillende omstandigheden om verschillende managementmethoden.
Definitie sport: Lichamelijke of geestelijke bezigheid ter ontspanning of
als beroep met spel-of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid
vereist zijn en bevorderd worden, en waarvoor bepaalde regels gelden.
Unieke eigenschappen van sport als business.
Sport = passie & emotie. Veel in sport. Beslissingen op basis hiervan.
Bv. Fusie Nac en Willem 2 kan nooit. Emotionele belangens.Daarom geen
puur rationele beslissingen in sport.
Sport = not all about the money. Vaker doel om sportieve successen te
halen, dan winst. Geld secundair doel, om successen te behalen.
Sport = concurreren en tegelijkertijd samenwerken. Clubs
afhankelijk van elkaar. Concurreren maar moeten ook samenwerken voor
een spannende competitie/wedstrijden.
Sport = identificatie en loyaliteit. PSV FAN. Identificeer je met psv.
Trouw aan club.
Sport = afhankelijk van vrijwilligers.
Sportmanagementfuncties. Kwadrantenmodel van Broeke.
Anglo-Amerikaanse managementbenadering. Concurrerend
ondernemerschap. Weinig overheidsbemoeienis en gericht op korte
termijn winst.
Rijnlands-Europese managementbenadering. Samenwerken om
doelen te bereiken en een actieve rol van de overheid.
Sport als doel. In de zin van sport beoefenen om actief met sport bezig
te zijn en sportieve doelstellingen te realiseren.
Sport als middel. Betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om
andere doelstellingen te realiseren. Bv. Naamsbekendheid sponsoren,
gezondere samenleving etc.)
Definitie van Sportmanagement
Het coördineren van werkzaamheden in een sportorganisatie, zodat deze
op een efficiënte en effectieve wijze plaatsvinden, rekening houdend
met de unieke eigenschappen van de sport.
Voorbeeld: Management streeft naar: Realisatie van zo veel mogelijk
doelstellingen (hoge effectiviteit) met zo min mogelijk verlies van
bronnen (hoge efficiëntie),
Effectiviteit. Doelen
Efficiëntie. Middelen.
Sportmanager
Iemand die in een sportorganisatie werkt en die doelstellingen van de organisatie
weet te realiseren door werknemers en werkzaamheden te coördineren.
, 2 soorten: Functionele managers en algemene managers.
Functionele is verantwoordelijk voor een specifiek deelgebied van een
organisatie.
Algemene is verantwoordelijk voor alle werkzaamheden binnen organisatie of
grote afdeling
Manager moet competent zijn. Een competentie bestaat uit kennis,
vaardigheden en houding.
Management proces: activiteiten ontplooien en beslissingen nemen
tijdens het plannen, organiseren, leidinggeven en controleren.
Wat doet een sportmanager?
POLE:
Planningsfunctie. Formuleren van doelstellingen en ontwikkelen van
strategie om dit te realiseren, activiteiten te integreren en te coördineren.
Organisatiefunctie. Bepalen wat er gedaan moet worden. Wie wat, wie
verantwoording moet geven aan wie en wie welke beslissing moet nemen.
Leiding geven. Taak om met anderen samen te werken en doelstellingen te
realiseren.
Evaluatiefunctie. Evalueren of alles volgens plan loopt. Prestaties
vergelijken met vooraf gestelde doelstellingen.
Managementrollen:
-Interpersoonlijke rollen. Vertegenwoordigen van organisatie naar
binnen en naar buiten. Boegbeeld/symbool van organisatie,
verantwoordelijk voor integratie van het werk en behoeften van individuen
en groepen die het werk doen.
-Informatieve rollen. Zoeken, ontvangen en verspreiden van informatie
binnen en buiten de organisatie.
-Besluitvormende rollen. Informatie via besluitvorming omzetten in een
planmatige actie.
Managementvaardigheden
- Technische vaardigheden. Kennis van vakkundigheid in specialismen
als marketing, sponsoring en financiën. Belangrijk voor het
middenmanagement.
- Menselijke vaardigheden. Vermogen om goed met anderen te kunnen
samenwerken. Belangrijk voor hogere managers en middenmanagement.
- Conceptuele vaardigheden. Vaardigheden om na te kunnen denken
over abstracte en ingewikkelde situaties. Belangrijk voor topmanagement.
Hoorcollege 2
Wat is strategie?
De richting en scope van een organisatie over de lange termijn, wat
concurrentievoordeel voor de organisatie oplevert door de inzet van
eigen middelen, waarbij de verwachtingen van belanghebbenden
Contingentiebenadering: Verschillende organisaties vragen in
verschillende omstandigheden om verschillende managementmethoden.
Definitie sport: Lichamelijke of geestelijke bezigheid ter ontspanning of
als beroep met spel-of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid
vereist zijn en bevorderd worden, en waarvoor bepaalde regels gelden.
Unieke eigenschappen van sport als business.
Sport = passie & emotie. Veel in sport. Beslissingen op basis hiervan.
Bv. Fusie Nac en Willem 2 kan nooit. Emotionele belangens.Daarom geen
puur rationele beslissingen in sport.
Sport = not all about the money. Vaker doel om sportieve successen te
halen, dan winst. Geld secundair doel, om successen te behalen.
Sport = concurreren en tegelijkertijd samenwerken. Clubs
afhankelijk van elkaar. Concurreren maar moeten ook samenwerken voor
een spannende competitie/wedstrijden.
Sport = identificatie en loyaliteit. PSV FAN. Identificeer je met psv.
Trouw aan club.
Sport = afhankelijk van vrijwilligers.
Sportmanagementfuncties. Kwadrantenmodel van Broeke.
Anglo-Amerikaanse managementbenadering. Concurrerend
ondernemerschap. Weinig overheidsbemoeienis en gericht op korte
termijn winst.
Rijnlands-Europese managementbenadering. Samenwerken om
doelen te bereiken en een actieve rol van de overheid.
Sport als doel. In de zin van sport beoefenen om actief met sport bezig
te zijn en sportieve doelstellingen te realiseren.
Sport als middel. Betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om
andere doelstellingen te realiseren. Bv. Naamsbekendheid sponsoren,
gezondere samenleving etc.)
Definitie van Sportmanagement
Het coördineren van werkzaamheden in een sportorganisatie, zodat deze
op een efficiënte en effectieve wijze plaatsvinden, rekening houdend
met de unieke eigenschappen van de sport.
Voorbeeld: Management streeft naar: Realisatie van zo veel mogelijk
doelstellingen (hoge effectiviteit) met zo min mogelijk verlies van
bronnen (hoge efficiëntie),
Effectiviteit. Doelen
Efficiëntie. Middelen.
Sportmanager
Iemand die in een sportorganisatie werkt en die doelstellingen van de organisatie
weet te realiseren door werknemers en werkzaamheden te coördineren.
, 2 soorten: Functionele managers en algemene managers.
Functionele is verantwoordelijk voor een specifiek deelgebied van een
organisatie.
Algemene is verantwoordelijk voor alle werkzaamheden binnen organisatie of
grote afdeling
Manager moet competent zijn. Een competentie bestaat uit kennis,
vaardigheden en houding.
Management proces: activiteiten ontplooien en beslissingen nemen
tijdens het plannen, organiseren, leidinggeven en controleren.
Wat doet een sportmanager?
POLE:
Planningsfunctie. Formuleren van doelstellingen en ontwikkelen van
strategie om dit te realiseren, activiteiten te integreren en te coördineren.
Organisatiefunctie. Bepalen wat er gedaan moet worden. Wie wat, wie
verantwoording moet geven aan wie en wie welke beslissing moet nemen.
Leiding geven. Taak om met anderen samen te werken en doelstellingen te
realiseren.
Evaluatiefunctie. Evalueren of alles volgens plan loopt. Prestaties
vergelijken met vooraf gestelde doelstellingen.
Managementrollen:
-Interpersoonlijke rollen. Vertegenwoordigen van organisatie naar
binnen en naar buiten. Boegbeeld/symbool van organisatie,
verantwoordelijk voor integratie van het werk en behoeften van individuen
en groepen die het werk doen.
-Informatieve rollen. Zoeken, ontvangen en verspreiden van informatie
binnen en buiten de organisatie.
-Besluitvormende rollen. Informatie via besluitvorming omzetten in een
planmatige actie.
Managementvaardigheden
- Technische vaardigheden. Kennis van vakkundigheid in specialismen
als marketing, sponsoring en financiën. Belangrijk voor het
middenmanagement.
- Menselijke vaardigheden. Vermogen om goed met anderen te kunnen
samenwerken. Belangrijk voor hogere managers en middenmanagement.
- Conceptuele vaardigheden. Vaardigheden om na te kunnen denken
over abstracte en ingewikkelde situaties. Belangrijk voor topmanagement.
Hoorcollege 2
Wat is strategie?
De richting en scope van een organisatie over de lange termijn, wat
concurrentievoordeel voor de organisatie oplevert door de inzet van
eigen middelen, waarbij de verwachtingen van belanghebbenden