Jaar 3 – 2015-2016- HvA
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1.5 t/m 1.13
1.5
Statistiek kan worden omschreven als de wetenschappelijke methode die dient
voor het verzamelen, bewerken, analyseren en presenteren van, in de eerste
plaats, kwantitatieve gegevens.
Statistiek wordt toegepast bij het uitvoeren van onderzoek in het
merendeel van de sociale wetenschappen, maar ook in de
natuurwetenschappen.
Statistiek is wiskundig van karakter en heeft als doel om valide conclusies
te trekken op basis van een omvangrijke hoeveelheid
onderzoeksgegevens.
Bekendste en betrouwbaarste methode (bij praktijkgericht juridisch
onderzoek) is een aselecte (willekeurige) steekproef. Van belang is dat een
grote groep personen bij het onderzoek wordt betrokken (meestal met een
enquête).
1.6
Academisch juridisch onderzoek = vaak Universiteit. Mondt vaak uit in een
proefschrift wat een doctorstitel kan opleveren.
Komt vaak voort uit een actuele juridische of maatschappelijke
ontwikkeling en/of vakmatige interesse.
Het doel van juridisch onderzoek aan universiteiten is om een bijdrage te
leveren aan de rechtswetenschap (juridische theorievorming).
De resultaten van een academisch juridisch onderzoek zijn meestal
generalistisch. Uitkomst van de onderzoeken zijn algemeen van aard.
1.7
Praktijkgericht juridisch onderzoek = vaak HBO.
Aanleiding is een probleem in de juridische praktijk.
Doel is om tegemoet te komen aan de concrete wens in het werkveld
(probleem oplossen).
Geen juridische theorievorming, maar oplossen van feitelijk
vraagstuk/praktische behoefte.
Onderzoeksresultaten zijn niet generalistisch, maar casuïstisch, d.w.z.
gericht op het oplossen van één probleem.
Voorbeelden: beslisboom voor gemeenteafdeling, handboek voor
advocatenkantoor etc.
Belangrijk kenmerk van praktijkgericht juridisch onderzoek is niet alleen
juridisch, maar ook bijv. organisatorisch, communicatief etc. Resultaten
moeten van waarde zijn voor het werkveld.
1.8