Hoorcollege 1
Polarisatie: vorming van tegenstellingen
Poldermodel: met elkaar aan de tafel gaan zitten om te onderhandelen, zoeken naar een
compromis
Focussing events: wakkeren het debat sterk aan, verandert de samenleving
Differentiatie: objectieve verschillen tussen groepen
Identificatie: identificeren met een bepaalde groep
Representatie: hoe goed klopt de beeldvorming in de media? (verhulling – correspondentie –
overdeterminering)
Principieel bezwaar: maatschappelijke scheidslijnen zijn in strijd met de ultieme waarden
(gelijkheid – vrijheid – broederschap)
Negatieve consequenties: maatschappelijke scheidslijnen zorgen voor het verlies van
solidariteit en verbondenheid, zorgt voor wantrouwen en conflict
Politiek-cultureel: het gaat over inhoudelijke politieke tegenstellingen, maar ook over de
houdingen en gevoelens ten aanzien van de politiek
Politiek-zelfvertrouwen: een combinatie van overtuigingen dat men er politiek toe doet, men
is in staat om invloed uit te oefenen en politici zijn geneigd om te luisteren (political efficacy)
Antiautoritarisme: er worden meer autoritaire of libertijnse voorkeuren gewenst
Links-rechtszelfplaatsing: bestempel je jezelf als links of als rechts op politiek gebied? Links-
Progressief: vooruitgang willen, rechts-conservatief: niet te veel willen veranderen
Er worden heel wat concepten gemeten in de enquetes, maar die spreken voor zich. (pro-
nivellering, pro-Europa, pro-multiculti, pro-kernenergie)
Contacthypothese van Allport (1954): duurzaam intermenselijk contact zorgt voor afbouw van
mogelijke vooroordelen en stereotypen richting elkaar. Allport wijst er zelf ook al op dat
vooroordelen lang niet altijd door gebrek aan contact, maar juist dankzij contact tot stand
kunnen komen, en vooral het korte contact. Daarnaast hoeft langdurig en diepgaand contact
alsnog niet tot vermindering van de vooroordelen te leiden, dit kan komen door de invloed
van het gezin op visievorming zijn.
Onderwijssegregatie: ongelijke verdeling over scholen van leerlingen met verschillende
kenmerken
Hoorcollege 2
Bonding: netwerken met de mensen binnen je eigen groep
Bridging: overbruggen van de afstand tussen verschillende groepen
Racialisering: een sociaal proces waarin groepen gecategoriseerd worden als de ‘Ander’ en
op basis waarvan het oké is dat deze groep een andere/ongelijke behandeling krijgen ten
opzichte van anderen.
Stagediscriminatie: niet iedereen wordt toegelaten tot een stageplek op basis van bepaalde
kenmerken