Periode 3: het tijdperk van de roman
1.1 Moderniteit (1800-heden): de periode waarin de roman het dominante genre werd, is het
tijdperk van de moderniteit.
Kenmerken Moderniteit
1. Natuurwetenschappelijke streven om de wereld om ons heen te begrijpen en te verklaren
door te zoeken naar natuurwetten.
2. Technologische vooruitgang --> Industriële revolutie
3. Industrialisatie: ontwikkeling in productieprocessen. (Vervoer, computers, telefoon)
4. Urbanisatie en verstedelijking door grootindustrie.
5. Bureaucratisering: toename regels/procedures door toename arbeid
6. Industrieel Kapitalisme: handel en winst maken
7. Democratische natiestaten
8. Kolonialisme/imperialisme: uitbreiding grondgebieden
9. Secularisatie/ontkerkelijking: religie werd minder belangrijk
10. Liberaal mensbeeld wordt belangrijker: emancipatiegedachte van verlichting neemt toe en
burgers gaan zich meer zien als zelfstandige mensen. Het mensbeeld is het individu dat vrij
kan handelen.
11. Gevoel van ambivalentie: gespleten gevoelens en besef van tegenstrijdige gevoelens
(paradox)
12. Psychologie en psychiatrie (Sigmund Freud), verdrongen gedachtes, gevoelens
13. Metropolen --> uitbreiding van steden
Voormoderniteit
- Ervaring en geheugen
- Individueel/collectief aspect
- Kennis die wordt doorgegeven volgens traditie
Moderniteit
- Bewustzijn kan ervaring niet meer verwerken door vele prikkels --> Shock, belevenis,
herinnering
- Vervreemd van tradities
- Reactie bewustzijn, gebeurtenissen die niet meer tot het geheugen doordringen doordat te
veel gebeurtenissen zijn.
- Shockbeleving
- Zoveel prikkel dat ze worden omgezet tot herinneringen
Shock: de reactie van het bewustzijn om prikkels niet meer te verwerken, maar om ze af te weren.
1.2 traditionele/moderne roman
epos: voorgedragen aan het hof
toneel: opgevoerd voor een publiek
Roman: is gericht op het individu als publiek
,De kern van romans is een individu dat door gebeurtenissen een groei doormaakt en tot inzichten
komt --> coming-of-age-romans/psychologische romans. Dit sluit aan bij het wereldbeeld van de
moderniteit, want in beide staat het individu centraal.
Walter Benjamin --> filosoof die nadacht over effect van moderniteit
Kenmerken traditionele roman
- Duidelijk herkenbare hoofdpersoon (held)
- Roman is vaak naar held vernoemd, hoofdpersoon is degene met wie lezer zich kan
identificeren.
- Betrouwbare verteller --> auctoriale vertelinstantie/ik-vertelinstantie
- Chronologisch verhaal
- Geschikt literaire werk om werkelijkheid te weergeven
Roman (20e eeuw) wordt minder gezien als werkelijkheid --> door beeldende kunst: nastreven van
abstracte kunst, natuurgetrouwe werkelijkheidsweergave.
Kenmerken Moderne roman
- Geen duidelijke hoofdpersoon
- Antiheld
- Titels verwijst naar situaties
- Persoonlijke vertelinstantie --> niet betrouwbaar
- Lezer ervaart vervreemding/distantie doordat hij zich niet kan identificeren met
hoofdpersoon
- Meervoudige vertelinstantie --> niet betrouwbaar
- Focalisator/innerlijke monologen/ bewustzijnsstromen
- Lezer loopt niet mee met de verteller, moet zelf nadenken ---> emancipatie & open plekken
MODULE 5 (19e eeuw)
Nationalisme: totstandkoming modernisme
3.1 Tot ca. 1880 --> literaire werken hadden een belerende/opvoedende functie en werd
voorgedragen. Veel schrijvers waren domineedichters (Nicolaas Beets).
Rond 1880 kwam er verzet van dichters en schrijvers van de Beweging van Tachtig. Volgens hen
stond literatuur los van religieuze, politieke en morele bedoelingen. --> l’art pour l’art
Vanaf 1880 --> literaire werken werden autonoom, literatuur zonder belerende of opvoedkundige
functie. Er ontstond een massalectuur ontwikkeling: uitgeverijen wilden de leesdrang commercieel
exploiteren en voldoen aan smaak van groeiende leespubliek. Schrijvers werden antiburgers, ze
keurde niet langer slecht gedrag in hun literaire werken af.
Antiburgers: Schrijvers keurden het slechte gedrag in hun literaire werken niet meer af als
moraliserende verteller
, Rationalisering: nadruk op het verstand, wetmatigheden en objectieve feiten.
Schrijvers maakte zich los van de burgerlijke maatschappij en hiërarchie.
Er ontstonden zo 2 vormen literatuur
1. Commerciële, burgerlijke, maatschappijbevestigende literatuur
2. Vernieuwende zuivere literatuur, autonome literatuur zonder belerende functie
Gustave Flaubert & Charles Baudelaire
Reactie op moderniteit in de 19e eeuw
Romantische literatuur
Realistische literatuur
Romantiek: stroming waarin expressie van een onderwerp, bijzonder gevoel van individu centraal
staat. Bij romantiek gaat het om subjectiviteit en individualiteit. Een compensatie voor de
werkelijkheid die als onbevredigend wordt ervaren, doordat rationalisme zorgt voor het onttoveren
van de wereld.
3.3 Romantische literatuur
- Reactie op rationalisering (nadruk op het verstand) en natuurwetenschappelijke wereldbeeld, om
naast alle bewijzen nog de wereld als iets magisch te zien.
- Romantische schrijvers moesten origineel zijn, een oorspronkelijke/uniek figuur: genie & ziener.
- gevoel en verbeelding: de romanticus ziet de wereld als geheimzinnig/bijzonder
- lyrische teksten: teksten waarin de weergave van gevoel en emotie centraal staan.
- Lyrisch-ik & personages vaak een onvervulbaar verlangen
- Literaire werken om aan werkelijkheid te ontsnappen
Belangrijke onderwerpen romantische literatuur
- het verleden
- natuurbeleving
- verheerlijkte jeugd
- het sprookjesachtige en de droom
- tragische liefde & dood
- vriendschapsbanden
Nederlandstalige romantiek onderwerpen (19e eeuw): historische roman, humor, Multatuli,
individualistische poëzie.
Historische roman
Het vaderlandse verleden kreeg aandacht door de romantische onvrede met de werkelijkheid en het
nationalisme. De nationalistische interesse nam toe, net zoals volkssprookjes. In Nederland richtte
de historische belangstelling op de middeleeuwen en Gouden Eeuw.
1.1 Moderniteit (1800-heden): de periode waarin de roman het dominante genre werd, is het
tijdperk van de moderniteit.
Kenmerken Moderniteit
1. Natuurwetenschappelijke streven om de wereld om ons heen te begrijpen en te verklaren
door te zoeken naar natuurwetten.
2. Technologische vooruitgang --> Industriële revolutie
3. Industrialisatie: ontwikkeling in productieprocessen. (Vervoer, computers, telefoon)
4. Urbanisatie en verstedelijking door grootindustrie.
5. Bureaucratisering: toename regels/procedures door toename arbeid
6. Industrieel Kapitalisme: handel en winst maken
7. Democratische natiestaten
8. Kolonialisme/imperialisme: uitbreiding grondgebieden
9. Secularisatie/ontkerkelijking: religie werd minder belangrijk
10. Liberaal mensbeeld wordt belangrijker: emancipatiegedachte van verlichting neemt toe en
burgers gaan zich meer zien als zelfstandige mensen. Het mensbeeld is het individu dat vrij
kan handelen.
11. Gevoel van ambivalentie: gespleten gevoelens en besef van tegenstrijdige gevoelens
(paradox)
12. Psychologie en psychiatrie (Sigmund Freud), verdrongen gedachtes, gevoelens
13. Metropolen --> uitbreiding van steden
Voormoderniteit
- Ervaring en geheugen
- Individueel/collectief aspect
- Kennis die wordt doorgegeven volgens traditie
Moderniteit
- Bewustzijn kan ervaring niet meer verwerken door vele prikkels --> Shock, belevenis,
herinnering
- Vervreemd van tradities
- Reactie bewustzijn, gebeurtenissen die niet meer tot het geheugen doordringen doordat te
veel gebeurtenissen zijn.
- Shockbeleving
- Zoveel prikkel dat ze worden omgezet tot herinneringen
Shock: de reactie van het bewustzijn om prikkels niet meer te verwerken, maar om ze af te weren.
1.2 traditionele/moderne roman
epos: voorgedragen aan het hof
toneel: opgevoerd voor een publiek
Roman: is gericht op het individu als publiek
,De kern van romans is een individu dat door gebeurtenissen een groei doormaakt en tot inzichten
komt --> coming-of-age-romans/psychologische romans. Dit sluit aan bij het wereldbeeld van de
moderniteit, want in beide staat het individu centraal.
Walter Benjamin --> filosoof die nadacht over effect van moderniteit
Kenmerken traditionele roman
- Duidelijk herkenbare hoofdpersoon (held)
- Roman is vaak naar held vernoemd, hoofdpersoon is degene met wie lezer zich kan
identificeren.
- Betrouwbare verteller --> auctoriale vertelinstantie/ik-vertelinstantie
- Chronologisch verhaal
- Geschikt literaire werk om werkelijkheid te weergeven
Roman (20e eeuw) wordt minder gezien als werkelijkheid --> door beeldende kunst: nastreven van
abstracte kunst, natuurgetrouwe werkelijkheidsweergave.
Kenmerken Moderne roman
- Geen duidelijke hoofdpersoon
- Antiheld
- Titels verwijst naar situaties
- Persoonlijke vertelinstantie --> niet betrouwbaar
- Lezer ervaart vervreemding/distantie doordat hij zich niet kan identificeren met
hoofdpersoon
- Meervoudige vertelinstantie --> niet betrouwbaar
- Focalisator/innerlijke monologen/ bewustzijnsstromen
- Lezer loopt niet mee met de verteller, moet zelf nadenken ---> emancipatie & open plekken
MODULE 5 (19e eeuw)
Nationalisme: totstandkoming modernisme
3.1 Tot ca. 1880 --> literaire werken hadden een belerende/opvoedende functie en werd
voorgedragen. Veel schrijvers waren domineedichters (Nicolaas Beets).
Rond 1880 kwam er verzet van dichters en schrijvers van de Beweging van Tachtig. Volgens hen
stond literatuur los van religieuze, politieke en morele bedoelingen. --> l’art pour l’art
Vanaf 1880 --> literaire werken werden autonoom, literatuur zonder belerende of opvoedkundige
functie. Er ontstond een massalectuur ontwikkeling: uitgeverijen wilden de leesdrang commercieel
exploiteren en voldoen aan smaak van groeiende leespubliek. Schrijvers werden antiburgers, ze
keurde niet langer slecht gedrag in hun literaire werken af.
Antiburgers: Schrijvers keurden het slechte gedrag in hun literaire werken niet meer af als
moraliserende verteller
, Rationalisering: nadruk op het verstand, wetmatigheden en objectieve feiten.
Schrijvers maakte zich los van de burgerlijke maatschappij en hiërarchie.
Er ontstonden zo 2 vormen literatuur
1. Commerciële, burgerlijke, maatschappijbevestigende literatuur
2. Vernieuwende zuivere literatuur, autonome literatuur zonder belerende functie
Gustave Flaubert & Charles Baudelaire
Reactie op moderniteit in de 19e eeuw
Romantische literatuur
Realistische literatuur
Romantiek: stroming waarin expressie van een onderwerp, bijzonder gevoel van individu centraal
staat. Bij romantiek gaat het om subjectiviteit en individualiteit. Een compensatie voor de
werkelijkheid die als onbevredigend wordt ervaren, doordat rationalisme zorgt voor het onttoveren
van de wereld.
3.3 Romantische literatuur
- Reactie op rationalisering (nadruk op het verstand) en natuurwetenschappelijke wereldbeeld, om
naast alle bewijzen nog de wereld als iets magisch te zien.
- Romantische schrijvers moesten origineel zijn, een oorspronkelijke/uniek figuur: genie & ziener.
- gevoel en verbeelding: de romanticus ziet de wereld als geheimzinnig/bijzonder
- lyrische teksten: teksten waarin de weergave van gevoel en emotie centraal staan.
- Lyrisch-ik & personages vaak een onvervulbaar verlangen
- Literaire werken om aan werkelijkheid te ontsnappen
Belangrijke onderwerpen romantische literatuur
- het verleden
- natuurbeleving
- verheerlijkte jeugd
- het sprookjesachtige en de droom
- tragische liefde & dood
- vriendschapsbanden
Nederlandstalige romantiek onderwerpen (19e eeuw): historische roman, humor, Multatuli,
individualistische poëzie.
Historische roman
Het vaderlandse verleden kreeg aandacht door de romantische onvrede met de werkelijkheid en het
nationalisme. De nationalistische interesse nam toe, net zoals volkssprookjes. In Nederland richtte
de historische belangstelling op de middeleeuwen en Gouden Eeuw.